Opinie

Euro-helikoptergeld? Sluit het niet uit

Wordt het een Agusta of een Eurocopter? Terwijl in Washington de Amerikaanse centrale bank bezig is haar bijzondere geldbeleid in te tomen, denkt een steeds grotere groep van economen en analisten hardop na over een tegenovergestelde beweging in Europa. ‘Helikoptergeld’ zou hier wel eens hard nodig kunnen worden. Deze term, een vinding van de voormalige Amerikaanse centrale bankier Ben Bernanke, houdt in dat een centrale bank de geldhoeveelheid drastisch uitbreidt als normale maatregelen, zoals het verlagen van de rente, zijn uitgeput. Dat gebeurt door het aankopen van obligaties, met name staatsleningen. Die worden zo uit de financiële markten genomen en belanden op de balans van de centrale bank. In ruil daarvoor betaalt de centrale bank de voormalige bezitters van de staatsleningen met geld. Dat geld vloeit makkelijker door de economie (is ‘liquide’), en tilt hopelijk de inflatie wat op. Bovendien veroorzaakt de aankoop van langlopende obligaties daar een koersstijging, waardoor de effectieve rente daarop daalt. Iedereen blij.

De Amerikanen begonnen al snel na de crisis met deze kwalitatieve verruiming (quantitative easing, of QE). De Britse centrale bank volgde op de voet. Japan, dat de tactiek al langer toepaste, is sinds vorig jaar bezig met een grootschalig offensief onder leiding van premier Abe. In het kader van zijn ‘Abenomics’ wil de Bank van Japan de hoeveelheid geld in omloop verdubbelen om zo de inflatie naar 2 procent op te stuwen.

De vraag is nu: zal de Europese Centrale Bank er ook toe overgaan? Op het eerste gezicht luidt het antwoord: nee. Of beter: nein. In Europa, anders dan de VS, is er eerder een angst voor inflatie dan voor deflatie. De Amerikanen hebben de jaren 30 als economisch trauma. Met name Duitsland heeft daar de jaren 20 voor. Angst voor deflatie versus angst voor hyperinflatie. Dat verklaarde tot nu toe goeddeels het verschil tussen de hyperactieve Amerikaanse Fed en de terughoudende Europese Centrale Bank. Alles wat ook maar ruikt naar onconventioneel monetair beleid van de ECB wordt in Duitsland doorverwezen naar het constitutionele hof in Karlsruhe om te zien of het volgens de Duitse grondwet wel mag.

Maar stel dat de vooruitzichten voor de inflatie in Europa nu te laag blijven – ver onder de ‘dichtbij de 2 procent’ waar de ECB naar streeft? Volgende maand publiceert de ECB haar vooruitzichten tot in 2016. Een langdurige, te lage inflatie bemoeilijkt het helingsproces van de eurocrisis en is een zware belasting voor de zwaar in schulden verkerende Europese overheden. Europa kan wel wat meer inflatie gebruiken. QE is daar volgens veel economen een remedie voor. Voor anderen is het een bloedlinke strategie die kan uitmonden in een inflatiepiek.

Je kunt dus een discussie verwachten over de vraag of zo’n strategie effectief is. En een ruzie over de vraag of het volgens de ECB-statuten wel mag. En dan op basis van deze twee conflicten een dieper schisma in het bestuur van de ECB. Daar stemmen de presidenten van de nationale centrale banken al steeds vaker langs nationale lijnen, hetgeen van Duitsland en zijn kleine bondgenoten (vaak wij) een steeds nukkiger minderheid maakt.

Een QE van de ECB zou ingrijpend zijn. Credit Suisse gaat uit van een bedrag van 1.000 miljard euro aan steunaankopen in 2014-2015, mocht het er van komen. Dat moet dan over alle eurolanden worden verdeeld. Volgens de nationale verdeelsleutel koopt een – vermoedelijk morrende – Nederlandsche Bank in dat geval 57 miljard euro aan voornamelijk Nederlandse staatsobligaties op. Dat is driemaal het jaarlijkse Nederlandse begrotingstekort. Goedemorgen, mijnheer Rutte.

Onwaarschijnlijk? Ja, maar minder dan je denkt.