„Denk je dat ze bij bol.com bellen:wat leuk dat je die hebt besteld?”

Het is woensdagmiddag en het is vreselijk koud. Rustig dus, in platenzaak Elpee in Groningen. Voetbaltrainer Ron Jans stapt binnen en verbreekt de stilte. „Hee Jan! Heb je nog wat voor me?” Hij heeft al een plastic tasje van de Groningse muziekzaak Plato in z’n hand. „Ik koop een stuk of tien cd’s per maand, veel americana, roots en rock”, vertelt hij, opgelucht dat hij niet hoeft te praten over de recente resultaten van zijn club, PEC Zwolle.

Ook over muziek streamen en downloaden wil hij het niet hebben. „Ik loop altijd een route door Groningen langs verschillende muziekwinkels, allemaal met hun eigen stijl en specialisten. Ik houd van rommelen in de cd-bakken, en praten over muziek. Daarom kijk ik in elke stad waar ik kom als eerste welke cd-winkels er zijn.”

Achter de toonbank stopt eigenaar Jan Gorter de nieuwe plaat van Jimmy Lafave in een tasje: „Deze vind je te gek, Ron.” Jans rekent het ongeluisterd af.

Jan Gorter en mede-eigenaar Jan Kooi houden hun platenzaak in het centrum van Groningen niet voor het geld, maar om de liefde voor muziek, vertelt Kooi op een oude leren bank boven zijn winkel. Hij praat snel. Elpee moet het hebben van vaste klanten: zo’n driekwart van de klanten komt er vaker. Kooi: „Je houdt elkaar enthousiast, wij achter de toonbank en onze klanten in de winkel. We steken elkaar aan als we blij worden van een nieuwe plaat. Dat heb je niet bij een grote keten.”

De verkoopcijfers voor cd’s zijn niet best, maar van een negatieve sfeer wil Kooi niks weten. Fel: „Dat gelul dat niemand meer cd’s koopt, onzin. Het kost alleen meer energie. De markt voor cd’s van twintig euro is uitgestorven. Maar voor cd’s van onder een tientje is publiek. Je moet daar veel meer van verkopen en dat lukt.”

Muziekverkopers moeten de klanten leren kennen, weten wat iemand wil. „Bij een album dat uitkomt, denk ik meteen: aan wie kan ik dit verkopen? Voor elke verkochte plaat moeten we vechten. Maar dat vind ik als muziekgek niet erg.”

Wie is Bob Dylan?

In Rotterdam staat Manfred Boor voor platenzaak Velvet een sigaret te roken. Hoe het gaat? Hij glimlacht, neemt een hijs. In plat Rotterdams: „Je ken het beste de drummer van Mötley Crüe worden, maar als dat dan nét niet lukt, is werken in een platenzaak het mooiste beroep.”

Velvet Rotterdam is een van de weinige overgebleven muziekzaken van Rotterdam. „Eigenlijk de enige”, zegt mede-eigenaar Peter van Boheemen. „Dat is voor een stad als Rotterdam natuurlijk armoede.” Boor, terug achter de toonbank, lacht. „Maarre, als je een depressief verhaal wilde schrijven, had je eerder moeten komen.” Want het gáát eigenlijk niet zo slecht. Niet meer. Boor: „Het is hier ook heel slecht geweest de afgelopen jaren, gewoon door de crisis. Het was hier in de hele straat stil. Vanaf 1990 gaat het altijd zo.” Met zijn hand beschrijft hij een golf in de lucht: ups and downs. „Het trekt weer wat aan, en er zijn nu voor ons genoeg mensen die hun muziek niet alleen in nulletjes en eentjes op hun computer willen.”

Platenzaken zijn puur winkels voor liefhebbers geworden, niet meer voor de massa. Volgens de Rotterdammers werkt het zo: 80 procent van de mensen die voorheen nog cd’s kocht, doet dat niet meer, en van de overige 20 procent kunnen ze bestaan. „De mensen die eens in de drie maanden de nieuwe Robbie Williams of zo kochten, die luisteren hun muziek nu alleen nog via Spotify”, zegt Boor.

Ze worden onderbroken door Marieke, een jaar of dertig, die een LP koopt. „Ik koop al jaren vinyl, ik hou van dat gekraak”, zegt ze. „En ik koop platen regelmatig hier, omdat ze meestal hebben wat ik zoek.”

Van Boheemen stopt de plaat in een tasje waar die precies in past. „Het grote geheim is kennis. Bij de Free Record Shop moest het personeel er op hun achttiende uit, dan werden ze te duur.” Boor: „Daar weet dus niemand wie Bob Dylan is.”

Johan Dollekamp, eigenaar van Popeye in Hengelo, werd vorig jaar tot platenzaakicoon van Nederland gekozen door lezers van muzieksite 3voor12. En hij heeft het druk. Als hij de telefoon opneemt, moet er eerst een klant geholpen worden. „Angra en Sabaton? Heel goed! Van die van Angra doe ik iets af, maak ik er 35 van bij elkaar. Hee, en doe Tom de groeten hè.” Zijn geheim? „De mensen. Mijn klanten hebben het muziekhart op de goeie plek zitten. Muziek is een beleving. Met een kop koffie en een goed gesprek, met een tip of advies, daar kom je verder mee.”

Revival van vinyl

Popeye heeft een goed jaar gedraaid, mede dankzij de revival van vinyl. „Dat heeft wel invloed, maar de terugloop van cd’s wordt er bij mij niet echt door opgevangen. Die verkoop ik gewoon nog behoorlijk. Er zijn nu ook weer jongere mensen die weer kopen. Die zeggen: ‘Downloaden? Joh, ik wil iets in handen hebben, met een mooie hoes.’”

Het is hard werken, vertelt Dollekamp. „Ziek zijn ken ik niet. En ik ben er 24 uur per dag mee bezig. M’n vrouw zeg wel eens ‘Johan! Leg die telefoon aan de kant’, maar ja, dan krijg ik net een bestelling binnen die ik even moet noteren.”

Net als Velvet in Rotterdam heeft Popeye zo’n beetje het rijk alleen. „Ik ben eigenlijk de laatste platenzaak hier in het oosten. Heb zelfs klanten uit Apeldoorn nu. En mensen bestellen hier ook. Uit België, Middelburg, Amsterdam, echt overal vandaan.”

Het zijn ouderwetse winkels in een digitale tijd, maar ze omarmen ook de nieuwe middelen. Bij Popeye kun je in Google Streetview zelfs binnenlopen, en alle kanten op rondkijken. Voor Velvet Rotterdam is Facebook belangrijk, met wekelijks de serie ‘Frappante Klant’, geschreven door Manfred Boor. „We zetten er wel eens een nieuwe plaat op, dat doet dan niet zoveel. Maar als je grappig gaat lopen doen, dan wel.”

Zijn humor is puur Rotterdams. Rauw en cynisch, maar het leverde al wel bijna 5.000 volgers op. Deze week plaatste hij een verhaaltje over een Kraftwerkfan, die elke dag even langskomt. „Hijs nie goed bij z’n kneitert zoals we hiero int dorp zeggen. Hij was er net weer en ik vroeg hem wat oftie er zo mooi aan vin, an dat Kraftwerk. Zegtie...en ik quote ‘Nou vroeger spaarde ik verzamelplaten van Sjonnie Hoes... maar toen kwam er nieuw muziekinstrument op de markt, een platte bak met toetsen er op en dah vonk mooi, een platte bak met toetsen’.”

Van Boheemen zet er een serieus gezicht bij op: „Da’s beleving, hè.”

Ze schieten in de lach. Boor: „Mensen krijgen toch het gevoel dat ze d’rbij horen, weet je wel. Denk je dat ze je bij bol.com na een bestelling effe bellen: ‘Wat leuk dat je die hebt besteld zeg!”

Niet bang

Groninger Jan Kooi is een druk twitteraar, en hij is niet bang om mensen naar gratis luistersites als Soundcloud, Bandcamp en Spotify te sturen om een nieuwe plaat te horen.

In zijn winkel zoekt Mark (45) een LP, waarvan hij eigenlijk weet dat die bijna niet te krijgen is „Toch even kijken, het zoeken blijft leuk. Ik gebruik wel Spotify om nieuwe muziek te ontdekken, ook door de playlists van Elpee. Maar als ik het echt goed vind, kom ik het toch kopen.”

Kooi: „Wie waarde hecht aan een fysiek product, die koopt het. Als ze die liefde niet hebben, nou ja, dan kopen ze het toch niet.”