Krijgsmacht is zelf ‘ongeschikt’

Wanneer gaan teamspirit en kameraadschap over in sektarische uitsluiting en destructief gedrag? Met name sterk hiërarchische organisaties als de krijgsmacht kampen ermee. In de klassieke managementtheorie van Henri Fayol is esprit de corps een van de belangrijke samenbindende principes voor een succesvolle organisatie. Samen met onder meer discipline, gelijkheid, initiatief, orde en het wegcijferen van eigenbelang. Of het nu op de markt is of op het slagveld.

Bij de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) verscheen deze week een voortreffelijke, want openhartige analyse over de risico’s die aspirant-militairen er lopen op onderling geweld, vernedering en seksuele intimidatie. De krijgsmacht blijkt met een kolossaal cultuurprobleem te kampen. Er worden vijf aanbevelingen geformuleerd „die niet kunnen wachten”. Met nota bene als belangrijkste de boodschap ‘Herdefinieer kameraadschap’. En wel aldus: „Wij laten niemand achter en wij beschermen elkaar.” De onderzoekers troffen een praktijk waarin een elite van studenten namelijk zelf bepaalt wie er wel bij hoort en wie niet. Is dat laatste het geval, dan wordt de student door zijn collega’s uitgesloten. Zijn of haar incasseringsvermogen wordt dan op tamelijk grove manieren beproefd. Een ongehoorde praktijk van elkaar achterlaten en in de kou zetten, met de bedoeling alleen de ‘geschikten’ over te houden.

De commandant van de opleiding wil deze praktijk van „intern saneren” stoppen, zo zei hij in de krant. Daarin geven wij hem hartstochtelijk gelijk. De redenering dat kameraadschap op het laagste operationele niveau mag worden gedefinieerd omdat daar de hoogste risico’s worden gelopen, is destructief. Het leidt tot eigenrichting, isoleert individuen, ontmenselijkt de verhoudingen, verhindert verantwoording en creëert een code van zwijgzaamheid. Misschien iets voor de maffia, maar niet voor de krijgsmacht. Het tast de kern van de militaire organisatie aan: de eer om met behoud van menselijke waardigheid erbij te mogen horen en een democratische rechtsstaat te mogen dienen. Daarin gaat het over vrijheid.

Dat het rapport verder aanraadt een „erecode voor het internaat” en een „gedragscode voor de academie” te ontwikkelen, is pijnlijk. Kennelijk hebben de cadetten zelf in die lacune voorzien. Ook de andere „dringende adviezen” zijn onrustbarend. „Het grootste probleem is de manier waarop met alcohol wordt omgegaan.” Zuipen als strategie om spanningen te verwerken „moet niet aangeleerd worden”. Inderdaad. Over vrouwen en homo’s moeten militairen minder stereotiep leren denken. Zo is het maar net: er wordt een complete herijking van militair denken en doen gevraagd.