Opinie

Goud voor woede

Zo’n honderd trotse Nederlandse lezers van The Wall Street Journal „bombardeerden” verslaggever Matthew Futterman met haatmail – dat aantal schat hij althans, als ik hem bel in Sotsji. Wie nog in de illusie mocht verkeren dat het versturen van bedreigingen en scheldpartijen een exclusief tijdverdrijf is van laagopgeleiden, pedofielenhaters en fanatieke religieuzen, kan dus voortaan beter weten dankzij de Olympische Spelen, dat feest van verbroedering. Sportredacteur Futterman beschreef deze week op de website van zijn krant wat een eerdere column over de prestaties van het Nederlandse schaatsteam aan woede onder Nederlandse lezers had losgemaakt. Dit onder de kop: „Dear Dutch: Please Forgive Me.

Futterman heeft die tongue-in-cheekmanier van schrijven van meer Engelstalige columnisten. Hij begon zijn stuk over de schaatsers dus met de woorden: „Iedereen die ziek wordt van zien hoe de Nederlanders schaatsmedailles winnen, handen in de lucht.” Gevolgd door: „Hmm. Het lijkt alsof iedereen zonder oranje ondergoed een hand in de lucht heeft.” Waarna hij zich niet al te serieus beklaagde over het hoge aantal Nederlandse schaatsmedailles en het ‘opportunisme’ van Nederland. „Geef ze krediet”, schreef Futterman, „De Nederlanders hebben één van de weinige sporten gekozen die een land van die grootte kan domineren.” Het gíng niet eens zozeer over ons (iets waar Nederlanders graag voetstoots van uitgaan), maar eerder over het gebrek aan grote sportprestaties van favorieten uit andere landen.

Hello crying baby... Come to Holland/Netherlands then I will give you my 50-year-old Dutch fists on your ugly face.

Zulke dreigementen maakte dat dus los. En dat haalde in volle glorie The Wall Street Journal, naast een cartoon die laat zien hoe Futterman op de knieën gaat voor een paar reusachtige oranje schaatsbenen. Hij was een slechte verliezer, een onbenul en huilebalk. De manier waarop Futterman in die tweede column daarom quasi-angstig complimentjes aan Nederland uitdeelde was zo mogelijk nog dodelijker („Those Breugel paintings with the ice skating – awesome”; „Cobblestones – very cool”).

Van pure gêne kreeg ik behoefte deze ruimte maar eens te vullen met de rest van de Nederlandse post voor Futterman – dat zou ons leren. Maar David Futterman zegt alles intussen te hebben weggegooid – óók ruim 250 heel vriendelijke e-mails van Nederlanders die zich na zijn tweede column dood schaamden en hem dat wilden laten weten: „Ik moest wel. Mijn e-mailbox liep over.”

Hij is heus wel wat kwade post gewend. Als hij schrijft over honkbal en de New York Yankees spelen tegen de Boston Red Sox, bijvoorbeeld, zegt Futterman. „Maar Amerikaanse haatmail is zeker niet zo levendig als de Nederlandse. Jullie zijn veel bozer.” Amerikaanse lezers stuurden Futterman nog nooit fysieke bedreigingen. Nu kreeg hij tussen de overige Nederlandse scheldpartijen „een handvol” toegeworpen.

Wat denkt hij intussen van Nederlanders?

„Mijn indruk is dat – ze heel goed kunnen schaatsen”, lacht Futterman. „Jullie doen me denken aan het Amerikaanse zwemteam bij de zomerspelen. Die waren ook zo onuitstaanbaar dominant.”

En Matthew Futterman verheugt zich op het WK voetbal, dat hij eveneens zal verslaan. Licht sardonisch: „Ik zal daar met plezier over het Nederlandse team schrijven.”