Ambtenaar eet baby – je kunt er maatschappijkritiek in zien

Een roman kan een detective, parodie, een dronkenmansverhaal zijn. De Chinese Nobelprijswinnaar bespot de corrupte consumptiemaatschappij tot het uiterste.

Mo Yan in Beijing, 2009 Reuters
Mo Yan in Beijing, 2009 Reuters

Legendes, slachtpartijen, verhandelingen over vogels en wijn, literaire referenties, politiek, seksuele fantasieën, waanbeelden, folklore en nog veel meer – in De wijnrepubliek is Mo Yan, de Chinese schrijver die in 2012 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, als verbeeldingsrijke verteller weer goed op dreef.

In De wijnrepubliek wordt onderzoeksofficier Ding Gou’er naar het land Drankrijk gestuurd om de geruchten van babyconsumptie te onderzoeken. Al snel raakt hij verzeild in een decadente wereld van drank, eten, seks en moord. Dat verhaal wordt afgewisseld met brieven van Li Yidou, een promovendus aan de Alcoholuniversiteit van Drankrijk die schrijver wil worden, aan het personage Mo Yan, die net als in het echt schrijver van Het rode korenveld is. Li Yidou stuurt zijn verhalen, onder meer over ‘vleeskinderen’ die speciaal voor de verkoop worden ‘gekweekt’, naar deze Mo Yan, zijn ‘meester’. De antwoorden en het commentaar op die verhalen van Mo Yan aan Li krijgen we ook via brieven voorgeschoteld.

De roman begint vrij rustig als soort detective, maar ontwikkelt zich allengs tot een gigantische parodie. Al snel blijkt het verhaal van Ding Gou’er de roman te zijn die het personage Mo Yan aan het schrijven is. De verhalen van Li Yidou en die over Ding Gou’er grijpen steeds meer in elkaar; Mo Yan blijkt te zijn vastgelopen met het schrijven van zijn roman en laat zich schaamteloos ‘inspireren’ door wat hij leest van Li.

De detective Ding Gou’er, de aspirant-schrijver Li Yidou, de schrijver Mo Yan, universiteitsdocenten, regeringsambtenaren, serveersters, een chauffeuse, een door zaken rijk geworden dwerg – iedereen wordt op de hak genomen, niemand is wat hij lijkt te zijn en alle personages in De wijnrepubliek zijn ronduit antipathiek. Nu zijn de personages in Mo Yans werk zelden sympathiek, maar hier ontpoppen zelfs de baby’s die als vlees worden verkocht en met wie je geneigd bent medelijden te hebben, zich tot onmenselijke wezens.

Door de provocerende stijl en inhoud zou je De Wijnrepubliek kunnen omschrijven als een satirische veroordeling van de excessieve, corrupte consumptiemaatschappij. Een mooi voorbeeld daarvan is de ‘Kookles’, waarin wordt beschreven hoe voor een volle collegezaal van de universiteit van Drankrijk een slapend kind wordt bereid. Tijdens de les wordt er gefilmd en later zal het kind worden gegeten. Met andere woorden, de baby wordt drie maal geconsumeerd: als lesmateriaal op de universiteit, als entertainment op de televisie en ten slotte als voedsel.

Het verbaast dan ook niet dat de oorspronkelijke roman, zoals Mo Yan hem rond 1990 schreef, in China in eerste instantie niet werd uitgegeven, omdat de inhoud te gevoelig lag. Universiteitsdocenten die baby’s bereiden en ambtenaren die zich te goed doen aan alcohol en babyvlees – je kunt er maatschappijkritiek in zien.

In de huidige vertaling van Yves Menheere, gebaseerd op de Chinese editie uit 1999, ontbreken de verwijzingen naar de onderdrukking op het Tiananmen-plein in 1989, die wel in een eerdere Nederlandse vertaling uit 2002 stonden, gemaakt uit het Engels (op basis van de Taiwanese uitgave). Ook het oorspronkelijke Joyceaanse einde, een paar pagina’s van onuitgewerkte passages zonder interpunctie, waarin controversiële onderwerpen als de Grote Sprong Voorwaarts en de één-kindpolitiek werden genoemd, zijn in alle Volksrepubliek-edities vervangen.

Censuur komt ook zijdelings in de roman aan de orde. Li Yidou lijkt nobele motieven te hebben als schrijver, omdat hij misstanden in Drankrijk aan de kaak wil stellen, maar Mo Yan levert de nodige kritiek op zijn werk, dat ongepubliceerd blijft, en moedigt hem in feite aan tot meer zelfcensuur, als hij wil worden gepubliceerd: ‘We leven in een conformistische tijd’. Li’s antwoord daarop luidt: ‘Mijn probleem is dat ik mijn te rijke fantasie te vaak laat gaan, waardoor ik afdwaal en tegen alle grondbeginselen van de literatuur inga.’ Dat geldt in feite voor de hele roman, die weinig houvast biedt: wat waar is en wat fantasie, lijkt binnen de absurde wereld van het boek voortdurend te veranderen.

De Wijnrepubliek is bij vlagen komisch, walgelijk, intrigerend, verwarrend, irritant, lyrisch, zwartgallig en belachelijk. Het is zo wisselend van toon dat je soms het idee krijgt dat het is geschreven door een dronkaard – en ook dat lijkt weer de bedoeling, want wanneer het personage Mo Yan in het laatste hoofdstuk Li Yidou in Drankrijk gaat opzoeken, ligt hij al snel dronken onder tafel. Waarschijnlijk is dat ook de beste manier om het boek te lezen: als een feestje waar de drank rijkelijk vloeit. De volgende dag zie je dan wel of je met een kater wakker wordt.