Polen neemt leiding in crisis

Een Pools-Duitse tandem onderhandelde in Kiev over een politiek akkoord – níét EU-buitenlandcoördinator Ashton. De Polen identificeren zich met hun buurland.

Het contrast kon haast niet groter: terwijl Europese ministers van Buitenlandse Zaken gisteren in het veilige Brussel compromissen sloten over sancties tegen Oekraïne, deden drie van hun collega’s in het brandende Kiev verwoede pogingen om het bloedvergieten te stoppen.

„Zwarte rook, ontploffingen en geweerschoten rondom het presidentiële paleis”, twitterde een van hen, de Poolse minister Radoslaw Sikorski, op weg naar een onderhoud met de Oekraïense president Viktor Janoekovitsj. „Functionarissen in paniek.”

Zijn Franse collega Laurent Fabius verliet Kiev vannacht weer. Die had andere prioriteiten: een al lang gepland bezoek aan wereldmacht China. Maar Sikorski en de Duitse minister Frank-Walter Steinmeier bleven. Tot in de vroege uurtjes praatten zij in op president Janoekovitsj. Met wie ze eigenlijk onderhandelden was niet altijd duidelijk. Volgens in Poolse media geciteerde bronnen onderbrak Janoekovitsj de gesprekken in ieder geval één keer voor spoedoverleg met de Russische president Vladimir Poetin.

Sikorski-Steinmeier – het is een tandem die weinigen tot voor kort voor mogelijk hadden gehouden. Dat Sikorski naar Kiev ging, verbaast niet: de relatie met Oekraïne is al jaren een speerpunt van het Poolse buitenlandbeleid. Dat Steinmeier ging is bijzonder. Hij was lang de vertrouweling van Gerhard Schröder, die als bondskanselier (1998-2005, SPD) een persoonlijke vriendschap ontwikkelde met Poetin. Hij noemde de Russische leider zelfs een „onberispelijke democraat” en bekleedt tegenwoordig een topfunctie binnen Gazprom. Onder zijn opvolger, Angela Merkel (CDU), is de relatie met Rusland sterk bekoeld. Dat juist Steinmeier haar beleid nu uitdraagt is het levende bewijs van de ontwikkeling die het Duitse denken over Oekraïne, en vooral over Rusland, heeft doorgemaakt.

Voor Warschau is het belang van Oekraïne zeer groot. Niemand leeft zo mee met de Oekraïners als de Polen. Het dominante gebouw in de Poolse hoofdstad, het destijds door Stalin geschonken Paleis van Cultuur, wordt al dagen uitgelicht met blauw-gele, Oekraïense kleuren. Voor de Oekraïense ambassade in de Poolse hoofdstad branden kaarsen. Op Poolse nieuwszenders gaat het over vrijwel niets anders. Er wordt geld ingezameld voor slachtoffers.

Polen denken aan 1981

Polen en Oekraïne hebben een lange, soms pijnlijke, niettemin gezamenlijke geschiedenis – het westen van Oekraïne was voor de Tweede Wereldoorlog Pools grondgebied. Er is grote culturele verwantschap, in taal en gebruiken. Voor de Polen is Oekraïne geen ver-van-mijn-bedshow, maar een buurland: Poolse grensbewakers kijken letterlijk uit op de zwarte rook in Oekraïne, waar ook vlak over de grens brandende barricades zijn opgeworpen.

Maar belangrijker: de Polen zijn het autoritaire juk waar ze tot 1989 zelf onder zaten niet vergeten. Ze zien Oekraïners met geïmproviseerde helmen in de straten van Kiev en denken: dit hadden wij kunnen zijn. Ze zien Poetin en ze denken ‘Brezjnev’. De Sovjet-Unie zette het Poolse communistische regime in 1981 onder druk om, eveneens met bruut geweld, af te rekenen met Solidariteit, het volksprotest destijds in Polen.

Ook de Duitse bondskanselier Angela Merkel, die in Oost-Duitsland opgroeide, heeft politieke onderdrukking gekend. Volgens diplomaten in Brussel verklaart dat waarom zij begrip heeft voor de Poolse zorgen om Oekraïne. Wat ook helpt: de warme, vriendschappelijke band tussen de Poolse premier Tusk, die deels van Duitse origine is, en Merkel, wier familie een Poolse tak heeft. Bovendien horen de twee in Europa tot dezelfde politieke familie.

Of de Duits-Poolse tandem een stabiele oplossing in Oekraïne kan forceren moet nog maar blijken. Temeer daar het evident is dat dit moeilijk wordt zonder Rusland. Moskou stelde zich gisteren, in ieder geval publiekelijk, weinig constructief op. Het verweet de EU „ongevraagde bemoeienis” en „chantage”. Tijdens een recente top met Poetin in Brussel bleek ook al dat Rusland en de EU vooral veel langs elkaar heen praten.

Ashton blijft achter

De gisteren in Brussel bijeengekomen EU-ministers hielden hun opdracht klein: ze spraken over beperkte sancties, zoals een inreisverbod voor degenen die verantwoordelijk zijn voor het geweld in Kiev.

Maar ook bij hen groeit het besef: het vooral in West-Europa lang gekoesterde idee dat met Poetin normale relaties kunnen worden onderhouden, staat door het geweld in Kiev onder druk. De sterke Europese afhankelijkheid van Russisch gas begint te knellen. Minister Timmermans zei gisteren in Brussel dat de relatie met Rusland „op een nieuwe leest” moet worden geschoeid. „Ik denk dat de EU geen duidelijk Ruslandbeleid heeft.”

Wat gisteren ook pijnlijk duidelijk werd is de betrekkelijke slagkracht van diplomatie op EU-niveau. Buitenlandcoördinator Catherine Ashton stampte in de afgelopen jaren een indrukwekkend diplomatencorps uit de grond, maar in crisissituaties lijkt vooral de actiebereidheid en moed van individuele lidstaten de doorslag te geven.

Toen het misging in Mali en de Centraal-Afrikaanse Republiek, kwam Frankrijk meteen in actie en volgde de EU pas later. Met betrekking tot Oekraïne was het Ashton die Parijs, Berlijn en Warschau formeel vroeg om hun ministers te sturen, maar diplomaten in Brussel vermoeden dat het idee van de lidstaten zelf afkomstig was, vooral van Polen.

In Duitse media werd deze week geopperd dat Schröder, als vriend van Poetin, wellicht een bemiddelende rol kan spelen in de crisis. Een suggestie die in Polen met hoongelach werd begroet. Schröder was de drijvende kracht achter Nordstream, een door Duitsland, Rusland en Nederland gefinancierde gaspijpleiding door de Oostzee, die transitland Oekraïne in feite omzeilde en kwetsbaar maakte voor Russische druk. De Polen, ook Sikorski, hebben altijd gewaarschuwd voor de geopolitieke implicaties van Nordstream. Tot vermoeiens toe.