De verhuisdirigent regelt alles

Ook de verhuisbranche moet veranderen om te overleven // De verhuisdirigent biedt een oplossing // Jij kunt drie weken op vakantie, bij terugkomst is jouw oude huis ingericht in je nieuwe woning

Verhuisbedrijven bieden steeds meer diensten, zoals apparatuur installeren en schilderijen ophangen.
Verhuisbedrijven bieden steeds meer diensten, zoals apparatuur installeren en schilderijen ophangen. Foto ANP

Een stel levert de sleutels in – die van het oude én het nieuwe huis – en gaat drie weken op safari. Bij thuiskomst zijn ze verhuisd. In het nieuwe huis staan de boeken al in de kast, de muren zijn geverfd en de adreswijzigingen zijn verstuurd. Allemaal geregeld door Marlou Giesbers, die zichzelf verhuisdirigent noemt.

Zij is in dienst bij een verhuisbedrijf en doet alles bij een verhuizing, voor wie dat wil. Dus ook het inpakken van de urn met as van een overleden partner, het vullen van de la met ondergoed, het regelen van de financiële administratie. Ideaal voor wie „geen tijd heeft om te wachten tot meneer Ziggo de internetaansluiting komt installeren”. Of voor de oudere die hoort dat hij over een week in een verzorgingstehuis terechtkan, maar wiens kinderen geen kans zien in zo’n korte tijd de verhuizing te regelen.

Het is het werk van Giesbers dat de verhuisbranche door de crisis heen sleept. Die moest wel veranderen, om te overleven. De ingestorte huizenmarkt heeft van de sector een slagveld gemaakt. Sinds het begin van de crisis is het aantal consumentenverhuizingen met 40 procent gedaald, schat directeur Peter Overvliet van brancheorganisatie Erkende verhuizers. En het aantal professionele verhuisbedrijven daalde de afgelopen tien jaar met 15 procent – ook een schatting, want officiële cijfers zijn er niet.

Vroeger verhuisde een klant volgens Overvliet gemiddeld eens per zeven jaar, en leverde die ene verhuizing er vijf tot zeven op: de verhuizende klant verhuist naar een huis waar óók iemand gaat verhuizen. Maar dat soort verhuizerszekerheden bestaan niet meer. Er stromen minder mensen door naar een volgend huis, simpelweg omdat er minder mensen verhuizen – vanwege een restschuld, bijvoorbeeld, of omdat ze hun huis niet verkocht krijgen. Overvliet: „Dat proces ligt nu op z’n gat.”

Het gaat intussen iets beter: de verhuisbranche loopt enkele maanden achter op de langzaam stabiliserende woningmarkt. Maar de omzet is fors gedaald. Bedrijven moesten personeel ontslaan, reorganiseren, samenvoegen met een ander bedrijf.

Toch heeft de meerderheid van de verhuisbedrijven die zijn aangesloten bij Erkende verhuizers (nu zo’n 250) het tot nu toe overleefd. Omdat ze keken waar nog wél ruimte is. Nu zijn verhuisbedrijven volgens Overvliet sowieso al generaties lang – het zijn vaak familiebedrijven – gewend aan risicospreiding. Bijvoorbeeld door naast particulieren ook bedrijven en kantoren te verhuizen. „Zo zijn ze minder afhankelijk van één segment.”

Nieuw is dat verhuisbedrijven meer diensten zijn gaan aanbieden. Zoals het schoon opleveren van het oude huis. Het in oorspronkelijke staat terugbrengen van het huurhuis. Spullen naar het Leger des Heils en de stort brengen. Schilderijen en lampen ophangen. Apparatuur installeren. Overvliet: „Zaken waar je normaal gesproken een klusjesman of handige zwager voor inhuurt.”

Het heeft het verhuisbedrijf van Richard van der Geest in Rijswijk gered, zegt hij. „We hebben bij het begin van de crisis onze aanpak meteen veranderd. We moesten wel.” Klanten kunnen nu hun complete verhuizing bij hem regelen. „Ze hoeven maar één telefoonnummer te bellen.” Hij zag de omzet bij de particuliere verhuizingen sinds 2009 met 45 procent kelderen, maar dankzij die extra klussen kwam er 20 procent voor terug. Ook al heeft hij intussen tien man minder op de loonlijst staan – er werken nu nog veertien mensen bij UTS Van der Geest Verhuizingen – hij heeft niemand hoeven ontslaan. Aflopende contracten zijn niet verlengd en werknemers die met pensioen gingen, zijn niet vervangen.

Het zijn volgens Van der Geest vooral de ouderen die gebruikmaken van zijn klusjesmannen, schoonmakers, in- en uitpakkers en verhuisdirigenten. Daarna volgen de mensen van middelbare leeftijd – hij schat dat zo’n 45 procent van hen nu meer wil dan alleen het verplaatsen van hun spullen. De twintigers en dertigers doen het meestal zelf.

Dat komt waarschijnlijk ook door de hogere kosten. Een paar uur een klusjesman inhuren is nog wel te betalen. Maar een nieuw huis laten opknappen of een huis laten schoonmaken en leegruimen is al prijziger. Van der Geest en Overvliet willen geen prijzen noemen, omdat ze dan naar eigen zeggen de markt zouden beïnvloeden. Een goede reden, overigens, om bij een verhuizing bij meerdere verhuisbedrijven offertes aan te vragen. Maar, zegt Overvliet, „denk aan honderden euro’s voor een eenvoudige verhuizing en duizenden voor de verhuisregisseur.”

Het stel dat drie weken op safari ging, heeft waarschijnlijk minstens het dubbele van de normale verhuiskosten betaald. Logisch: verhuisdirigent Marlou Giesbers rekent per uur af. Moet zij wachten op iemand die het tapijt komt leggen, en diegene komt „ergens tussen één en zes”, dan zit ze „zomaar vijf uur te wachten”.

En, zegt ze, het scheelt natuurlijk nogal als ze de boeken op alfabetische volgorde in de kast moet zetten.