Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

De kraamhulp, de nieuwe thriller van Esther Verhoef

Quizvraag: wie is de meest succesvolle levende Nederlandse auteur na Dick Bruna? Jan Cremer, die graag claimt dat van Ik Jan Cremer twaalf miljoen exemplaren zijn verkocht, telt wegens gebrek aan harde bewijzen niet mee. Jos van Manen Pieters dan, de schrijfster van de christelijke streekromans? Of columnist Youp van ’t Hek? Nee, beiden verkochten vier miljoen boeken, een half miljoen minder dan kinderboekenschrijver Carry Slee en romancier Maarten ’t Hart.

Nee, het goede antwoord zou weleens Ester Verhoef (45) kunnen zijn, met ruim tien miljoen boeken. Haar zeven succesvolle spannende boeken onder eigen naam en de vijf actiethrillers met haar man Berry Verhoef onder het pseudoniem Escober haalden een gezamenlijke oplage van anderhalf miljoen exemplaren. En dan publiceerde Verhoef in ‘een vorig leven’ ook nog ongeveer zestig informatieve boeken over (huis)dieren, waarvan in totaal meer dan negen miljoen exemplaren werden verkocht.

Ook Verhoefs achtste thriller, De kraamhulp, wordt ongetwijfeld een bestseller. Het is een onvervalste oestrogeenthriller, met alle verplichte ingrediënten die bij het format horen. De hoofdpersonen zijn vrouwen en de sociale en maatschappelijk onderwerpen die worden aangesneden, zullen voor veel vrouwelijke lezers een feest van herkenning zijn.

De kraamhulp draait om drie jonge vrouwen: de enigszins labiele maar verder doodnormale Didi Vos die na een zware bevalling aan bed is gekluisterd, haar kraamverzorgster Hennequin Smith en Miriam de Moor, een politievrouw die worstelt met de plotselinge dood van haar broer.

De kraamverzorgster is een moordlustige psychopate met een krankjorem chic appartement die 50-euro-wijn drinkt en een door een telefoongesprek afgekoelde bestelmaaltijd in de vuilnisemmer kiepert om een nieuwe te bestellen, een hoofdpersoon kortom die op een aangename manier onaangenaam is.

De twee andere hoofdpersonen bieden wel volop kansen tot identificatie. De kraamvrouw is goedgelovig, dol op haar moeder en krijgt het aan de stok met haar echtgenoot, een lapzwans die er bij onenigheid snel in zijn auto vandoor gaat. De politievrouw eet pizza uit een kartonnen doos als ze te moe is om te koken en ze heeft een oogje op de stoere benedenbuurman. Dat ze stiekem onderzoek doet naar de dood van haar broer valt te billijken, want wie kijkt er verder nog naar deze verdachte maar afgesloten zaak om?

De verhaallijnen rond de drie vrouwen komen op ingenieuze wijze bij elkaar. Verhoef vertelt het verhaal bovendien effectief, in korte zinnen en in kleine hoofdstukken, met vaak prikkelende cliffhangers.

Veel lezers zullen struikelen over de talrijke passages met tepelkloven door verkeerd kolven, bekkeninstabiliteit en ander vrouwelijk ongemak. Maar zoals in een actiethriller bloed hoort te vloeien, zo kan een vrouwenthriller niet zonder feminiene identificatiemomenten.

Wat ook voorstelbaar lijkt, is dat producent en regisseur Reinout Oerlemans een fijne film ziet in De kraamhulp. Een kraamverzorgster die rotzooit met een baby, zo’n huiveringwekkend uitgangspunt kan wel eens volle zalen opleveren.