Sáblíková pareert Nederlands succes

De schaatswereld wordt geregeerd door Nederland. Héél de schaatswereld? Nee, vanuit een bergdorpje blijft de Tsjechische Martina Sáblíková dapper weerstand bieden.

Carien Kleibeuker met haar dochter Annemijn.
Carien Kleibeuker met haar dochter Annemijn. Foto AP

Niet voor niets valt Martina Sáblíková direct na haar winst op de vijf kilometer in de armen van haar moeder langs de baan. Achter de twee juicht een vak vol vrienden en familie uit hun geboorteplaats Ždárnad Sázavou. Dit is de harde kern, die weet waar het succes vandaan komt. Olympisch goud voor hun dorpsgenote, die van een natuurijsbaan in het bergdorpje Svratka de beste van de wereld werd. „Dit zijn de mensen die begrijpen wat wij er allemaal voor hebben moeten doen”, sprak coach Petr Novák na afloop.

De hele wereld vraagt zich in Sotsji al dagen af hoe het onwaarschijnlijke schaatssucces van Nederland te verklaren valt. Ook op de vijf kilometer voor vrouwen, een nummer waarop Nederlanders jaren niets te zoeken hadden, zette het dominante schaatsland gisteren lang de toon. Met Carien Kleibeuker, moeder en marathonschaatsster, die op haar 35ste een persoonlijk record reed en in 6.55,66 brons won. „Knappe race maar we wisten dat Martina er onder moest kunnen komen”, aldus Novák.

Ireen Wüst reed brutaal hard weg bij tegenstandster Sáblíková en hield het verval daarna zo beperkt dat ze in haar snelste race ooit (6.54,28) haar derde zilveren medaille pakte, na ook al goud op de drie kilometer. Maar Sáblíková was geen moment in paniek, volgens haar trainer. „Wüst is een groot kampioene, maar Martina wist dat ze in het tweede deel van de race zou toeslaan.” En zo ging het goud op de langste afstand net als in Vancouver naar de frêle Tsjechische, die in 6.51,54 een klasse apart was. „Iemand moet de Nederlanders toch verslaan”, glunderde Novak.

Moeten buitenlandse schaatsbonden nieuwe beleidsplannen schrijven, het proefschrift van Brandloyalty-coach Jac Orie over trainingsleer van het internet plukken of dure Nederlandse coaches aanstellen? Sáblíková en Novák bewijzen al jaren dat niet veel nodig is om de top in het schaatsen te halen. „Hard werken en een beetje talent”, dat is volgens de Tsjechische trainer het eenvoudige recept. „Ik moet Martina nog altijd afremmen in de trainingen, ook na alle successen die ze al heeft behaald wil ze altijd maar meer. ‘Minder is meer’, roep ik het hele jaar al. Maar ze luistert niet altijd.”

Hard werken, talent én een unieke sprank inspiratie. Novák wilde ooit in het communistisch Tsjechoslowakije van de jaren zestig niet gaan ijshockeyen, naast voetbal de nationale sport. „Ik hield niet van teamsport.” Dus bouwde hij zijn huisje naast de enige natuurijsbaan van het land in het dorpje Svratka, gelegen ten oosten van Praag op 635 meter hoogte, met zo’n 1.500 inwoners. Dagelijks trainde hij op het ‘Medeo van Tsjechië’, ook een van de favoriete banen van de Nederlander Harm Kuipers, wereldkampioen allround van 1975. Novák leerde van de unieke kwaliteiten van toppers, en van zijn eigen fouten. Maar een topper werd hij niet.

Tot hij als coach bezoek krijgt van moeder en dochter Sáblíková, dan twaalf jaar. Uniek talent, dat ziet Novák meteen. Hoe hij een duursporter fysiek naar de top moet brengen, weet hij wel. Schaatskennis over onder meer het rijden van ‘negative splits’ (aflopende schema’s) en de bochten van Johann Olav Koss doet de rest. Trainen in Svratka of op de visvijver Pilák. Later in een oud busje met een ploegje schaatsers langs de Europese banen. Kopvrouw Sáblíková zorgt voor brood op de plank. Drie keer olympisch goud inmiddels, volop Europese en wereldtitels. Het busje werd een dikke BMW.

Maar intussen wordt in Svratka niet meer geschaatst. De ijsbaan is een voetbalstadionnetje geworden. Tribune, grasveld, twee houten doelen. In het huisje van de drie jaar geleden overleden ijsmeester Jiri Schöppe hangt nog een poster van Ids Postma, ‘wereldkampioen 1997’ staat eronder. Sáblíková traint alleen nog in de zomer op haar geboortegrond, om te skeeleren. Op schaatsen wijkt ze uit naar buitenlandse banen. „Wij kunnen dat doen”, zegt Novák. „Maar voor de aanwas van nieuw Tsjechisch talent is het funest dat er geen ijs is in eigen land.”

Al vier jaar geleden in Vancouver hoopte de gedreven coach dat de twee gouden medailles van Sáblíková de aanzet zouden zijn tot een overdekte ijsbaan in Praag. Het kwam er nog niet van. Sáblíková schaatst de laatste tijd minder lichtvoetig als in haar beste jaren, zit iets ‘hoger’ om de rug te ontzien. Maar ondanks pijntjes gaat ze door. Elke zege betekent meer status voor de meervoudig sportvrouw van het jaar in Tsjechië. „Er kijken meer dan twee miljoen Tsjechen naar haar races in Sotsji”, aldus Novák. „Net zoveel als naar het ijshockey bij Tsjechië-Slowakije.”

Direct na afloop van haar gouden race verdwenen schaatsster en coach gisteren naar een speciale ruimte in de Adler Arena, voor een gesprek met de Tsjechische minister van Sport. „Hij was blij met het goud”, sprak Novák. „Die ijsbaan komt er.” Schaatsland Nederland is nog niet van de Tsjechen af.