In Sotsji laten Russische sporters Poetin in de steek

Uitschakeling van ijshockeyteam dieptepunt voor gastland

Russische ijshockeyfan, gisteren.
Russische ijshockeyfan, gisteren. Foto Reuters

Eén medaille stak boven alles uit: de laatste van de 98 gouden medailles die bij de Olympische Spelen in Sotsji worden uitgereikt, na de ijshockeyfinale van zondagmiddag. Het evenement zou voor het organiserende land in één klap geslaagd zijn.

Maar Rusland, president Vladimir Poetin voorop, werd gisteren in het hart geraakt door de uitschakeling van de Russische ijshockeyers. Voor 12.000 bloednerveuze toeschouwers versloeg Finland, het kleine buurland in het noordwesten, de ooit gevreesde ‘Rode Machine’ al in de kwartfinales (3-1) van het olympische toernooi. „Ik ben helemaal leeg van binnen”, stamelde de Russische aanvoerder Pavel Datsjoek in de catacomben van het Bolsjoi IJsstadion. Anderen liepen met gebogen hoofden door, het verdriet van een heel land op de schouders.

De druk op de Russische spelers, van wie er zestien uitkomen in de Noord-Amerikaanse profcompetitie NHL, was enorm. Poetin, die het drama persoonlijk meemaakte, had al voor de openingsceremonie gezegd dat hij op de Russische ploeg rekende. Ze zoeken al 22 jaar vergeefs een manier oude tijden te laten herleven in de populairste wintersport in het land. Tussen 1956 en 1992 wonnen ze acht van de tien olympische ijshockeytitels – maar na de ontmanteling van de Sovjet-Unie viel de medaillemachine stil.

De spelers werden gisteren weg gefloten. Daarna verlieten de fans, gehuld in Russische vlaggen, zwijgend en soms huilend de tribunes.

Vlak voor het slotweekend kunnen de Russen onmogelijk tevreden zijn met de resultaten van de olympische ploeg, met 232 sporters het grootste team in Sotsji. Vier jaar na de schande van Vancouver, waar Rusland slechts drie gouden medailles veroverde, hoopten de Russen op eerherstel bij de eerste Winterspelen op eigen bodem. Vanochtend stond de teller op 22 medailles, net zoveel als Nederland, met 41 sporters. Rusland had gerekend op méér dan de zes gouden medailles die tot vanochtend bij elkaar werden gesprokkeld – waarvan twee door genaturaliseerde buitenlanders.

De dramatische uitschakeling van de ijshockeyers is niet de eerste blamage. In het openingsweekend ontbraken de Russen bij het kunstrijden, een andere grote sport op de Spelen. Toen het icoon van het Russische kunstrijden, Jevgeni Ploesjtsjenko, zich terugtrok met een rugblessure besloot de internationale schaatsunie (ISU) dat hij niet mocht worden vervangen. De ISU zag een politiek spel achter de plotselinge opgave van Ploesjtsjenko, die wel goud had gewonnen in de landenwedstrijd.

Ook de schaatsers stelden teleur. Van rijders als Denis Joeskov, Olga Fatkoelina en Olga Graf was meer verwacht dan zilver en brons. Een Russische shorttracker won als enige schaatsgoud: Victor An, die vroeger onder z’n Koreaanse naam grossierde in wereldtitels en olympische medailles; hij werd twee jaar geleden tot Rus genaturaliseerd. En gisteren won de voormalige Amerikaanse snowboarder Vic Wild goud voor Rusland op de parallelreuzenslalom.