Een choreografie van fruit en vissen

Op Mario ter Braaks tentoonstelling bij Galerie Mokum hangt één klassiek-modern stilleven van een stel flesjes en doosjes in getemperde kleuren. Morandi gezien, heet het. Maar in alle andere schilderijen laat Ter Braak het traditionele stilleven los.

Zijn opstellingen van fruit, groenten en vissen zijn duidelijk op het doek gecomponeerd, niet in het echt – zij het wel met gebruikmaking van naar de waarneming geschilderde onderdelen. Een beetje zoals de barokke stillevenschilder Frans Snyders het deed in de 17de eeuw, maar dan hedendaagser. Collage-achtiger en strenger geordend. Het zijn schilderijen als theaterstukken of choreografieën, met aubergines en makrelen als acteurs en dansers.

Hun podium is lang niet altijd een tafelblad. De laatste jaren gebruikt Ter Braak vaak een stalen wasbak als speelveld, waarbij de rand van de bak het stilleven omlijst. En altijd hangt er, als een ouderwets trompe-l’oeil, een vrucht of vissenstaart over die rand. Want het bovenaanzicht op de bak is in het schilderij gekanteld, rechtop gezet, en wat erin ligt is logischerwijs naar beneden gezakt.

In het meest barokke schilderij op de tentoonstelling is een dubbele wasbak gespiegeld, zodat het stilleven over vier bakken is verdeeld. Het is een erg drukke en bontgekleurde verzameling groenten, vruchten en vissen, in uitgesproken groen, oranje, paars, geel en blauw. Ter Braak heeft er een samenhangend geheel van gemaakt door zowel de voorwerpen als de kleuren met beleid door het beeld te verspreiden.

Je blik wordt door de uitstalling heen getrokken, van de peer rechtsboven langs de citroenen en de komkommers in cellofaan, en dan via een tros vissen naar de peer linksonder. Er zijn ook nog alternatieve routes. Het beeld staat stil, maar jij blijft bewegen.