It wurket as in tierelier, dat getsjetter yn it #frysk

Vandaag is het Internationale Dag van de Moedertaal // Eindelijk is er positief nieuws: sociale media vergroten de overlevingskans van kleine talen // 30.000 wikipagina’s zijn in het Aragonees te lezen

De poster van de Unesco Internationale Dag van de Moedertaal uit 2010, ontworpen door Omar Vulpinari.
De poster van de Unesco Internationale Dag van de Moedertaal uit 2010, ontworpen door Omar Vulpinari.

Juan Pablo Martínez was er jaren bang voor, de scholen in de bergdorpen van de Spaanse Pyreneeën doceren geen Aragonees meer. Hoeft niet meer van de regering. En dus dreigen de 12.000 mensen die Aragonees spreken de laatsten te zijn. Maar Martínez heeft sinds kort weer hoop. „Mijn taal herleeft helemaal op digitale media. Er komen nieuwe sprekers bij en oudere sprekers gaan plots veel meer in het Aragonees schrijven.”

Vandaag is het Unesco’s Internationale Dag van de Moedertaal. Een wat treurige traditie. Elk jaar gaat het over dat doemscenario: als het zo doorgaat, dan is de helft van de 6.000 talen in de wereld aan het eind van deze eeuw uitgestorven. Maar dit jaar zijn veel sprekers van inheemse talen juist goed gestemd, want dankzij groepjes techneuten is er een tegenbeweging.

Techneuten redden talen

Zo zorgt Martínez, docent aan de Technische Universiteit van Zaragoza, dat Aragonezen op internet in hun eigen taal kunnen communiceren. Samen met vijf anderen vertaalde hij zo’n 30.000 Wikipedia-pagina’s in het Aragonees. „Zo blijven mensen in het Aragonees lezen”, zegt Martínez. „En omdat Aragonees op Spaans lijkt, kunnen jongeren die de taal niet op school kregen, de pagina’s ook begrijpen en pikken zo allemaal Aragonese woorden op.”

De taal groeit op sociale media. Meer dan honderd mensen twitteren in het Aragonees – veel voor zo’n kleine taal. En dat aantal gaat stijgen, voorspelt Martínez. „Veel mensen zijn bang om spelfouten te maken, omdat ze niet gewend zijn om in het Aragonees te schrijven. Maar daarvoor hebben we pas spellingcheckers ontworpen die je op je computer kunt gebruiken.”

Steeds meer inheemse talen hebben hun eigen Martínez.

Malawi heeft Edmond Kachale, een softwaredesigner die Chichewa naar het web probeert te brengen. Chichewa wordt door zestig procent van de inwoners van Malawi gesproken, maar steeds meer mensen spreken alleen nog maar Engels. Nu Malawi wordt aangesloten op het internet, is het belangrijk om „de digitale boot” niet te missen, vindt Kachale. Hij zorgde voor een versie van Google in het Chichewa, vertaalde computerprogramma’s en is trots op de online-woordenboeken van zijn collega’s. Het aantal Chichewa-surfers groeit met de dag.

Nog een voorbeeld. In Mexico publiceerden jongeren op Facebook een compleet schrijfsysteem voor Chatino, een inheemse taal die voorheen alleen als gesproken versie bestond. Nu twitteren mensen in de taal. Allemaal als raketschild tegen het imperialistische Engels, taal van de globalisering. Overheden willen dat hun burgers Engels spreken: daar kun je zaken in doen, in Chatino of Chichewa niet.

Dat Engels zo snel groeit, begrijpt Edmond Kachale uit Malawi wel. „Mensen in mijn land ontdekken dat ze via Twitter persoonlijk contact kunnen leggen met Amerikaanse zangers en filmsterren, hun idolen. Dat gaat allemaal in het Engels.”

Landen als Malawi willen met internet niets liever dan een brug slaan met het Westen. Gehoord worden in ‘the States’ – Kachale weet wat de mensen van Malawi willen. „Je ziet het op de blogs hier, die zijn vrijwel allemaal in het Engels. Logisch, je hebt een veel groter bereik.”

Is het dan eigenlijk wel zo erg dat inheemse talen uitsterven?

Kevin Scannell krijgt de vraag wel vaker. Sinds 1998 onderzoekt hij aan Saint Louis University hoe digitale media minderheidstalen kunnen helpen met overleven. Zijn antwoord: „Het is een moeilijke vraag. Ik vind dat het belang van de sprekers van een inheemse taal voorop moet staan. Iedereen moet zijn of haar taal kunnen gebruiken, in welke context dan ook. Of dat nou online is of thuis.”

Het thuiskomgevoel

Volken met een eigen taal willen altijd dat die blijft bestaan. Taal geeft een gemeenschapsgevoel.

Een thuiskomgevoel, zegt Scannell, die naar de VS verhuisde, maar zich verbonden voelt met zijn moedertaal, het Iers-Gaelisch. De laatste jaren communiceert hij veel vaker in zijn taal, de hele dag door zelfs. „Ik heb ‘native speakers’ gevonden die in andere delen van de wereld wonen en het Iers ook missen. Ik twitter en mail iedere dag met deze mensen. Tien jaar geleden was dat onmogelijk, dan zou ik ze nooit ontmoet hebben.”

Sociale media verenigen sprekers van minderheidstalen. Die vinden elkaar via sites als Indigenous Tweets, een verzameling van 60.000 twitteraars die in meer dan 150 talen communiceren, waarvan zo’n 80 met uitsterven worden bedreigd.

Waar komen de nieuwe sprekers dan vandaan? Scannell: „Twitter is laagdrempelig. Een blog schrijven in de taal van hun geboorteregio is pittig voor jongeren die de taal niet op school leerden, maar 140 tekens durven ze wel. En apps maken het makkelijker.”

Tuvan, gesproken door stammen in Siberië en Mongolië, heeft zelfs een iPhone-app die met de uitspraak helpt. Voor Objiweg, taal van inheemse stammen in Amerika, is er een hele taalcursus mobiel beschikbaar.

Ook in Friesland weet men: onze taal moet het web op. Fries staat niet op het punt van uitsterven, maar ‘kwetsbaar’ is de taal wel volgens Unesco. „Ik denk dat internet nodig is voor Fries om te overleven”, zegt Lysbeth Jongbloed, onderzoeker aan de Fryske Akademy. Ze volgde vijftig Friese jongeren op Twitter en zag dat 10 procent van hun tweets in het Fries is. Of dat veel is, kan ze niet zeggen, maar beter kan het zeker. „Mensen vinden het moeilijk om in het Fries te schrijven. Daar moeten we bij helpen.” Dus denkt de Fryske Akademy over nieuwe apps, naast de hulpmiddelen die er al zijn: een spellingcontrole voor Word, een vertaalmachine, een Nederlands-Fries woordenboek.

Groot succes is de jaarlijkse Fryske Twitterdei, op 17 april. Vorig jaar vlogen er die dag 9.500 Friese tweets de lucht in, verstuurd vanuit meer dan 25 landen. Een van de tweets: ‘No sa, it wurket as in tierelier, dat getsjetter yn it #frysk’. (‘Nou! Dat werkt als een tierelier, dat getwitter in het Fries.’)