Een droevige familiegeschiedenis over man die geen goede vader was

In O Jardim organiseren twee vrouwen een feestje voor hun demente vader. Ze blazen ballonnen, draaien muziek, scheren hem, halen herinneringen op. Het ontroerende tafereel vindt plaats in een taartpunt van het in drieën gedeelde toneel, slechts gezien door het publiek op een van de drie tribunes. De andere twee kijken elk uit op weer andere hoek, waarin zich een ander tafereel afspeelt. Een door een drama getroffen koppel waagt een laatste kans op liefde; een jonge vrouw bezoekt ten afscheid het ouderlijk huis. Na de eerste scène schuiven de spelers steeds een taartpunt op, zodat elke tribune uiteindelijk alle drie de taferelen heeft gezien.

Dan wordt duidelijk hoe ingenieus dit mozaïek van de Braziliaanse regisseur Leonardo Moreira in elkaar steekt. De scènes spelen zich af in 1938, 1979 en 2014. De minnaar uit ’38 is de demente vader in ’79. Zijn dochter is de moeder van de jonge vrouw die anno 2014 haar oude huis bezoekt. Zo komt, associatief en niet-chronologisch, langzaam een droevige familiegeschiedenis aan het licht.

De oude man is geen goede vader voor zijn dochters geweest, dat is duidelijk. Maar uit de scène uit zijn jonge jaren blijkt dat hij ooit een eerste kind – een zoon, hoopt hij – verloor. Ondanks de komst van de twee dochters overleeft het huwelijk dat drama niet. Het is de familie van zijn ex-vrouw die het meisje uit 2014, zijn kleindochter, haar ouderlijk huis ontneemt.

Doordat de scènes door elkaar worden gespeeld, klinken echo’s van vroeger door in het heden: niemand kan zich bevrijden van de geschiedenis. Dat wordt mooi getoond in de finale van O Jardim, waarin alle tijden door elkaar lopen, met in het centrum de oude man, wiens verwoeste leven ook de generaties na hem trof. Kort danst de oude acteur met de actrice die anno ’38 zijn vrouw speelt. Hartverscheurend, die levendige herinnering aan zijn vroegere geluk. Maar dat geluk komt nooit meer terug – voor geen van de personages.