Ziekteverwekkers van honingbij zijn overgesprongen naar hommels

De parasiet en het virus die honingbijen verzwakken, verspreiden zich inmiddels ook onder wilde hommels.

Twee ziekten die sinds circa twintig jaar Europese honingbijen verzwakken, hebben ook wilde hommels besmet. Dat blijkt uit veldonderzoek in Groot-Brittannië dat vandaag is gepubliceerd in Nature.

In verschillende Europese landen, waaronder Nederland, zijn hommels en wilde bijen de afgelopen eeuw achteruit gegaan. Dat wordt aan meerdere oorzaken toegeschreven, zoals verlies van natuur met bloeiende planten, verlies van nestgelegenheid en bestrijdingsmiddelen.

Sinds 15 à 20 jaar is er ook onder honingbijen (van imkers) meer sterfte. Deze bijen kampen met dezelfde problemen als wilde insecten, bovendien zijn ze vaker dan vroeger besmet met bijenziekten.

Die bijenziekten zijn een extra bedreiging voor de wilde insecten, concludeert een Brits onderzoeksteam. Ze verzamelden in 26 Britse velden honingbijen en wilde hommels, en testten ze op twee ziekteverwekkers.

De belangrijkste is het deformed wing virus (DWV). Dat virus is niet nieuw in Europa, maar is agressiever geworden na de komst van de Varroamijt in de jaren tachtig. DWV veroorzaakt misvormde vleugels bij bijen en hommels, en verzwakt ze. De onderzoekers zochten ook naar de geïntroduceerde parasiet Nosema ceranae. Die besmet veel bijenvolken, maar doodt ze in West-Europa niet.

Niet alleen honingbijen bleken met DWV besmet (32 procent), maar ook wilde hommels (4 procent). Met Nosema was 7 procent van de hommels en bijen besmet. Aan het DNA van de ziekteverwekkers was te zien dat honingbijen en hommels de ziektes naar elkaar overbrachten. „Een heel goede studie”, oordeelt de Wageningse bijenonderzoeker Sjef van der Steen. „Het is een extra waarschuwing voor imkers om Varroamijt te bestrijden.”

Hoezeer de ziektes bijdragen aan de neergang van wilde hommels, is niet bekend. En of Nederlandse hommels ook besmet zijn, is niet onderzocht.