China is uit op respect, erkenning en vooral invloed

De Zuid-Chinese Zee is de belangrijkste geopolitieke zee ter wereld. Geen wonder dat in de boeken over de nieuwe wereldorde de ambities van de Chinese marine prominent figureren.

Als het oosten rood gloort, zoals het maoïstische lied wil, komen op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor iedere dag om zes uur ’s ochtends commandanten en analisten van de Amerikaanse vloot bijeen. ‘Het gaat sinds een paar jaar iedere dag, maar dan ook echt iedere dag, over het oprukken van de Chinese marine en met name hoe China in de Zuid-Chinese Zee opzettelijk en stapsgewijs rechten claimt die grotendeels zijn gebaseerd op verzinselen. Zij nemen de macht over’, zei James Fannell, plaatsvervangend directeur van de inlichtingendienst van USPAFLT (United States Pacific Fleet) onlangs in het Amerikaanse Congres.

Vorige week nog ging in het Amerikaanse marinehoofdkwartier het digitale alarm op de radarschermen af. Dat gebeurde ook in Indonesië en Australië toen opeens drie Chinese oorlogschepen via de Straat van Soenda richting Australische noordkust kruisten. Australië stuurde verkenningsvliegtuigen. De Chinese fregatten Wuhan en Haikou voeren terug via de nauwe Straat van Lombok tussen Bali en Lombok – bij het duikersoord Amed konden toeristen de schepen fotograferen – en de Straat van Makassar bij Borneo.

Het was – en daarom ontstond er onder Amerikaanse en Oost-Aziatische militaire strategen enige opwinding – voor het eerst dat China gebruik maakte van de Indonesische zeeroutes om een demonstratie te geven van nieuwe maritieme spierkracht. Al eerder had de steeds assertievere Chinese marine ‘shows’ gegeven in de Straat van Soya tussen het Japanse Hokkaido en het Russische eiland Sakhalin.

De boodschap was duidelijk: de spanningen in Oost-Azië over de Chinese opmars lopen snel op. China ontpopt zich niet alleen als een economische, maar ook als een militaire grootmacht. China accepteert de decennia oude Amerikaanse dominantie in de Stille Oceaan niet langer, zeker niet in ‘onze zeeën’ en dan gaat het over de Oost-Chinese en de Zuid-Chinese Zee. Strategische wateren die rijk zijn aan grondstoffen en vis en die beschouwd kunnen worden als slagaders van de wereldeconomie, vandaar dat de Zuid-Chinese Zee de belangrijkste geopolitieke zee van de wereld heet te zijn.

Niet verwonderlijk dat met de snelheid waarmee China groeit en fregatten en onderzeeërs bouwt, er boeken over de nieuwe wereldorde verschijnen waarin de ambities van de Chinese marine prominent figureren. Uit een recente stapel is mijn favoriet The Contest of the Century van Geoff Dyer, oud-correspondent van The Financial Times in Shanghai en Beijing en nu gestationeerd in Washington DC. Daarnaast is het deels overlappende Het Aziatische Kruitvat van Robert Kaplan interessant omdat de auteur, die zich global thinker laat noemen, het strategisch belang van de Zuid-Chinese Zee scherp in beeld brengt. En tenslotte vanwege het Europese perspectief, het nieuwe, kloeke boek van de Belgische Jonathan Holslag dat hij de Kracht van het Paradijs heeft genoemd.

De Britse journalist Dyer is van dit drietal het best ingevoerd in de Chinese mentaliteit, het eeuwenoude nationalisme en de ambities van de vaak onzekere Chinese Communistische Partij, en hij heeft goede bronnen in Washington DC. Dyer schrijft strakker en duidelijker dan Holslag, die een nogal breedsprakerige tour d’horizon langs ‘complexe kwesties’ maakt, voordat hij bij zijn betere hoofdstukken over de Aziatische wapenwedloop komt.

In ieder recent boek over de opmars van China moet uitvoerig de snelle groei van de Chinese marine besproken worden. Marines zeggen veel, zo niet alles over de geopolitieke bedoelingen, de ambities en beslist ook de strategische onzekerheden van een land. Opkomende en heersende machten zijn altijd de zee opgegaan of zijn daar dominant aanwezig. Marines zorgen behalve voor veilige aanvoerroutes bovendien voor grandeur, status en innovatie.

Zowel Dyer als Kaplan en Holslag zien de rivaliteit tussen China en de VS als de nieuwe drijvende kracht in de wereldpolitiek die de globalisatie als spelbepaler vervangt. Die rivaliteit, die zich uitstrekt tot alle internationale kwesties, tekent zich het scherpst af in de Oost-Chinese en vooral de Zuid-Chinese Zee.

Conflict

Voor Europeanen, die volgens Kaplan een te zachtmoedige en te vredelievende kijk op de wereld hebben, is het misschien moeilijk te begrijpen dat Azië zich ontwikkelt tot een nieuwe, ook voor de Europa belangrijke arena. Een openlijk conflict op een van de Chinese zeeën over rotsachtige eilanden kan grote gevolgen hebben voor de Europese economie. Een arena bovendien, waar als directe reactie op de Chinese opmars een ongekende wapenwedloop op gang is gekomen en waar de Amerikaanse dominantie als gevolg van groeiende Chinese hindermacht niet langer vanzelfsprekend is. ‘Een speelbad dus voor opkomende zeemachten, waar grote economische en militaire belangen in het geding zijn’ noemt Holslag de Zuid-Chinese Zee.

Dyer laat zien dat macht niet alleen mensen, maar ook landen verandert, China niet uitgezonderd. Natuurlijk is er geen Chinees oorlogsplan; China heeft in tegenstelling tot voormalige Europese grootmachten geen imperialistische plannen, geeft in dollartermen minder uit aan defensie dan de VS en streeft niet naar werelddominantie.

Niettemin beschikt China als nieuwe grootmacht over een speciale energie die zich vertaalt in grote projecten, grote steden en grensoverschrijdende ambities. Hoe luid China ook roept uitsluitend vredelievende bedoelingen te hebben, nieuwe grootmachten zijn uit op respect, erkenning en invloed. Vergeet de retoriek, waarschuwt Dyer. China wil het internationale systeem in haar voordeel beïnvloeden. Dat gebeurt op zijn Chinees, dus indirect, geleidelijk en het liefst ook zonder al te veel publiciteit. ‘De bedoeling is de strijd te winnen zonder een schot te lossen, het gaat om het veranderen van de strategische balans, niet om de totale overwinning’, aldus Dyer.

Holslag vreest dat de 21ste eeuw in Azië net zo turbulent en gewelddadig zal worden als de 20ste eeuw in Europa was. Echt overtuigen doet hij niet: China is niet te vergelijken met Duitsland, laat staan Japan. China heeft bij een openlijk conflict geen belang, sterker nog, zoiets kan de Communistische Partij ondermijnen. Bovendien heeft geen ander land ter wereld zo geprofiteerd van het feit dat de Amerikaanse vloten de belangrijkste zeeroutes controleren en beveiligen. Onder het regenscherm van de Amerikaanse marine kon en kan China zich ontwikkelen tot ’s werelds grootste export- en handelsnatie.

Het is wél waar dat de professionelere generaals en admiraals in Beijing niet meer zo naar de zee- en landkaarten kijken. Van het cruciale, strategische feit dat acht van de tien geïmporteerde vaten olie via de nauwe, door de VS gecontroleerde Straat van Malakka worden vervoerd, krijgen zij nachtmerries. Het feit dat de Straten van Soenda, Lombok en Makassar en de routes naar de Australische mijnen kunnen fungeren als Amerikaanse checkpoints en dat Amerikaanse vloten de lichten kunnen zien van Dalian, Shanghai en andere havensteden wordt als vernederend ervaren. Daaruit worden ook de argumenten geput om de Amerikaanse invloed terug te dringen.

Japan, Zuid-Korea, de Filippijnen en zelfs communistisch Vietnam bezien de opmars van China met toenemende vrees en gecamoufleerde achterdocht. In de vorm van reportages uit de Zuid-Chinese Zee omringende gebieden, zoals Borneo, Hanoi en het Maleisische Sabah maakt Kaplan duidelijk dat de ‘kleine buren’ klem zitten tussen welbegrepen handelen met China en hun gevoel van onveiligheid.

Rijzende rest

Wat China ook doet, echt bevriend raken met de buren lukt slecht. Chinese agressie uit het verleden speelt een grote rol, maar ook het Chinese eenpartijsysteem zonder interne checks and balances wordt gewantrouwd. De Duitse kanselier Bismarck wist dat als je vijf buren hebt, je minstens met drie op goede voet moet verkeren. In die zin is de Chinese diplomatie en de projectie van soft power niet succesvol. Voordeel is wel dat geen van de Aziatische buren zich ooit openlijk tegen China zal keren.

Dyer, Kaplan en Holslag zijn het met elkaar eens dat de VS, en volgens de Belg ook Europa, niet het onderspit hoeven te delven in de door China gedomineerde eeuw van Azië. In de eerste plaats hebben de VS en Europa goede kaarten om dankzij goed onderwijs en een innoverend bedrijfsleven te profiteren van ‘de rijzende rest’ van de wereld. Vooral in Azië beschikken de VS over trouwe bondgenoten

Dat China niet alleen een economische, maar ook een financiële macht zal worden, juichen zij toe. De komende tien jaar zal tussen de 1000 en 2000 miljard dollar aan Chinees kapitaal naar Afrika, de VS en Europa stromen. Grotere Chinese invloed kan ook leiden tot een beter bestuur van het internationale financiële systeem, dat begrijpelijkerwijze in Chinese ogen verbijsterend slecht werd gemanaged.

Volgens Dyer hebben de VS, Europa en Japan ook andere mogelijkheden om het Chinese staatskapitalisme met zijn groeiende strijdkrachten partij te geven. Trans-Atlantische en Pacifische handelsakkoorden tussen de VS en Europa en de VS en het niet-Chinees Oost-Azië kunnen een antwoord vormen, want die omvatten veertig procent van de wereldeconomie.

Kaplan, de militaire denker, pleit er voor dat de VS ernst maken met het plan van Barack Obama en Hillary Clinton om de Amerikaanse buitenlands politieke prioriteiten te verleggen van het Midden-Oosten naar het Verre Oosten. Van dit in 2010 aangekondigde speerpunt komt nog weinig terecht omdat de VS zich niet van het Midden-Oosten kunnen of willen losmaken. Maar daar lijkt met de recente en komende reizen van Kerry en Obama naar Azië verandering in te komen.

Holslag, die zich ontpopt als een Europese federalist van het slag Verhofstadt, zoekt het in meer Europese eenwording waardoor voorkomen kan worden dat China Europese landen tegen elkaar uitspeelt. Hij pleit in een nogal dromerig, pamflettistisch slothoofdstuk ook voor een herleving van het humanisme. Behalve dat zijn boek een strengere eindredacteur had verdiend, klinkt zijn pleidooi voor meer Europese eenheid, van ver buiten Europa gezien, nogal onrealistisch.