Het onbespreekbare vraagstuk

Beschouw de nucleaire topconferentie die op 24 en 25 maart in Den Haag wordt gehouden ook als een motie van vertrouwen in de veiligheid van de Nederlandse staat. Er nemen 58 wereldleiders aan deel, onder wie Obama en Poetin. Deze top van de wereld wordt bijgestaan door 5.000 delegatieleden. Hun doen en laten wordt gevolgd door 3.000 journalisten. De vergadering wordt bewaakt door 13.000 agenten, terwijl vliegtuigen worden omgeleid, voetbalwedstrijden uitgesteld en wat al niet. Allemaal geen wonder. Stel je voor dat een clubje terroristen erin zou slagen, een vliegtuig te kapen en daarmee tijdens de vergadering het Nederlands Congres Centrum binnen te vliegen. Een daad van terreur die de verwoesting van het World Trade Centre zou overtreffen. De wereld onthoofd.

Deze gebeurtenis demonstreert hoe diep de wereld in deze eeuw veranderd is. Tijdens de Koude Oorlog dienden grote internationale conferenties om de vrede tussen de supermachten te bewaren. In dat tijdvak waren er regelmatig grote demonstraties tegen de kernbewapening. Een van de grootste op het Museumplein in Amsterdam, in 1981: 400.000 mensen tegen de plaatsing van kruisraketten in Nederland. Dat was ook een soort volksoproer. Heeft het succes gehad? In de buurt van Volkel liggen nog altijd 22 verouderde kernwapens. Bewaren we die dingen uit bondgenootschappelijke loyaliteit, voor alle zekerheid? Dat weten we waarschijnlijk niet meer.

De gevestigde kernmachten uit de Koude Oorlog zullen elkaar misschien min of meer in evenwicht houden, maar dat is nauwelijks nog aan de orde. De invloed die ze in de vorige eeuw hadden is verdwenen, langzaam in de nieuwe wereldchaos ten onder gegaan. Het nieuws dat ons nu bezighoudt gaat over de zich ontwikkelende opstand in de Oekraïne, de zelfverwoesting van Syrië, de ‘onlusten’ in Birma, Thailand, Egypte. Maar daardoor worden de verhoudingen tussen de restanten van de machtsblokken niet beïnvloed. Door de deconfitures van Amerika in Afghanistan en Irak is iedere lust tot ingrijpen in zulke conflicten verdwenen. En dan hebben we de mondiale ontwikkelingen die misschien de hele wereldbevolking bedreigen: op opwarming van de aarde, de schaarste aan drinkwater. Op geen van die vraagstukken hebben kernwapens enige invloed.

Is zo’n conferentie als die in Den Haag een doelloze onderneming? Natuurlijk niet. De functie van de kernwapens is veranderd, maar ze blijven een wereldgevaar en door iedere overeenkomst tot beperking wordt de internationale veiligheid verstevigd. Bovendien ontmoeten de leiders elkaar, wat het onderling vertrouwen kan bevorderen. Een intense gedachtenwisseling over de economische crisis is dringend gewenst; een crisis die nu misschien meer invloed op de buitenlandse politiek heeft dan kernwapens.

Sinds een jaar of acht is de hele wereld aan het verarmen, maar daardoor worden niet alle bevolkingsgroepen gelijk getroffen. In de westelijke wereld begint een nieuw proletariaat te ontstaan, samengesteld uit werklozen en verarmden die getroffen zijn door het korten op hun uitkeringen. Aan de andere kant houden de bevoorrechten hun salaris en bonus. Deze groeiende tegenstelling zal een keer tot politieke consequenties leiden.

In vrijwel alle westelijke landen zijn partijen ontstaan die zich van de gevestigde orde afwenden. Amerika heeft de Tea Party, Frankrijk heeft Marine Le Pen. In België is het Vlaams Blok, in Nederland de PVV. Wat ‘de ruk naar rechts’ heet, is een duurzame internationale ontwikkeling geworden. Regeringsverantwoordelijkheid heeft geen van deze partijen gedragen, maar mocht het zo ver komen dan zou dat pas een echte breuk met de continuïteit betekenen. Een wereldconferentie daarover zou veel kunnen verhelderen, maar zo’n vergadering is hooguit een verre illusie.