‘Cixi was China’s grootste vrouw’

In haar biografie van keizerin-moeder Cixi laat Jung Chang een China in de tweede helft van de 19de eeuw zien dat niet in verval was, maar juist werd klaargestoomd voor de moderne tijd. „Cixi was een autocraat die wilde onderhandelen.”

Jung Chang in Amsterdam: ‘Mao ontseksualiseerde de samenleving’
Jung Chang in Amsterdam: ‘Mao ontseksualiseerde de samenleving’ Foto Roger Cremers

De Chinese vrouw die in een lange cape van groene zijde de hotellobby aan een Amsterdamse gracht binnenstapt oogt bijna als een keizerin. Aan haar oren prijken fraaie oorbellen in de vorm van kleine waaiers, rijkelijk versierd met kostbare steentjes. Aan haar rechterhand een grote ring met parels, ook al een geliefd attribuut aan het keizerlijk hof. Alleen de kroon ontbreekt.

Het is duidelijk: Jung Chang (1952), de schrijfster die beroemd werd met haar beschrijving van de lotgevallen van haar grootmoeder, moeder en zichzelf in communistisch China in Wilde Zwanen, ziet er graag goed uit. Onder het maoïsme, dat ze zelf in haar jonge jaren aan den lijve ondervond, was dat voor vrouwen verboden. Het is een van de vele grieven die ze koestert tegen de Grote Roerganger.

„Mao ontseksualiseerde de samenleving”, zegt ze in Engels met een licht oosters accent. „We moesten allemaal vormeloze kleren dragen. Make-up was verboden. Ik was verplicht mannenwerk te doen en moest als elektricien werken. Is dat vooruitgang?”

Op haar nog bijna rimpelloze gelaat verschijnt een lach, waarin ongeloof en spot om voorrang strijden. De 61-jarige schrijfster wil maar zeggen dat Mao in elk geval niet degene was die de Chinese vrouw uit haar knellende onderdrukking heeft bevrijd, zoals de communistische propaganda doet voorkomen en ook velen in het Westen geloven. Die eer komt volgens Jung Chang veeleer toe aan de vrouw over wie zij net een boek schreef: keizerin-moeder Cixi. Zij was het die China in de tweede helft van de 19de eeuw op het pad van de modernisering zette.

Jung Chang noemt Cixi de grootste vrouw uit de Chinese geschiedenis. „Zij bracht China van de Middeleeuwen naar de moderne tijd door bijvoorbeeld een straf als ‘dood door 1000 messteken’ te verbieden”, zegt ze. „Maar ze maakte ook een begin met de aanleg van het spoorwegnet, introduceerde persvrijheid en stelde het land open voor buitenlandse handel. Dat alles verliep vrijwel zonder bloedvergieten, terwijl ze als vrouw helemaal niet werd geacht te regeren. Ze mocht de Verboden Stad in Beijing niet eens uit en kon alleen met mannen communiceren van achter een scherm.”

En: „Cixi zorgde ervoor dat de wortels van de Chinese cultuur bewaard bleven. Vandaag de dag lijkt China niet meer op China. De meeste plaatsen en steden lijken op een kleinsteedse versie van Amerika. Waar zijn de 4.000 of 5.000 jaar Chinese cultuur gebleven? De zichtbare tekenen daarvan zijn in een verbijsterend tempo verdwenen. Is dat wat we onder modernisering verstaan?”

Al toen Jung Chang onderzoek deed voor Wilde Zwanen, met dertien miljoen exemplaren een van de best verkochte non-fictieboeken ooit, stuitte ze op Cixi. Ze ontdekte dat de keizerin-moeder, die tientallen jaren kon regeren bij de gratie van het feit dat eerst haar eigen zoon en na diens vroege dood haar geadopteerde zoon minderjarig waren, als eerste bij edict de praktijk van de voetverminking bij meisjes verbood. Haar eigen grootmoeder was daar nog slachtoffer van geweest. Weliswaar was die tien jaar na het edict van Cixi geboren, maar in de provincie drongen nieuwe regels langzaam door. „Bij haar edict had de keizerin-moeder er uitdrukkelijk bij gezegd dat dit zo’n oude traditie was dat geen bruut geweld moest worden gebruikt om die voetverminking door te voeren. Dat is typerend voor haar. Cixi wilde niet met geweld hervormingen bewerkstelligen. De veranderingen verliepen geleidelijk. Heel anders dan bij Mao, onder wiens regime tientallen miljoenen Chinezen het leven verloren.”

Het contrast tussen Cixi en Mao, over wie Chang met haar echtgenoot Jon Halliday een kritische biografie schreef, inspireerde haar tot haar nieuwe boek. Daarin geeft ze een heel ander beeld van China in de tweede helft van de 19de eeuw dan gebruikelijk is. Meestal wordt dat tijdvak voorgesteld als een periode van verval, waarin China steeds meer concessies moest doen aan machtige westerse landen. Maar Jung Chang benadrukt dat Cixi China voor uiteenvallen behoedde en wist klaar te stomen voor de moderne tijd.

Maken individuele heersers werkelijk zo’n groot verschil? Zitten ze niet vast in een bepaalde tijd en een bepaald systeem? Cixi in het keizerrijk en Mao in het communisme?

„Na Mao twaalf jaar lang te hebben bestudeerd is mijn conclusie dat China zonder hem op geen stukken na zoveel zou hebben geleden. China zou dan overeenkomsten hebben met sommige Oost-Europese landen. Bepaald geen paradijs, maar ook niet zo heel slecht. De keizerin-moeder moest binnen het systeem werken, maar wist het toch fundamenteel te veranderen zonder dat het veel mensenlevens kostte, al kon ook zij soms meedogenloos zijn.”

Wat verwacht u van de nieuwe Chinese leiders?

„Het belangrijkste is de praktijk: wat doen ze? Blazen ze Mao’s beleid nieuw leven in of niet? Het lijkt erop dat ze sommige punten van Mao overnemen, al is er in werkelijkheid geen terugkeer mogelijk. Toch doet het me verdriet dat ze nog steeds vasthouden aan de mythe van Mao. Ik zie niet graag dat de leiders naar zijn opgebaarde lijk gaan kijken op zijn verjaardag. Maar ik begrijp wel dat Xi Jinping en zijn collega’s niet voelen voor drastische hervormingen. China is een immens land. Miljoenen hebben de dorpen verlaten en er is een zekere welvaart bereikt. Die moet niet meteen weer worden verspeeld.”

Xi Jinping lijkt niet zozeer in de voetstappen van Mao te stappen als wel in die van Deng Xiaoping? Vindt u dat bemoedigend?

In een variatie op de standaardfrase van de Chinese Communistische Partij over Mao, zegt ze: „Je zou kunnen zeggen dat Deng voor zeventig procent goed was en voor dertig procent fout. Natuurlijk, hij behoorde tot de kring van Mao’s medewerkers, dus hij draagt een deel van de verantwoordelijkheid. Het belangrijkste is dat hij het vuur liet openen op demonstranten op het Plein van de Hemelse Vrede. Desondanks heeft hij China na Mao’s dood ingrijpend veranderd en een geweldige bijdrage geleverd aan de toegenomen welvaart. Zonder hem zouden de liberalisering en de invoering van de markteconomie niet zo ver zijn gegaan en zonder hem zou men niet zoveel belang hebben gehecht aan het verhogen van de levensstandaard. Maar zijn nalatenschap houdt ook in dat de Communistische Partij aan zijn machtsmonopolie blijft vasthouden.”

Cixi maakte zich tegen het eind van haar leven sterk voor een gekozen parlement, maar veel kwam daarvan niet terecht.

„Ik zou Cixi geen democraat noemen. Ze wilde een constitutionele monarchie, waarbij de vorst veel macht in handen houdt. Ze was een autocraat die bereid was te onderhandelen. Onder pressie was ze bereid concessies te doen.”

China is nog altijd geen democratie.

„Dat klopt, maar er zijn veelbelovende trends. Zo werden functionarissen na protesten van de bevolking ter verantwoording geroepen vanwege een aantal onnodige treinongelukken. Andere protesten leidden ertoe dat geplande chemische fabrieken zijn geschrapt. Dat toont aan dat de leiders bereid zijn tot concessies als ze zien dat dingen impopulair zijn.”

Kan het meer worden dan protesten?

„De trend blijft: morrel niet aan het machtsmonopolie van de partij. En de repressie gaat door. Zojuist nog is er iemand gestraft voor zijn campagne tegen corruptie.”

Veel mensen gaan ervan uit dat China binnen een paar decennia het machtigste land ter wereld zal zijn. Wat betekent dat voor China en de wereld?

„Zelfs economisch kan China niet zonder de handel met het Westen en zonder zijn grondstoffen. Militair gezien is China bovendien geen partij voor Amerika. En ik denk ook niet dat China oorlog wil voeren. Het regime zou er zelf als eerste door vallen. Denk aan al die een-kindfamilies. Als er één persoon sterft, heeft dat geweldige gevolgen.”

Dat is dan een prettig bijeffect van die een-kindpolitiek?

„Inderdaad. Ik denk dat de Chinezen eerder toeristen zullen worden. Dat is nieuw voor hen en ik gun het ze.”

Een machtig China kan de wereld moreel ook corrumperen?

„Het zou kwalijk zijn als China zich sterk genoeg voelt om niet naar de rest van de wereld te luisteren en repressiever zou worden. Maar dat zie ik niet zo snel gebeuren, want er is enorm veel steun in China voor de morele kant van de dingen. Die kunnen de leiders niet negeren. Het morele model van de leiders kan de diep gewortelde westerse waarden niet vervangen.”

Bezoekt u China nog regelmatig?

„Sinds de publicatie van mijn Mao-biografie zijn mijn bezoeken aan China door de autoriteiten beperkt. Maar omdat mijn moeder er nog woont, die in de tachtig is en kwakkelt met haar gezondheid, staat het regime me zo nu en dan toe een paar dagen bij haar door te brengen.”

Als de autoriteiten soepeler zouden worden, zou u dan overwegen weer in China te gaan wonen?

„Nee, ik woon in Londen. Daar leeft mijn echtgenoot, daar staat mijn huis. Ik houd ook van de sfeer, de vrijheid en de belangstelling voor morele kwesties. China verbiedt bovendien nog steeds mijn boek.”

Een treurig lot voor een schrijver?

Bedachtzaam kijkt Jung Chang, die in het verleden heeft gezegd dat haar hart nog altijd in China ligt, voor zich uit, de handen gevouwen tussen haar knieën. „Dat is het ook”, zegt ze dan. „Als er iets verdrietigs in mijn verder zo prettige leven is, dan is het wel dat mijn boeken verboden zijn in China en dat ik daar nooit zo’n gelukkig leven zou kunnen leiden als in Londen.”