Dat je het lef hebt om zulke hoge prijzen te vragen

Wie bij aankomst direct een bezoek brengt aan het toilet, moet zich door de opgerolde handdoekjes naast de wasbak niet in de luren laten leggen: er is verder niets chics aan café George. Alles draait hier om de schone schijn.

De brasserie is dan ook vooral favoriet bij Jort Kelder vanwege het vrouwelijk schoon. We hebben geluk, het is niet druk, maar aan de tafel naast ons zijn vijf aantrekkelijke, jonge dames neergestreken. De dames blijken bij het personeel te horen. Ze laten zich net iets te hard ontvallen dat ze niet bijzonder onder de indruk zijn van de carpaccio. Maar de nieuwe bedrijfskleding is een veel belangrijker gespreksonderwerp.

Op de bijzonder krappe tafeltjes staan grote flessen plat- en bruiswater klaar. Niemand heeft daarom gevraagd en om elkaar aan te kunnen kijken tijdens het eten moeten we ze zelf maar ergens anders neerzetten. In de bediening treffen we twee vriendelijke heren: de donkere jongen met een hip gecoiffeerd baardje, de blonde met een kapsel dat, gestut door een volle bus haarlak, zeker vijftien centimeter vooruit steekt. Zij zijn duidelijk aangenomen op het plaatje, want knappe jongens, daar komen mooie meiden op af, en die lokken weer… Enfin, u begrijpt het.

We beginnen met een vitello tonato (14,-) en een ouderwetse garnalencocktail (14,-). Of liever gezegd shrimp cocktail, want de kaart is in het Engels, dat is handig voor de toeristen. Voor die veertien euro krijg je een flinke berg Hollandse garnalen en het ziet er geinig uit: uit het glas steken twee blaadjes witlof als bunny-oortjes. De garnalen zijn niet aangemaakt, er ligt een kwakje (prima) cocktailsaus op, dat is onhandig. Als je per ongeluk met de vork een sliert ijsbergsla van onderop te pakken hebt, ben je helemaal zuur, dan trek je alles in een keer over de rand. Maar soit, het smaakt wel. De tonijnsaus op de vitello ook, die is erg lekker zelfs. Jammer dat het kalfsvlees wat taai is. We drinken een pinot grigio (6,50) en een erg fruitige sauvignon blanc (6,-) waar verder weinig over te zeggen is.

De salade Niçoise met bliktonijn is goed te doen voor 11,50 (20,50 met verse tonijn, maar Japanse blauwvin eten we liever niet). De dooier van het halve ei erop is mooi lopend, maar wel ijskoud. De stukken rode ui veel te groot. Er zit wel een lekker mals ansjovisfiletje in en mooie fijne kappertjes.

Maar dan de steak tartaar (19,-). Die is helemaal kapot getrokken door de vleesmolen. Een compacte, kleffe plak farce, met ook nog eens veel te veel mayo erdoor. Een regelrechte misser. De ‘twister fries’ (leuk detail op de kaart, 3,-) zijn bij een tweede poging wel warm en lekkerder dan bij de Burger King, dat scheelt.

De hamburger komt goed medium rare van de houtskoolgrill, heel simpel met alleen een ringetje ui, een plakje tomaat en een lik mayo op een zoet, geroosterd bruin broodje. Lekker hoor. Maar hij kost wel 17,50! De gekoelde pinot noir (6,50) is weer niet om over naar huis te schrijven. Laat staan in de krant. Maar dat had Kelder ook aangekondigd.

De crème brûlée (7,-) is niet duur en hartstikke lekker. De lemon pie (7,-) is niet duur en verschrikkelijk smerig; die smaakt naar afwasmiddel.

Nu zult u denken ‘die Broekaert is wel érg streng dit keer’. Dat klopt. De hamburger was heel lekker hoor, en de Niçoise verder prima, maar als je het lef hebt om 27,50 te vragen voor een simpele tournedos (met friet en sla!), terwijl je nog niet eens een fatsoenlijke steak tartaar op tafel kan zetten, dan word ik recalcitrant. Met dat soort prijzen schep je hoge verwachtingen. En dit is hooguit middelmaat.

Dus doe zoals Jort Kelder adviseert: kijk uw ogen uit, maar drink uw wijn ergens anders en eet hooguit een Niçoise of een hamburger als het echt niet anders kan.

U kunt natuurlijk ook gewoon een mooie vrouw uitnodigen om ergens anders te gaan eten.