Noem mij maar José, zegt Yosef

Madrid biedt Sefardische Joden in het buitenland tweede (Spaans) paspoort

„Noem mij maar José”, zegt Yosef Cohen, waarbij hij de J uitspreekt als G. De Israëlische zakenman is overtuigd dat zijn voorouders in Spanje woonden en hij een Sefardische Jood is. Zijn moeders meisjesnaam is namelijk Taragan, vermoedelijk naar de Spaanse stad Tarragona. De Joden die ruim 500 jaar geleden uit Spanje zijn verjaagd, namen vaak hun oude plaatsnaam mee.

Cohens geboorteakte kan hem waarschijnlijk aan een Spaans paspoort helpen. Eerder deze maand besloot de regering in Madrid dat ze Sefardische Joden de mogelijkheid wil geven de Spaanse nationaliteit aan te vragen. Volgens justitieminister Alberto Ruiz-Gallardón wil Spanje „een van onze grootste historische fouten” rechtzetten: het decreet uit 1492 waaronder alle Joden in Spanje moesten vertrekken of zich moesten bekeren.

De Spaanse consulaten in Israël worden sindsdien plat gebeld. Vooral jonge Israëliërs willen graag een Europees paspoort. Dat verruimt hun mogelijkheden om te studeren en te werken. Daarbij vergemakkelijkt het vaak reizen: zo hebben Europeanen minder visa nodig. Elk jaar vragen duizenden Israëliërs op basis van hun stamboom Europese paspoorten aan.

Cohen (57) zou een Spaans paspoort accepteren, maar hij wil er niet veel moeite voor doen en zou het niet vieren, zegt hij bits. Als Spanje de Sefardische Joden in 1936, ten tijde van Hitler, een paspoort had aangeboden, hadden ze dat natuurlijk met beide handen aangegrepen. „Het is als bij banken: ze willen alleen aan je lenen als je niks nodig hebt.” Cohen woonde vijf jaar in Spanje, zonder Spaans paspoort, en dat ging ook prima, zegt hij. „Je hebt er niet zoveel aan.”

Veel liever dan een document wil Cohen excuses uit Madrid. Hij noemt de verdrijving van 1492 „genetisch traumatisch”. Als de paspoorten zijn bedoeld als excuses, dan accepteert Cohen die niet. „Als je sorry wil zeggen, zeg dan sorry.” Hij gelooft niet in goede bedoelingen. Eigenlijk begrijpt Cohen niet waarom Madrid dit doet. „Rijk zijn we al lang niet meer.”

Volgens Cohen wonen in Israël slechts enkele duizenden Sefardische Joden (met wortels op het Iberisch Schiereiland). Ze worden door Ashkenazim (Joden uit Centraal- en Oost-Europa) gediscrimineerd, ook omdat ze vaak worden verward met Mizrahim (Joden uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten). Een pijnlijke misvatting, zegt Cohen. Hij vindt Sefardische Joden stukken deftiger dan Ashkenazim: „Wij hadden onze bloeiperiode al in de dertiende eeuw, eerder dan zij.” En Mizrahim, daar heeft Cohen eigenlijk geen goed woord voor over. Hij heeft zijn kinderen Sefardisch opgevoed: „Niet pro-voetbal en niet anti-Arabisch”.

Cohen heeft zich in Israël, „een harde samenleving”, nooit helemaal thuis gevoeld. Hij voelt zich half-Spaans. Maar ook ginder kan hij niet aarden, zegt Cohen. Hij wil niet zeggen dat Spanjaarden antisemitisch zijn, maar hij wil wel twee anekdotes vertellen. Zijn vrouw werd eens een taxi uitgezet toen de chauffeur hoorde dat ze Joods was. „Hij keek alsof ze een staart en horens had.” Ook het feit dat de ruïne van de synagoge in Tarragona in de ‘Eksterstraat’ staat, vindt hij een veeg teken. Maar hij heeft gezworen dat hij die synagoge zal herbouwen. Met of zonder paspoort.