Politie kon wel meer zeggen over Borst

De politie zegt wel erg weinig over mogelijke misdrijven. Zo ontstaan speculatie en heftige emoties. Meld meteen de ernst van het letsel, schrijft Henri Beunders.

Illustratie Hajo

Toen, eindelijk, duidelijk was dat mevrouw Els Borst geen natuurlijke dood stierf maar het slachtoffer was van een misdrijf, wilden de plaatsvervangende politiechef van Midden Nederland en de hoofdofficier van justitie niet vertellen om welk letsel het ging, ‘in het belang van het onderzoek’. Dat zou ‘daderinformatie’ zijn. Anders zou een opgepakte verdachte te veel weten van wat de politie weet. Een zaak voor de rechter staat of valt met onduidelijkheid over de voorkennis van betrokkenen, of met te veel media-aandacht in het algemeen. Daarnaast wordt ook het argument privacy wel naar voren gebracht om zo weinig mogelijk details te verstrekken.

Het voordeel van het ontbreken van strakke regels voor de openbaarheid rond misdrijven is dat de driehoek veel ruimte heeft zelf beslissingen te nemen, afhankelijk van de situatie. In de Amsterdamse zedenzaak hing de foto van de reeds opgepakte dader Robert M. tijdens de persconferentie groot achter de sprekende burgemeester Van der Laan. Privacy werd hier ondergeschikt geacht aan het maatschappelijk belang. Als het in het belang van het onderzoek is, wordt soms wél informatie over de toedracht gegeven, zo van: ‘Wie herkent deze zwarte riem van het merk Rimo waarmee het slachtoffer is gewurgd?’ Opsporing Verzocht meldde gisteravond niets nieuws over de toedracht rond Borst. Zo’n uitzending lijkt meer ritueel dan functioneel.

De media spelen hun eigen rol, en worden door politie en OM ook op telkens andere, soms experimentele wijze ingezet. Dan weer worden beelden van ‘de kopschoppers’ in Eindhoven op tv getoond, dan weer wordt Burgernet of AmberAlert ingezet, of denkt de politie dat Twitter een goed communicatiemiddel is. Niet zelden wordt men door schade of schande wijzer, of door het rechterlijke vonnis of door de eigen ervaring met die nieuwe media zelf. Zo besloot hetzelfde korps Midden Nederland bij de ontvoering van Julian en Ruben via Twitter en Facebook de lawine aan ‘tips’ en geruchten te weerspreken via diezelfde media. Men had er een dagtaak aan, en is hier bij Els Borst subiet mee opgehouden. Zo kon men vorige week van een twitterende wijkagent in Bilthoven Noord en Centrum lezen dat hij een inwoner een aansteker had terugbezorgd die hij 30 jaar lang kwijt was: ‘Gelukkig dolblij met zijn aansteker’. Over Borst geen woord. Ook Burgernet is, wegens de late ontdekking van het lichaam, niet ingezet. Men is teruggekeerd naar het vertrouwde en minimale: twee voorzichtige persberichten en een persconferentie. Het was D66-leider Pechtold die maandagavond, via Twitter, de dood van Borst bekend maakte, niet de politie.

De vraag is of dat minimale verstandig is, gezien ook de taak die media zich stellen. Ook media kiezen zelf hun eigen invalshoek en speelruimte. De meeste media sloten zich aan bij het streven van D66 om het accent te leggen op de statuur en prestaties van de oud-minister, en niet op de toedracht van het misdrijf. Alleen De Telegraaf kopte zaterdag in koeienletters: ‘Borst toegetakeld’, met als onderkop: ‘Oud-minister komt gruwelijk aan einde’. Dit op basis van een anonieme hulpverlener die het stoffelijk overschot maandag zou hebben gezien. Politie en OM reageren hier niet op, omdat een ontkenning of bevestiging ook ‘daderinformatie’ zou zijn.

Sindsdien lijkt Nederland, althans mijn omgeving, in twee kampen verdeeld: zij die geen details wíllen weten, en zij die menen dat de politie veel te krampachtig opereert. Ik hoor tot het laatste kamp. En wel hierom. Duidelijkheid is beter dan vaagheid omdat vaagheid geruchten, speculaties en emotionalisering in de hand werkt.

Twitter is een grabbelton: naast de mededeling van Pechtold ook reacties van het niveau dat dit een ‘gevalletje actieve euthanasie’ betrof, of – van de actiegroep Schokkend Groningen – dat daar ook doden gaan vallen en dat Borst mede verantwoordelijk was voor de ‘verkwisting van aardgasgeld’, enzovoorts.

Twitter is niet te beheersen. Maar bij alle crises is het zaak dat één persoon binnen de driehoek, of een woordvoerder, de regie neemt over de publiciteit. Dat heeft Van der Laan bij de zedenzaak goed gedaan. Burgemeester Lenferink van Leiden inzake Benno L. niet. Dit was openheid versus geheimhouding, en het laatste wreekt zich vroeger of later bijna altijd.

Het grote nadeel van begrippen als ‘opsporingsbelang’, ‘privacy’, of – bij een rechterlijk vonnis – ‘de geschokte rechtsorde’ is dat ze van kauwgom zijn, rekbaar. De kern is net zo moeilijk vast te pinnen als een vlaai tegen de muur. Ze kunnen dus te pas en te onpas worden gebruikt.

De enige andere optie is meer openheid van zaken, hoe gruwelijk de details ook zijn. Anders gaan burgers nodeloos speculeren, en hebben we alleen journalisten om ons de informatie te geven die we willen hebben. Dat gaat soms fout, zoals bij Benno L., maar soms goed. Of De Telegraaf inzake Borst gelijk had, weten we niet. Wel wil ik hier eraan herinneren dat deze krant op 3 november 2004 onder één grote zwarte kop ‘Afgeslacht’ de foto plaatste van Theo van Gogh, gemaakt door een burger met zijn telefoon, waarop te zien was dat er papiertjes op zijn lijf waren gestoken. En dát feit had de driehoek gaarne geheim gehouden, wegens de terroristische context. Maar alleen zo wisten we dat het doelwit eigenlijk Ayaan Hirsi Ali was.

Ik bepleit niet een Amerikaanse media-aanpak bij misdrijven, waar alle ‘gory details’ én namen en rugnummers van slachtoffer en verdachten direct worden vrijgegeven. Maar meer informatie en duiding is noodzakelijk. Dus waarom niet bij ‘vage’ zaken als ‘aanranding’, ‘misbruik’ en ‘letsel’ de categorisering overnemen die bij brandwonden wordt gehanteerd? Eerstegraads brandwond betekent rode, pijnlijke huid, binnen een dag weer weg. Tweedegraads is pijnlijke blaren, geneest binnen weken. Derdegraads betekent vernietiging van de hele huid, transplantatie soms nodig. Vierdegraads betekent verkoling van de huid, onherstelbaar. Bij die ‘geschokte rechtsorde’ kan men typeren conform de Schaal van Richter. Iemand die door rood rijdt schokt tenslotte ook de rechtsorde, maar is van een andere orde dan de Amsterdamse zedenzaak.

Meer informatie, meer duiding, liefst door één persoon binnen of rond de driehoek die over de juiste intuïtie, voldoende communicatieve vaardigheden en voldoende gezag beschikt. Dat is beter voor iedereen. Er is dan minder speculatie en de emoties lopen niet zo hoog op.