Emotioneel weerzien van Noord- en Zuid-Koreanen na zestig jaar scheiding

Ruim honderd Zuid-Koreanen, velen in rolstoelen, passeerden gisteren de zwaar bewaakte grens tussen Zuid- en Noord-Korea, om voor het eerst in meer dan zestig jaar familieleden aan de andere kant van de grens te bezoeken. Broers en zussen, die door de Koreaanse oorlog en de daaropvolgende deling van elkaar afgesneden waren geraakt, omhelsden elkaar in tranen.

Sommigen hadden na al die jaren echter moeite elkaar te herkennen. „Mijn jongste broer Ha -Choon was nog niet eens met zijn school begonnen, toen ik hem voor het laatst zag. Maar nu is hij een oude man, net als ik”, zei de 81-jarige Jang Choon, de oudste van vier broers, die ook in een rolstoel zit. Ook hadden sommige familieleden moeite met elkaar te communiceren. „Zuster, waarom kun je me niet horen”, vroeg Ri Jong Sil (84) aan haar drie jaar oudere zus, die aan de ziekte van Alzheimer lijdt (foto rechtsboven). Twee broers moesten schriftelijk met elkaar communiceren, omdat een van hen geheel doof is. Velen gaven elkaar foto’s cadeau van familieleden, die intussen waren overleden.

Het weerzien, dat enkele uren duurde, werd mogelijk door een akkoord tussen de beide Korea’s dat een paar weken geleden werd bereikt. Het had plaats op de berg Kumgang (Diamantberg), een plek die voor Koreanen vanouds van groot symbolisch belang is en die sinds de deling van het land in Noord-Korea ligt. De laatste familiehereniging (van andere families) was drie jaar geleden. Miljoenen Koreanen raakten door de oorlog (1950-53) van elkaar gescheiden en hebben elkaar nooit teruggezien.

Met de reünie van gisteren ging voor veel van de deelnemers een laatste wens in vervulling. „Het enige dat er in mijn leven ontbrak was mijn broer. En nu ik hem weer kan zien, zou het me helemaal niet spijten als ik morgen zou sterven”, zei Lee Du-young, een man van in de zeventig, vlak voor hij in een sneeuwbui de grens over ging.