Veel gedoe om coalitie, en tegelijk veel steun

Tussen oplopende spanningen in Den Haag door, over wat ministers al dan niet in het geheim hebben gezegd aan een in het geheim opererende commissie, en aan de vooravond van de verkiezingen voor de gemeenteraden, gaat het werk dat er ook toe doet gewoon door.

De Eerste Kamer stemde dinsdag in met de nieuwe Jeugdwet en elders op het Binnenhof nam de Tweede Kamer de Wet werk en zekerheid aan. Opvallend waren de ruime meerderheden waarop deze kabinetsvoorstellen ten slotte konden rekenen. In de senaat stemden de regeringsfracties VVD en PvdA, evenals de zogenoemde constructieve oppositie van D66, ChristenUnie en SGP, voor de Jeugdwet, net als het CDA. De Wet werk en zekerheid kreeg in de Tweede Kamer de steun van dezelfde partijen en bovendien van GroenLinks en de afvallige PVV’er Bontes.

Deze brede instemming duidt erop dat de (aangepaste) voorstellen niet alleen het resultaat zijn van het regeerakkoord dat VVD en PvdA in 2012 met elkaar sloten, maar ook dat in de politiek de geesten zijn gerijpt voor hervormingen die al te lang op zich hebben laten wachten. Ook coalities van andere samenstelling zouden met soortgelijke voorstellen zijn gekomen.

De Eerste Kamer mag zich straks dus buigen over de Wet werk en zekerheid. Eenvoudiger ontslagrecht en een verkorting van de WW zijn elementen die verstarring op de arbeidsmarkt aanpakken. Over details valt te discussiëren, maar het lijdt geen twijfel dat de verstarde arbeidsmarkt in Nederland zulke ingrepen rechtvaardigt.

Over de Jeugdzorg is in Nederland jarenlang gesteggeld. Dat het wetsvoorstel afkomstig was van de staatssecretarissen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Van Rijn, PvdA) en van Veiligheid en Justitie (Teeven, VVD) tekent de breedte van het terrein waarop deze problematiek zich afspeelt. De wet, die in 2015 in werking treedt, moet een einde maken aan de versnippering die de jeugdzorg jarenlang kenmerkte en tot haast onmogelijk te nemen bureaucratische hobbels leidde. Gemeenten worden verantwoordelijk voor alle jeugdhulp, ook voor de kinderbescherming en de reclassering.

Dat is een belangrijke stap – de volgende vraag is of gemeenten afdoende in staat zijn deze belangrijke taken goed uit te voeren. Het is betekenisvol dat de Eerste Kamer een motie aannam die de regering gebiedt de kwaliteit van de jeugdzorg in de gaten te houden en daarover aan het parlement te rapporteren. Inclusief de vraag of de gemeenten financieel voldoende armslag hebben om deze zorg adequaat te coördineren. Het werk aan het Binnenhof houdt niet op na het aannemen van een wetsvoorstel. De uitwerking ervan in de praktijk is ten minste zo belangrijk.