‘Stoer’ hoor, zonder Europa. Maar ook ‘alleen in de woestijn’

Gisteren hield minister Timmermans zijn ‘Europa-speech’. Het werd balanceren.

Minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA), gisteren in Rotterdam.
Minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA), gisteren in Rotterdam. Foto David van Dam

„De gedachte dat het in ons belang zou zijn de Unie te verlaten komt mij oprecht onzinnig voor.” „We mogen ons niet slaap laten sussen door mensen die zeggen dat de wereld beter is als iedereen zijn eigen gang gaat.” „Isolement is geen reddingsboei, het is een fata morgana.”

De naam Geert Wilders of die van zijn PVV viel gisteravond geen enkele keer in de Rotterdamse Maassilo, waar minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) voor ongeveer 200 overwegend jonge mensen zijn lang tevoren aangekondigde ‘Europa-speech’ hield.

Maar als Geert Wilders beschouwd kan worden als dé representant van de anti-EU-beweging was het wel degelijk een antwoord aan diens adres. Nederland uit de Europese Unie is geen optie, zo zei Timmermans drie kwartier lang in verschillende varianten. Soevereiniteit? Het lijkt „heel stoer”. Maar graag citeerde hij de Britse conservatieve politicus Michael Heseltine die zei: „In de woestijn is het individu soeverein. Het is echter ook verloren.”

Een start van de pro-Europacampagne in het kader van de aanstaande Europese verkiezingen wilde Timmermans zijn toespraak, voor de gelegenheid tevens in het Engels Frans en Duits vertaald, achteraf niet noemen. Maar ja, hij nam natuurlijk „wel stelling in de discussie die recentelijk in Nederland is gestart of het verstandig is Europa de rug toe te keren”.

Ten tijde van het referendum over de Europese Grondwet in 2005 hanteerde het toenmalige kabinet-Balkenende de leus ‘Europa best belangrijk’. Een desastreuze slogan, bleek al snel.

Want als zelfs de regering zo weinig enthousiasme kan opbrengen voor het Europees project, stelt het inderdaad nauwelijks iets voor, zeiden de tegenstanders, die dan ook een meerderheid van de kiezers achter zich wisten te scharen.

Dit keer probeert het kabinet het onder leiding van Timmermans subtieler aan te pakken. Ingewikkeld, want binnen de regeringscoalitie staat de VVD ambivalenter tegenover de Europese Unie dan de PvdA. ‘Europa wat moet, nationaal wat kan’, is de formule waarin beide partijen elkaar hebben gevonden. Dat leidde in Timmermans’ Europaspeech tot een balanceeract waarbij constant het midden werd gehouden tussen een kritische en empathische houding.

Timmermans: „We moeten ons niet van de wijs laten brengen door valse tegenstellingen, alsof het een kwestie is van alles of niets: óf een Europese federatie, óf de geïsoleerde natiestaat.” Volgens hem gaat het bij de Europese samenwerking juist om een „permanent zoeken naar de optimale balans tussen een bondsstaat en een statenbond”.

En dan zal duidelijk moeten worden gemaakt dat het lidmaatschap van de Europese Unie niet betekent dat Nederland is overgeleverd aan de wil van de grote landen. „Geen enkel land kan meer dominant zijn, iedereen moet inschikken”, aldus Timmermans. Oftewel: „Een vorm van lotsverbonderheid en vrijwillige bescheidenheid.”

Maar tegelijkertijd is die keuze voor de Europese Unie niet onbeperkt. Dat was het andere deel van de boodschap van Timmermans. „Geen vrijbrief voor de Europese Unie om macht naar zich toe te trekken”, want de EU „bestaat bij de gratie van de lidstaten en hun democratische instituten”.

Volgens hem mogen de Europese kantoren, door de tegenstanders liever aangeduid als de „glazen paleizen van de Brusselse bureaucraten” nooit een doel op zichzelf worden. De EU moet zich concentreren op hoofdzaken en geen energie steken in „talloze bijzaken”.

Het blijft een lastige enerzijds/anderszijdsbenadering. Want zoals Timmermans zelf stelde: „Je kan niet zes dagen per week Europa bestrijden en de zevende dag Europa bepleiten.”