Een lieve jongen, een meedogenloze ijsbeul

De beste schaatser ter wereld. De laatste winnaar van de Elfstedentocht, Henk Angenent, had twee jaar geleden geen enkele twijfel toen hem gevraagd naar de kwaliteiten van Jorrit Bergsma. De ranke, maar oersterke Friese schaatser had net het nationale kampioenschap op natuurijs op zijn naam geschreven, een marathon over honderd kilometer op de Grote Rietplas

Jorrit Bergsma in de Adler Arena.
Jorrit Bergsma in de Adler Arena. Foto EPA / Vincent Jannink

De beste schaatser ter wereld. De laatste winnaar van de Elfstedentocht, Henk Angenent, had twee jaar geleden geen enkele twijfel toen hem gevraagd naar de kwaliteiten van Jorrit Bergsma.

De ranke, maar oersterke Friese schaatser had net het nationale kampioenschap op natuurijs op zijn naam geschreven, een marathon over honderd kilometer op de Grote Rietplas bij Emmen. Met een sierlijke pirouette vierde Bergsma zijn ongekende superioriteit op het zware Drentse ijs.

Twee jaar eerder, in februari 2010, had hij hetzelfde kunstje geflikt op het Zuidlaardermeer. Dat was een week nadat hij op de Oostenrijkse Weissensee de Alternatieve Elfstedentocht had gewonnen, een race over tweehonderd kilometer. Dat is wat Angenent bedoelde: Bergsma kan alles. Zeges over alle afstanden, noem maar op: vijf, tien, honderd of tweehonderd kilometer, op spiegelgladde vloeren in aangename, windstille hallen, maar ook op natuurijs met scheuren, wind en strenge vorst. Over allrounden gesproken. “Dat kan niemand in de hele wereld”, zei Angenent destijds.

Terwijl zijn provinciegenoot Sven Kramer de grote favoriet was, behaalde Bergsma in Sotsji de mooiste titel uit zijn indrukwekkende loopbaan, olympisch goud op de tien kilometer.

Bergsma met zijn gouden medaille

Bergsma met zijn gouden medaille. Foto ANP / Robin Utrecht

Tot nu toe. Want er is één prijs die hij nog liever wint dan alle andere bij elkaar. De Elfstedentocht, mocht die ooit nog worden gereden. “Als Fries en als marathonschaatser is de Elfstedentocht natuurlijk het ultieme – maar dit komt aardig in de buurt”, zei hij diplomatiek, nadat hij Kramer van diens grote droom had beroofd.

Jorrit Bergsma (28), uit het Friese dorp Oldeboorn, is een nietsontziende veelvraat. Maar van het vriendelijke soort. Binnen de bevroren wereld van het marathonschaatsen – zijn natuurlijke habitat – staat hij bekend als een meedogenloze ijsbeul. Gewetenloos, als hij ergens zijn zinnen op heeft gezet.

Maar eenmaal over de finish verandert hij in een zachtaardig, bijna verlegen mens. Innemend, met zijn jongensachtige lach. “Een lieve jongen”, zegt zijn coach en mentor Jillert Anema.

Een duursporter die sterk werd door zijn dagelijkse fietstochten van Oldeboorn, door de straffe wind over het Sneekermeer naar Sneek, waar hij werkte als fietsenmaker.

Als tiener wist hij al dat hij geboren was voor het natuurijs. In een hal schaatsen op kunstijs, alleen als het niet anders kan. Na zijn debuut op het open NK op de Weissensee, als B-rijder in 2006, kreeg Bergsma te maken met een flinke tegenslag. Hij kreeg de ziekte van Pfeiffer en in zijn poging terug te keren aan de top raakte hij overtraind. Het duurde twee jaar voordat hij alle fysieke ongemak van zich had afgeschud.

Bergsma nam ontslag uit de fietsenzaak en werd fulltime schaatser in de marathonploeg van Anema. Het was in 2009 dat Anema na een verloren marathon van zijn BAM-ploeg met de pest in zijn lijf thuiskwam – totdat er een licht bij hem opging. Hij had die avond nog eens goed gekeken naar die jonge rijder met die aparte slag. “Ik dacht: ik moet Jorrit in mijn team hebben”, zegt Anema. “Ik zag dat hij iets niet goed deed in zijn techniek. Ik dacht: als ik hem dat kan leren, moet hij hard kunnen rijden.” Wat dat precies was, wil Anema niet delen met de buitenwereld. “Dat is het geheim van de smid.”

Nog diezelfde avond reed Anema terug naar Thialf om Bergsma vast te leggen voor zijn ploeg. Een wild plan om al in Vancouver (2010) op de Olympische Spelen te rijden leidde tot een naturalisatieverzoek in Kazachstan, maar de internationale schaatsunie (ISU) stond het de schaatsers van Anema niet toe. En om voorgoed als Kazach door het leven te gaan ging misschien ook wel wat ver. “Ik ben wel blij dat het zo gelopen is”, erkent Bergsma nu.

De tien kilometer van Vancouver, zo dramatisch verlopen voor zijn rivaal Sven Kramer, zag Bergsma samen met een vriend op tv, in Kampen. Onder de vleugels van Anema groeide Bergsma zo snel dat hij een jaar later voor Nederland wereldbekers mocht rijden. Wat hij allemaal won, en waar, tekent de enorme veelzijdigheid van het schaatsdier Bergsma: van wereldbekerwedstrijden op de langebaan tot de Alternatieve Elfstedentocht.

En misschien nog meer typerend voor Bergsma: tijdens het olympisch kwalificatietoernooi, in december 2013 in Thialf, reisde hij na zijn tien kilometer in Heerenveen nog even naar Enschede om uit te komen op de marathon, over 125 ronden. Bergsma schakelt moeiteloos om. “De hardheid die je krijgt op de marathon kun je weer gebruiken op de langebaan”, zei hij eens in NRC. Kramer weet er inmiddels alles van.

Sven Kramer (rechts) en Jorrit Bergsma

Sven Kramer (rechts) en Jorrit Bergsma in actie op de 10.000 meter tijdens het olympisch kwalificatietoernooi in Thialf, december 2013. Foto ANP / Vincent Jannink

Op de langebaan is Bergsma, die na Sotsji zal trouwen met de Amerikaanse schaatsster Heather Richardson, inmiddels niet meer weg te denken.

Eerlijk is eerlijk: Anema riep al in 2011 dat Bergsma in staat was de ongenaakbare Kramer te verslaan. Anema, hoeveel respect hij ook had voor de supersportman Sven Kramer, geloofde niet in diens onschendbaarheid. “Sven is een groot vakman, hij haalt eruit wat erin zit. Maar hij is niet snel: je ziet aan zijn beweging dat hij op zijn limiet rijdt. Zijn persoonlijk record op de 500 meter is 36 seconden. Als je die snelheid niet hebt, is het altijd gevaarlijk.”

In het lichaam van Jorrit Bergsma ziet Anema een hogere maximale snelheid. Zijn bouw en zijn karakteristieke lichte slag zijn uitermate geschikt voor duurwerk op het hoogste niveau. “Jorrit is speciaal: hij heeft zijn innerlijke rust en hij heeft zijn techniek.” Bergsma heeft, in vergelijking met Kramer, van nature een hogere basissnelheid waarbij hij zich nog comfortabel voelt, analyseerde Anema. “Als je Sven uit zijn comfort zone haalt en hij moet sneller, dan kan hij dat niet. Echt niet, hij kan niet harder.”

Een jaar voor de Spelen van Sotsji zag Bergsma de bevestiging van de theorieën van zijn coach. Op dezelfde baan in Sotsji versloeg hij Kramer tijdens de WK afstanden, maar destijds wist Bergsma precies wat hij moest rijden.

In de race om het olympisch goud mocht Kramer als laatste de baan op. Twee ronden voor het einde knakte hij op de tijd van Bergsma, met 12.44,45 een olympisch record en een fenomenaal wereldrecord op zeeniveau. “Een heroïsche tien kilometer”, vond zijn coach Anema.