Rusland rouwt: niks finale, niks eerherstel

De ‘Rode Machine’ stond al achter voordat de puck op het ijs lag. Het roemrijke verleden, vastgelegd in acht gouden sterren op de schouders van het tenue, drukte op de spelers.

De Rus Alexander Radoelov (tweede van links) probeert te scoren tegen de Finnen. Rusland ging in de kwartfinales ten onder en zag de hoop op een gouden medaille vervliegen.
De Rus Alexander Radoelov (tweede van links) probeert te scoren tegen de Finnen. Rusland ging in de kwartfinales ten onder en zag de hoop op een gouden medaille vervliegen. Foto AFP

Ze hadden komende zondag, kort voor de sluitingsceremonie, de kroon op de Spelen van Sotsji moeten zetten. Na 22 jaar zouden ze het olympische ijshockeygoud eindelijk naar huis brengen. Zo stond het geschreven in het script. Zo was het in Vancouver gegaan met Canada, zo zou het in Sotsji gaan, met de Russen.

Maar dit jaar blijft hij niet in het organiserende land, de belangrijkste medaille van de Winterspelen. Ze wisten niet hoe snel ze de Bolsjoi IJsstadion moesten ontvluchten, gepijnigd door een striemend fluitconcert. De kleine buurman Finland, toonbeeld van het soort onverzettelijkheid dat president Poetin zijn nationale ploeg had toegedicht, was gisteren een onvoorziene spelbreker op een Russisch feest.

Maar tegen de kille cijfers (3-1) konden de Russen, hoezeer ze ook hun best deden, niets inbrengen. Op het ijs van Sotsji waren ze nooit goed genoeg geweest.

De Finnen dronken wodka, zwaaiden met vlaggen en zongen Finse liederen, de rouwende Russen keken verbijsterd om zich heen. Tranen stroomden over de wangen van volwassen kerels, gehuld in Russische vlaggen. Niks finale, niks eerherstel. „Het is moeilijk om nu iets te zeggen”, zei doelman Sergei Bobrovski na afloop gelaten. In de catacomben voelde hij alleen „leegte” nu de missie was mislukt. Voor hem en zijn collega’s is de uitschakeling een regelrechte blamage.

Ook Alexander Ovetsjkin, de sterspeler die de Russen naar het goud had moeten leiden, had geen verklaring voor de wanprestatie. „It sucks, wat moet ik ervan zeggen? We hebben onze Olympische Spelen verloren. We kunnen niemand de schuld geven.”

Alle NHL-sterren waren in Sotsji in stelling gebracht, Ovetsjkin, Jevgeni Malkin, Pavel Datsjoek, spelers van topclubs als de Washington Capitals, de Pittsburgh Penguins en de Detroit Red Wings.

Maar Team Russia stond al achter voordat de puck op het ijs lag. Niet alleen het roemrijke verleden, vastgelegd in acht gouden sterren op de schouders van het tenue, woog de spelers te zwaar. IJshockeyfan Poetin en de gouden Sovjet-generatie van weleer hadden vooraf al laten weten dat in Sotsji maar één land kon winnen.

Ooit waren ze de meest gevreesde ploeg ter wereld. Vanaf het debuut van de Sovjet-Unie op de Winterspelen, in 1956 in Cortina d’Ampezzo, won de ‘Rode Machine’ niet minder dan acht keer goud. Slechts twee keer werden ze – meer dan hinderlijk tijdens de Koude Oorlog – onderbroken door de Amerikanen. Maar het laatste olympische succes is zelfs voor een man als Ovetsjkin niet meer dan een jeugdherinnering. Het gaat terug tot 1992, Albertville, onder de vlag van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), een verzameling van een aantal voormalige Sovjet-republieken.

Zelfs Ovetsjkin, de man van 124 miljoen dollar – de waarde van zijn tienjarige NHL-contract – knakte onder de immense druk. In Sotsji kwamen de Russen nooit op gang. De start was al slecht, met een nederlaag door shoot-outs na een adembenemend duel met de Verenigde Staten. Er was zelfs een play-off tegen Noorwegen nodig geweest om de kwartfinales te bereiken. Ze moeten stijf van de stress hebben gestaan, al wilden de Russische spelers daar gisteren niets over zeggen.

Verdediger Anton Belov kwam er in zijn analyse misschien nog het dichtste bij. „De Finnen hebben ons laten zien hoe je moet ijshockeyen. Zij speelden tegen ons als een team. Wij probeerden allemaal de situatie te redden en speelden vooral voor onszelf.”

De Spelen van Vancouver (2010) werden in Rusland gezien als een dieptepunt voor de nationale ijshockeyploeg. Ook daar strandden ze al ruim voordat ze in de buurt van de medailles kwamen. De nederlaag tegen de Canadezen (7-3) kwam keihard aan, maar een schrale troost was toen dat de tegenstander uiteindelijk het goud greep.

In Sotsji golden geen excuses meer. Maar het gewicht van het evenement werd de ploeg te veel. Aangevoerd door de 43-jarige Teemu Selanne, een veteraan met zes Olympische Spelen en 22 jaar NHL achter zijn naam, wisten de slim spelende Finnen precies hoe ze hun zoekende tegenstander uit hun spel moesten halen.

Nadat Selanne zelf zijn team in de eerste periode op voorsprong had gebracht (2-1) verdedigden de Finnen hun doel met man en macht. Na de 3-1 in de tweede periode volgde nog een kortstondig offensief van de Russen, maar de passing werd steeds slordiger, de bewegingen steeds trager. „Ik kan alleen maar de fans mijn verontschuldigingen aanbieden voor dit resultaat”, zei de Russische coach Zinetoela Biljaletdinov. „De verwachtingen waren heel anders.”

Hij weet wat de mislukking van Sotsji betekent. Het is nog maar de vraag of de NHL zijn duurbetaalde spelers over vier jaar, bij de Spelen van Pyeongchang, nog zal afstaan. Hier had het moeten gebeuren, in Sotsji.