Opinie

De drone en de bromvlieg

Dit schrijf ik vanuit een trein die gestrand is in Leiden vanwege ‘spoedoperaties aan het spoor’. Ik ben op weg naar Den Haag om daar een Pakistaan te ontmoeten, die heel dicht bij mij staat, hoewel ik hem nooit zag. Kareem Khan is zijn naam. Op foto’s draagt hij een lange baard.

Oudejaarsavond 2009 kwamen zijn zoon en zijn broer om het leven bij een Amerikaanse drone-aanval. Toen werd hij anti-drone activist. Zometeen spreekt hij in het Humanity House in Den Haag op de bijeenkomst ‘Living under drones’.

Leuk stukje, leek me. Ik dacht aan de woorden van George Orwell: „Terwijl ik dit schrijf, vliegen er hoogbeschaafde mensen boven me, die me proberen te doden”. Dat ging over de Duitse bommenwerpers boven Londen. Maar in de drones zitten geen mensen, zelfs geen hoogbeschaafde. Ook Nederland heeft zulke machines besteld: de MQ-9 Reaper, spanwijdte 20 meter. Dankzij oorlog met de afstandsbediening hoeven onze jongens en meisjes straks niet meer zelf naar rare landen. Minder body bags. Minder gezeik. Killen met een muisklik.

Maar terwijl ik dit schrijf zit ik met een deadline in een kapotte trein, terwijl Kareem in Den Haag misschien al vertelt over Pakistaanse boerendorpjes, waar vierentwintig uur per dag vliegende robots cirkelen. Ze executeren op afstand. Hun continu gebrom maakt de mensen gek.

Dienstmededeling: ik was net even op het perron. Een conducteur, omsingeld, vertelde dat de trein misschien rechtsomkeert maakt. Nu heb ik alleen nog trage wifi en wat fantasie.

Hoe voelt het, leven onder drones? Ik denk als een bromvlieg in je slaapkamer, maar dan een vlieg die ‘s nachts giftig steekt.

‘Drones zijn precisiewapens! Onmisbaar voor vrede en veiligheid!’ – zegt de lobby. Precisie is een propagandawoord. Zie de Golfoorlog. En doelwit blijkt niet altijd dader. In Pakistan zijn bij drone-aanvallen volgens schattingen al ruim 150 kinderen omgekomen.

Inmiddels ben ik trouwens de trein uitgegaan. Ik zit nu in de Starbucks van Leiden CS. Hoe kom ik ooit dicht bij Kareem?

Ik denk zo. Sinds kort weten we hoe de VS terreurverdachten lokaliseren: op basis van hun telefoondata. De drones schieten op telefoons.

Ook weten we sinds ‘Plasterk’ dat Nederland vanuit het afluistercentrum in Friesland telefoondata aftapt uit bijvoorbeeld Pakistan. En dat we die data delen met de VS. Ik schreef hier al over. Maar zolang mijn regering geen openheid geeft, ga ik uit van het logische: die data dienen om doelwitten voor drone-aanvallen te selecteren.

Ofwel: vanuit Amerika stuurt een man een drone naar een boerendorpje in Pakistan, alwaar hij iemand neerschiet, op basis van telefoondata die vanuit Friesland zijn verzameld door een man die vanavond een biertje drinkt in Surhuisterveen.

Globalisering heet dat.

En binnenkort doen we het met onze eigen drones. Oorlog zonder transparantie – zonder gezeik. Dit maakt drones zo ongewoon.

En het is beslist geen gekke gedachte dat ook de familie van Kareem gedood werd op basis van door ons verzamelde data. Zo komt dit verhaal heel dicht bij een man in de Starbucks van Leiden die nu zijn stukje moet inleveren.

Dichtbij als een nare bromvlieg.