Wie oh wie heeft er plek voor een kindermisbruiker?

Gisteren was het weer onrustig voor de flat van Benno L. Kán een pedofiel wel succesvol terugkeren in de samenleving? „We lijken terug in de middeleeuwen”, zegt reclasseringsdirecteur Van Gennip

Je kunt ze opjagen, verbannen, verketteren. Maar je hebt er niets aan, zegt Sjef van Gennip, algemeen directeur van Reclassering Nederland. „De gevolgen zijn dat ze zich volstrekt aan de waarneming van wie dan ook onttrekken.”

Hoe het nu moet met de huisvesting van veroordeelde pedoseksuelen, daar overlegt het Openbaar Ministerie binnenkort over met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Nederland Genootschap van Burgemeesters en de reclassering. Sinds zaterdag duidelijk werd waar de veroordeelde pedoseksueel Benno L. woont, vinden er protesten plaats voor zijn woning. In eerste instantie wilde geen enkele gemeente L. opnemen. Burgemeesters zijn bang voor slechte publiciteit en boze burgers. Van Gennip vindt het jammer. „Ik denk dat de samenleving onverdraagzamer is geworden.”

Baart dat u zorgen?

Van Gennip: „Ja, ik maak me daar grote zorgen over. Ik vind het soms beschamend dat mensen, zoals deze week bij Pauw en Witteman, dreigen het heft in eigen hand te nemen. Ik heb wel eens gezegd: we lijken wel terug te zijn in de Middeleeuwen waar we mensen op de brandstapel zetten op het midden van het dorpsplein.”

Hoeveel veroordeelde pedoseksuelen plaatsen jullie per jaar?

„We hebben in totaal een paar honderd mensen met dit soort delicten onder toezicht. Enkele tientallen mensen op jaarbasis moeten door ons geplaatst worden. Bij een stuk of vijf is dat echt een probleem.”

Hoe gaat zo’n plaatsing in zijn werk?

„Iemand die vrijkomt gaat in principe terug naar de gemeente waar hij of zij voor die tijd woonde. Burgemeesters zijn daartoe verplicht. In een aantal gevallen wordt het moeilijker. Bijvoorbeeld in een zeer kleine gemeenschap. Of als het bijna onmogelijk is uit de buurt van slachtoffers te blijven. Dan begint de grote zoektocht.”

Hoe vaak is Benno L. afgewezen?

„Het zijn geen tientallen gemeentes geweest, maar we zijn bij een behoorlijk aantal gemeentes in het zuiden van het land langs geweest.”

Burgemeester Lenferink zei: deze boze reacties zijn het bewijs dat stilhouden misschien toch het beste is.

„Uiteindelijk de afweging van de desbetreffende burgemeester. Alleen hij kan die maken. Ik denk dat je het in dit soort gevallen nooit goed kan doen.”

U heeft zich eerder uitgesproken om open te zijn naar omwonenden toe als ergens een pedoseksueel komt wonen. Hoe maak je die afweging?

„Dat is een heel lastige vraag. Ik knip hem altijd in tweeën. Op het moment dat de zoektocht naar een woonplaats begint, kies ik voor beslotenheid, met name omdat je dan in alle rust kunt kijken waar iemand kan wonen. Als je in die fase een publiek debat voert, krijg je nooit iemand ondergebracht. Op het moment dat het gelukt is, zul je, zeker in dit soort bekende zaken, vroeg of laat de buurt moeten informeren. Ik vind wel dat je de groep klein moet houden. Aan de overkant van de stad hoeven ze het niet te weten.”

Is het niet naïef om te denken dat dit soort informatie binnen een kleine kring blijft?

„Ik geloof bij bekende namen ook niet dat je dat onder de pet kunt houden, dus dat moet je ook helemaal niet willen. Bij lichtere vergrijpen en als niemand de dader kent, dan moet je het de buurt niet vertellen. Daar heeft niemand belang bij.”

Hoe vaak leidt plaatsing tot onrust in de buurt?

„Ik heb geen exacte aantallen. Het gaat om zo’n vijf of zes gevallen per jaar. Het lost zich meestal vanzelf op doordat de buurt goed wordt geïnformeerd. Dan blijft er een aantal gevallen over die in de publiciteit zeer tot de verbeelding spreken, zoals afgelopen week het geval was.”

U zei maandag in Nieuwsuur dat er ook burgemeesters zijn die Benno L. geweigerd hebben om ‘niet-valide redenen’.

„Ik bedoel daarmee dat ik heb gemerkt dat burgemeesters soms bang zijn voor publiciteit. Dat ze op basis daarvan al op voorhand een inschatting maken: ‘Dit gaat een hoop gedoe geven, dat wil ik niet.’”

Vindt u dat deze burgemeesters meer onder druk gezet moeten worden om dit soort mensen wel op te vangen?

„Ik ben niet zo van druk zetten, omdat je daar het echte probleem niet mee oplost. Het is wel eens geopperd om een commissie op te richten die dan tegen burgemeesters moet zeggen: ‘Nu bent u aan de buurt om deze meneer op te nemen.’ Dat is mij te kort door de bocht, omdat je per zaak moet bekijken of die man bij die plaats de juiste match is.”

Dat zou een commissie toch ook kunnen afwegen?

„Dat is op de zaken vooruit lopen. Eerst moeten we in overleg met de VNG, het OM, en het Nederlands Genootschap van Burgemeesters. Samen moeten we in kaart brengen wat de spelregels zijn om iemand te plaatsen: dit zijn de risico’s en in die omgeving zou hij wel kunnen wonen. Als dat niet is in de gemeente waar hij vandaan komt, dan hoop ik dat er een zodanige loyaliteit ontstaat dat burgemeesters zeggen: ‘Oké, deze keer doe ik het.’”

Loyaliteit, daar zit geen verplichting aan vast.

„Het klinkt misschien wrang, maar ik heb het vertrouwen dat met de hele affaire Benno L. een maatschappelijk debat op gang is gekomen, waarbij verstandige mensen positie kiezen en zeggen: we moeten dit samen oplossen, want dit kan zo niet langer.”