Wat doen we met Oekraïne?

Het Westen aarzelt over de beste manier om de Oekraïense regering te benaderen Wat werkt beter: sancties of gesprekken? Ook Rusland heeft weinig controle over de situatie

Rook stijgt op boven het Onafhankelijkheidsplein in Kiev, waar wordt gedemonstreerd tegen de regering.
Rook stijgt op boven het Onafhankelijkheidsplein in Kiev, waar wordt gedemonstreerd tegen de regering. foto reuters

Terwijl Oekraïne de bloedigste fase doormaakt van de nu al maanden durende politieke crisis, blijft het Westen onmachtig. De Europese Unie en de Verenigde Staten blijven aarzelen of ze president Viktor Janoekovitsj hard moeten laten vallen en bestraffen, of dat ze met hem moeten blijven praten.

De twee meest actieve EU-landen in de kwestie-Oekraïne – Duitsland en Polen – dreigen met sancties tegen Janoekovitsj en zijn bondgenoten. EU-buitenlandcoördinator Catherine Ashton heeft een spoedzitting belegd van Europese ministers van Buitenlandse Zaken, vandaag in Brussel.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier zei dat zij die in Oekraïne verantwoordelijk zijn voor „verder bloedvergieten”, moeten weten dat „de terughoudendheid die Europa tentoon heeft gesteld bij de beslissing over sancties tegen [specifieke] personen, dan zeker opnieuw wordt overwogen”.

De Poolse premier Donald Tusk, die zei te vrezen voor een „burgeroorlog” in Oekraïne, zei gisteren op de Poolse tv dat hij in Europa zal pleiten voor „persoonlijke en financiële sancties”. Gesproken wordt over strafmaatregelen die niet de Oekraïense bevolking, maar individuele functionarissen moeten treffen, bijvoorbeeld het verbod om naar de EU te reizen en het bevriezen van tegoeden. Tusk voegde er wel aan toe dat hij vreest dat Janoekovitsj niet zal buigen. „Ik moet eerlijk zijn: ik denk niet dat het gedrag van de autoriteiten wezenlijk zal veranderen door sancties”. Maar, zei hij, het is een „belangrijk signaal” voor betogers en oppositie.

De dreiging met sancties klonk ook al vorige maand, toen betogers in Oekraïense steden regeringsgebouwen bestormden. Toen zei de Duitse bondskanselier Angela Merkel dat sancties nog niet aan de orde waren: ze wilde de „gesprekskanalen” met het regime in Kiev open houden. Merkel ontving deze week de Oekraïense oppositieleiders Jatsenjoek en Klitsjko in Berlijn. Klitsjko pleitte voor sancties, maar Merkel zegde niets toe.

Fuck the EU

Janoekovitsj lijkt hoe dan ook niet naar Europa te willen luisteren. Gisteravond probeerde de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, Janoekovitsj tevergeefs aan de telefoon te krijgen. De Amerikaanse vice-president Joe Biden kreeg Janoekovitsj wel aan de lijn en deelde hem zijn „diepe ongerustheid” mee.

Niet behulpzaam voor de diplomatie zijn de spanningen tussen EU en VS, die onlangs uitlekten via een afgeluisterd telefoongesprek. De Amerikaanse onderminister Victoria Nuland zei daarin tegen de Amerikaanse ambassadeur in Kiev: „Fuck the EU”. Het Witte Huis verdenkt Rusland ervan het gesprek te hebben opgenomen en verspreid.

Het Russisch ministerie van Buitenlandse Zaken geeft „westerse politici en Europese structuren” de schuld van de escalatie in Kiev. Eerder deze week beloofde Moskou snel de financiële hulp aan Janoekovitsj te zullen hervatten. De 11 miljard euro aan leningen die het Kremlin klaar heeft staan voor Oekraïne, versterkte Janoekovitsj in november in zijn keuze voor Moskou en tegen Brussel. Hij wees toen op het laatste moment een vrijhandelsakkoord met de EU af.

EU-diplomaat Ashton voerde onlangs gesprekken met IMF-baas Christine Lagarde over leningen aan Oekraïne, maar EU en IMF hebben na het afketsen van het handelsakkoord geen concreet alternatief op tafel meer gelegd voor de Russische miljarden.

Volgens critici, onder meer in Polen, is Europa te weinig assertief in de machtsstrijd met de Russen, die Oekraïne in hun invloedssfeer willen houden. Toch toont het opgelaaide geweld op de Maidan dat ook het Kremlin de situatie niet beheerst. Poetin had gehoopt op relatieve rust in Kiev tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji. De onrust in het land aan de andere kant van de Zwarte Zee, en de rol van Rusland daarin, dreigt de aandacht af te leiden van de Spelen zelf, die toch al onderwerp waren van politieke discussie.

M.m.v. Stéphane Alonso