Energiesubsidies en belastingvoordelen

In economische zin zijn de gevolgen van belastingvoordelen en subsidies identiek. Beide zijn nadelig voor de overheidsfinanciën en concurreren met andere bestedingsdoeleinden. Ook leiden ze tot minder investeringen in energievoorzieningen en verminderen ze de concurrentiekracht van de private sector. Meestal komen de middelen terecht bij gevestigde bedrijven en bij hogere inkomens.

Er zijn productie- en consumptiesubsidies. Productiesubsidies ontstaan als de aanbieders van energie een prijs ontvangen die boven de benchmark ligt.

Consumptiesubsidies bestaan ten eerste uit subsidies die leiden tot een lagere prijs dan die op internationale energiemarkten geldt (pre-tax subsidies), zoals de vrijstelling van vliegtuigmaatschappijen voor accijnzen en belastingen op kerosine. Ten tweede bestaan ze uit subsidies die tot een prijsverstoring leiden in vergelijking met andere producten (post-tax subsidies). Hierbij valt te denken aan het niet in de prijs verwerken van geluidsoverlast en klimaatrisico’s.

Wereldwijd belopen de totale energiesubsidies naar schatting minstens 2.000 miljard dollar (2,7 procent van het mondiale bbp en 8 procent van de overheidsinkomsten).

Belangrijke belastingsubsidies in Nederland zijn de verlaagde tarieven voor grootverbruikers van gas en elektriciteit.