Alles voor die trip

De instrumentale stonerrockband Monomyth maakt van elk optreden een muzikale ruimtereis // Frank Provoost volgde de band op de terugweg van Nijmegen naar Den Haag, mét coördinaten // „We zijn vijf nerds

Illustratie Thinkstock

51.912085, 5.182371 (01.06 u)

Er flitsen felle witte strepen langs de ramen. Zou dat betekenen dat we nu optrekken tot lichtsnelheid? En dat gebliep, is dat de boordcomputer die op hol slaat? En wat te denken van die vierkante gele blokjes die de bemanning voortdurend inneemt: ruimtevoeding?

Dat krijg je ervan, na een dag met stonerrockers Monomyth.

Want deze dinsdagnacht suizen we niet door de kosmos, maar over een verlaten A15, richting thuisbasis Den Haag. Terwijl het cassettedeck van de bandbus onbegrijpelijke piepknars-klanken uitspuwt, turen vijf muzikanten naar de strepen op de snelweg, onder het genot van blokjes kaas. Ze hebben zojuist de bijna uitverkochte concertzaal Doornroosje in Nijmegen een enkeltje buitenaards leven bezorgd.

52.07216, 4.310156 (14.21 u)

In de spouwmuren van de Sahara Sound Studio is zand gestort om de buurt te beschermen tegen alle herrie die in het pand aan de Haagse Lepelstraat wordt gemaakt.

Zodra gitarist Thomas van den Reydt de witte bus voorrijdt, beginnen de bandleden enorme versterkers en instrumenten in te laden. Er ontbreekt één doorgaans cruciaal onderdeel: een zangversterker. Niet nodig, verklaart drummer Sander Evers terwijl hij de laadruimte zo efficiënt mogelijk vol weet te tetrissen met orgels, trommels en speakerkasten.

Monomyth maakt namelijk instrumentale space kraut stonerrock. Evers: „Waar moeten we over zingen: revolutie, liefdesverdriet, ellende?” Toetsenist Peter van der Meer: „Alles is al geschreven. Ik heb het wel gehad met liedjes.” Bassist Selwyn Slop: „Elk nummer is een muzikale reis. Zoals Jerry Garcia van The Grateful Dead zo mooi zei: wij hoeven niet hoog op een podium aan het publiek te laten zien hoe bijzonder we zijn. Laten we samen de bubbel in gaan en met zijn allen die trip maken.”

En hoewel dat allesbehalve radiovriendelijke hits oplevert, heeft de band ‘niets te klagen’. Over een maand staat de band in Paradiso, zojuist nog is de Haagse Koninginnenach bevestigd.

52.022078, 5.058775 (16.03u)

Op die trip, zegt Evers net voorbij Utrecht, is alles gericht: ook de lichtshow, platenhoezen en bandfoto’s. „Het gaat om het collectief. Daarom zeggen we ook nooit iets tegen het publiek.”

„Wij zijn vijf nerds”, zegt Slop. „Een titel als ‘The Groom Lake Engine’, die heb ik rechtstreeks van Discovery Channel.” Dat verklaart ook songtitels als ‘Huygens’ en ‘Vanderwaalskrachten’, legt Evers uit. „Vanderwaalskrachten zorgen ervoor dat een gekko aan de muur blijft plakken, een prima metafoor voor onze muziek. Als kind zat ik al in encyclopedieën te bladeren. Tegenwoordig is dat natuurlijk Google en Wikipedia.”

Er volgt een klein college over de bandnaam. „Volgens de Amerikaanse schrijver Joseph Campbell zijn alle grote verhalen – van de Bijbel tot Star Wars – op dezelfde manier opgebouwd: een jongetje krijgt het lot van de wereld op zijn schouders geworpen en trotseert allerlei gevaren. Campbell bedacht een schema inclusief percentages van elementen van zo’n heldenreis: de monomyth.” Is dat niet een tikkie hoogdravend? „We zijn zeker geen pretentieloze band. Maar ik schrijf liever een zwaar boek dan een doktersromannetje.”

Evers: „Het moet een duikvlucht zijn waarin alles laag voor laag is opgebouwd.”

51.830805, 5.86028 (17.48 u)

Tijdens de soundcheck in Doornroosje klinkt dat zo: eerst laat Tjerk Stoop zijn synthesizers ruisen als een ruimtestorm. Dan tovert hij het geluid van een meteorietenregen uit zijn laptop. Na wat schimmig gitaargetokkel van Van den Reydt stroomt Slops monotone baspartij de zaal in. Pas als Evers voorzichtig gaat mee-drummen, voegt Van der Meer gedoseerde porties orgel-onheil toe. We have lift off. En dit is de warming-up.

Maar dan weet Wooden Shjips, de Amerikaanse band waarvan Monomyth vanavond het voorprogramma verzorgt, de magie snel te doorbreken. Dankzij een kapotte bus is de band veel te laat uit München aangekomen. Die stress is slecht voor het humeur. Ze eisen dat het podium – waar hun schamele apparatuur makkelijk op past – voor de soundcheck helemaal wordt leeggeveegd. Het argument van de overspannen tourmanager: „Ik ben al vanaf acht uur op.” Evers: „Ik half zeven. Ik moest mijn dochters naar school brengen.” De geluidsman gaat toch overstag. Gelaten begint Monomyth met afbreken.

51.830805, 5.86028 (20.30 u)

De wraak is zoet. In het zwart, met het witte licht in de rug, betreedt Monomyth het podium. De dubbelloops Gibson SG die Van den Reydt omhangt, ziet er indrukwekkend uit. Hij speelt er zo nonchalant op dat het lijkt of hij op zijn slaapkamer staat te oefenen. Niemand gaat zich te buiten aan overdreven geroffel, gesoleer of geposeer. Iedereen speelt in dienst van de drone (een toon of akkoord dat voortdurend herhaald wordt, red.). Het is bijna Kraftwerk voor rockers.

Maar de opener ‘Vanderwaalskrachten’ doet de zaal aan het podium plakken. De eerste rijen wiegen heen en weer, steeds vaker met gesloten ogen. Zodra de dampende jam in een panische climax ontploft, bevindt Nijmegen zich in een baan om de aarde. In die loeiharde stukken geven flikkerende stroboscopen het laatste zetje voor een geslaagde hypnose. Na een gezamenlijke bandbuiging barst de bubbel en staat Doornroosje weer met beide benen op de grond. Daar zal Wooden Shjips, dankzij een zompig geluid en kwakkelende invaldrummer, geen verandering meer in brengen.

Evers is tevreden, maar heeft één kanttekening. Veertig minuten voor drie nummers, dat is te kort. „We konden niet echt de diepte in.”