Bevers zijn genetisch erg gelijk

Europese bever.
Europese bever. Foto Thinkstock

De Europese bever, waar het redelijk goed mee gaat, is genetisch gezien nog altijd in slechte conditie, concluderen Europese biologen in Molecular Ecology. Dat komt doordat de soort eind negentiende eeuw vrijwel uitgestorven was. De onderzoekers denken dat door de huidige succesvolle beverbescherming uiteindelijk ook de genetische diversiteit van de soort zal herstellen.

De moderne Europese bevers (Castor fiber) worden vaak ingedeeld in ondersoorten, zoals de Midden-Europese of de Zuid-Franse bever. Die ondersoorten verschillen genetisch sterk van elkaar, maar dat is alleen het gevolg van de slechte tijden die de bever heeft doorgemaakt. De biologen onder leiding van paleo-ecoloog Michael Hofreiter vergeleken het DNA van 152 moderne bevers met 48 oude, van na de ijstijd. In die oude populaties was veel genetische diversiteit – er was nauwelijks een ondersoort aanwijsbaar. Dat is belangrijke kennis voor de beverbescherming, aldus Hofreiter: het heeft geen zin de ‘ondersoorten’ te behouden. Contact tussen bevers van verschillende populaties is juist belangrijk. In Nederland was de bever uitgestorven. In 1988 zijn ze geherintroduceerd. Langs de grote rivieren, in Flevoland en Drenthe leven nu weer 900 à 1.000 bevers. (NRC)