Oegandese homo’s moeten hun eigen strijd kunnen voeren

Nederland dreigt met sancties tegen Oeganda als de antihomowet er komt. Maar het terugschroeven van hulp leidt tot een nog grotere homohaat, zegt Arne Doornebal

Een demonstrant in Nairobi, Kenia, afgelopen weekend, steunt de strijd tegen de antihomowet in Oeganda.
Een demonstrant in Nairobi, Kenia, afgelopen weekend, steunt de strijd tegen de antihomowet in Oeganda. Foto EPA/DAI KUROKAWA

Amerika, Canada en Nederland hebben gedreigd met consequenties als Oeganda de beruchte wet tegen homoseksualiteit aanneemt. Minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) dreigde deze week met sancties. Begrijpelijk, want aanname van de wet zal een inktzwarte periode in Oeganda inluiden.

Helaas gebeurt in het huidige klimaat in Oeganda het tegenovergestelde van wat de westerse landen willen. Het volk schaart zich achter zijn leider, en de antihomowet wordt zo het symbool van het opkomende nationalisme in de regio.

In de ruim zes jaar dat ik in Oeganda woonde en als correspondent werkte, zag ik van dichtbij pogingen van westerse landen mislukken om de homo’s te helpen. Soms werkten de pogingen ronduit averechts.

Homo-organisaties worden vaak financieel gesteund. Al in 2007, toen Oeganda nog aan het begin stond van het homodebat, gaven Nederlandse organisaties, zoals Hivos, geld aan Sexual Minorities Uganda (SMUG), een belangenvereniging van het eerste uur. SMUG huurt hiervan een kantoortje en heeft medewerkers in dienst. Het stuurt met regelmaat persberichten de wereld in en zit aan tafel bij westerse ambassades en de Verenigde Naties.

Hoorntjes op hun hoofd

Wat ik in Oeganda zoal over homo’s hoorde? Ze hebben hoorntjes op hun hoofd, net als de duivel. Ze proberen jongeren met geld te verleiden ook homo te worden. Homo’s eten poep alsof het ijs is. Vrouwen kunnen geen homo zijn, omdat ze geen penis hebben. Homo’s dragen luiers. Er is een wereldwijd complot dat wil dat alle Afrikanen homo worden, zodat het continent geen kinderen meer heeft en dus uitsterft.

Geloof je het niet? Kijk maar eens op YouTube, zoekterm ‘eat da poopoo’.

Deze absurde gedachten kunnen voortwoekeren in een onderontwikkeld Afrikaans land, waar veel mensen straatarm en analfabeet zijn. Toch moet met deze opvattingen rekening gehouden worden. Het idee dat homo’s allemaal rijk zijn, zien de Oegandese burgers namelijk bevestigd door de financiële steun uit het buitenland voor de plaatselijke homoactivisten.

Rode sportwagen

Oegandezen zien hoe SMUG-voorzitter Frank Mugisha en zijn collega’s de wereld over vliegen om staatshoofden te vertellen over de situatie van homo’s in Oeganda. Mugisha ontvangt de ene prestigieuze mensenrechtenprijs na de andere. Dat hij zich geregeld in een rode sportwagen verplaatst, zal het beeld dat Oeganda heeft van ‘door het Westen betaalde pionnen’ zeker niet wegnemen. De geldstromen vanuit het westen naar Oegandese homo-organisaties zijn verveelvoudigd in korte tijd, evenals het aantal organisaties in het land dat zich voor homorechten zegt in te zetten.

Verschillende regeringen dreigen nu met maatregelen en terugtrekken van steun. „Als jullie de antihomowet invoeren, stoppen wij met het geven van ontwikkelingshulp”, dreigde Zweden een jaar of drie geleden al. Ook Nederland speelt nu met die gedachte.

Mijn buurman Sam, dokter in het staatsziekenhuis, had altijd wel sympathie voor homo’s. Tot de dag van het Zweedse dreigement. Razend kwam hij bij ons aan de deur. „Wat heeft dat nu met elkaar te maken? Ontwikkelingshulp is bedoeld om de allerarmsten te voeden. Wil Zweden die nu laten verhongeren, alleen maar omdat wij het niet met hen eens zijn op het punt van homoseksualiteit?” Sinds die dag steunt ook Sam de voorgestelde wetswijziging.

Christine Lumumba, lid van president Yoweri Museveni’s partij zei eergisteren: „Het Westen moet ophouden ons als kleine kinderen te behandelen. We betalen inmiddels 80 procent van ons overheidsbudget zelf, dus als de hulp stopt, redden we ons wel met de middelen die we hebben.”

De Nederlandse hulp aan Oeganda is bijna gehalveerd in de afgelopen zeven jaar, onder meer na corruptieschandalen in het land. We zijn nu vooral actief in ‘voedselzekerheid’ en in de justitiële sector. In de vrouwengevangenis van hoofdstad Kampala zorgt Nederlands geld voor betere leefomstandigheden. Mogelijk zullen de gevangen vrouwen daar binnenkort te horen krijgen dat Nederland zich terugtrekt, uit onvrede met het Oegandese regeringsbeleid. Hoe het intrekken van deze hulp de positie van Oegandese homoseksuelen vooruit helpt, is mij een raadsel. Wel is zeker dat het koren op de molen is van mensen die denken dat hulp slechts bedoeld is om politieke invloed uit te oefenen.

In de slaapkamer kijken

President Museveni, een militair strateeg die al 28 jaar aan de macht is, kan wel betere dingen bedenken voor zijn politie dan in de slaapkamer van zijn bevolking kijken. Museveni heeft de antihomowet tot afgelopen vrijdag nooit omarmd. Het wetsvoorstel werd simpelweg niet behandeld en leek een jaar of twee geleden helemaal van de baan. Een homoactivist zei in die tijd tegen me: „Hoe harder wij roepen om rechten, hoe harder de tegenreactie is. Misschien zijn we een paar decennia te vroeg uit de kast gekomen. Ons land is er nog niet aan toe.”

Eind 2012. Rebecca Kadaga, de machtige voorzitster van het Oegandese parlement, reisde naar Canada. De Canadese minister van Buitenlandse Zaken John Baird viel Kadaga stevig aan over de antihomowet. De wet was op dat moment nauwelijks nog een kwestie in Oeganda. Maar de vastberaden Kadaga voelde zich vreselijk geschoffeerd door Baird en beet fel van zich af. Hoe durfde deze man haar zo de les te lezen? Neokolonialisme!

Bij thuiskomst in Oeganda stond een uitzinnige menigte te wachten op de zwarte vrouw die opstond tegen de blanke man. Rebecca Kadaga gaf een persconferentie op het vliegveld van Entebbe. Ze sloeg met haar vuist op tafel en deed, te midden van haar supporters, een belofte. De antihomowet zou er komen!

Afgelopen vrijdag beloofde president Museveni, na jaren tegensputteren, de antihomowet toch in te voeren. Alleen de doodstraf voor veelplegers van homoseks is veranderd in levenslang. Museveni, een onmisbare bondgenoot van de Amerikanen in het hart van Afrika, trekt een lange neus naar het Westen en kiest de kant van zijn volk, dat volgens opiniepeilingen voor 95 procent mordicus tegen homoseksualiteit is. Zo is zijn herverkiezing over twee jaar veiliggesteld.

De antihomowetgeving is te danken aan ambitieuze Oegandese politici, gesteund door Amerikaanse christenfundamentalisten die lustig geld uitdeelden aan het antihomokamp. Wanneer Obama daadwerkelijk impact wil hebben in Oeganda, moet hij op eigen bodem onderzoeken welke kerkelijke leiders uit zijn eigen achtertuin naar Oeganda gereisd zijn om hun hulp aan te bieden in de strijd tegen ‘sodomie’.

Rondvliegende ‘celebrities’

Mensenrechtenorganisaties in het Westen moeten zich afvragen of ze wel de juiste strategie hebben gehanteerd. Of ze het gewenste resultaat hebben geboekt door Oegandese homo’s als ‘celebrities’ te laten rondvliegen en hun organisaties met flinke donaties te ondersteunen. De Nederlandse regering, die via de ambassade nauw contact heeft met de homobeweging in Oeganda, kan er beter nog even over nadenken of dreigen met het stopzetten van hulp wel een goed idee is.

Oegandese homo’s moeten hun eigen strijd voeren. Het Westen moet hun de kans gunnen dat op hun eigen manier te doen. Laten we hen niet hun eigen boontjes doppen, dan zullen Oegandese homo’s nooit geaccepteerd worden in eigen land.

Ook Nederlandse homo’s hebben zich op eigen kracht een positie verworven in de samenleving en de klappen zelf opgevangen. Wanneer gebleken was dat een buitenlandse mogendheid hen had opgestookt, zou de homobeweging ook hier op veel meer tegenstand zijn gestuit.