Centimeter te kort voor nieuwe stunt

Nicolien Sauerbreij slaagde er niet in haar olympische titel op de parallelreuzenslalom in de zachte sneeuw van Sotsji te verdedigen.

Nicolien Sauerbreij gedijt bij een harde piste, maar gisteren was de toplaag zacht.
Nicolien Sauerbreij gedijt bij een harde piste, maar gisteren was de toplaag zacht. Foto Reuters

Het is goed zo. Wat had Nicolien Sauerbreij meer moeten doen om in Sotsji op haar favoriete parallelreuzenslalom een medaille te winnen? Ja, nog harder gaan. Maar de snowboardster kón niet harder. Alles gegeven, niets verdiend. Gestrand in de achtste finales, op vijfhonderdste van een seconde.

Vijfhonderdste! Hoeveel is dat? Eén, twee centimeter? Hooguit. Een te verwaarlozen verschil. Maar wel de wegversperring naar het podium. Een tweede stunt na het goud van Vancouver zat er gisteren niet in. Deed dat pijn? En of. Maar Sauerbreij hield die gevoelens voor haarzelf. Ze zei zelfs dat ze niet naar Sotsji was gekomen om haar olympische titel te verdedigen.

Wilde ze geen tweede goud? Natuurlijk wilde ze dat, maar het zou irreëel zijn geweest om die wens hardop uit te spreken. Sauerbreij reeg dit seizoen zwakke resultaten aaneen en kon op basis van die prestatiereeks onmogelijk als favoriet worden aangemerkt. Dat wist ze maar al te goed.

Maar er was ook nog een hoopvolle Sauerbreij. Een 34-jarige sportvrouw die wist dat haar behendigheid op een board niet verdwenen kon zijn. In stilte bereidde ze zich in Oostenrijk voor op de Olympische Spelen. In alle rust op zoek naar het oergevoel, dat haar vier jaar geleden op een druilerige dag in Vancouver eeuwige roem bezorgde. Ze werd die dag toch maar de eerste Nederlandse wintersporter die goud won in een sneeuwsport. Naar die gemoedstoestand wilde ze terugkeren.

En zowaar, langzaam maar zeker voelde Sauerbreij in de Alpen haar vorm groeien. Ze schreeuwde het niet van de daken. De snowboardster zou wel gek zijn; het laatste wat ze wilde was voor ‘Sotsji’ verwachtingen wekken. Maar voor zichzelf wist ze: het kan, een laatste kunstje. Wat een stunt als dat zou lukken.

Bij aankomst in Sotsji temperden haar verwachtingen. Het zag er allemaal prachtig uit. Maar de ansichtkaart van de Kaukasus gaf een vertekend beeld. De zon bleef maar schijnen. En de sneeuw werd er niet beter op. Als dat maar goed zou komen, want Sauerbreij is niet gebaat bij een door zon verwarmde toplaag. Ze gedijt juist bij een harde piste.

Daags voor de wedstrijd leek het helemaal mis te gaan. Het regende in Rosa Khutor, waar het Snowboard Extreme Park is gelegen. Ook dat nog. Trainen op de piste mocht niet; er was alleen een inspectie toegestaan. Tot het, gelukkig voor Sauerbreij, ’s nachts ophield met regenen en, hoe fijn, begon te vriezen. De olympisch kampioen kreeg de ondergrond die ze hebben wilde. Zo hard als de ijsvloer in het Adler schaatsstadion, stelde ze na een eerste blik goedkeurend vast.

Maar de duisternis was gisteren amper opgelost of daar meldde zich die ploert weer. Delen van de piste werden zacht – slushy was haar kwalificatie – waarna de wedstrijdleiding besloot tot het strooien van zout. Daarmee zou de hardheid van de piste nagenoeg gegarandeerd zijn. Tot woede van de Oostenrijkers, de sneeuwmensen met een uitgesproken voorkeur voor een zachte piste. Hun luide protest werd gehonoreerd, waarna de zoutpotten fluks werden opgeborgen. Tot ergernis van Sauerbreij. Niet dat ze haar uitschakeling er aan wilde toeschrijven, maar toch. Enig voordeel heeft het haar niet gebracht.

Maar hoe zat dat vier jaar terug in Vancouver, wilde een pientere journalist weten. Die dag goot het onafgebroken en won Sauerbreij goud. Maar die dag kon ze alles. In Vancouver beleefde Sauerbreij de afsluiting van drie succesvolle jaren. Ze was op dat moment simpelweg de allerbeste. Al had ze op een houten piste naar beneden gemoeten, dan nog zou ze olympisch kampioen zijn geworden. Ze verkeerde in een transcendentale toestand.

Maar de jaren in aanloop naar ‘Sotsji’ waren anders, meer een hindernisbaan. Sauerbreij heeft sterk getwijfeld of ze na ‘Vancouver’ wel moest doorgaan. Ze deed het. Uit liefde voor de sport, maar deels ook uit financiële overwegingen. Hoewel ze selectief te werk ging met het aannemen van uitnodigingen, was het wel prettig om enige jaren te cashen.

Eerst gaf ze zichzelf twee jaar de tijd, om na die tussenhalte, na veel wikken en wegen, toch op de bus naar Sotsji te stappen. Maar om nu te zeggen dat het sportief gelukkige jaren waren, niet bepaald. Sauerbreij sleepte zich naar haar vierde Winterspelen. Haar laatste, want hoewel ze het woord afscheid nog niet officieel in de mond heeft genomen, heeft de snowboardster al wel aangekondigd dat dit haar laatste winter is.

Sauerbreij mag dan de uittredende olympisch kampioene op de reuzenslalom zijn, haar Spelen zitten er nog niet op. Zaterdag start ze nog op de slalom. Niet haar specialisme, maar met snowboarden en Sauerbreij weet je het nooit. Eén metafysische dag en dan kan het zo maar gebeuren, dat de snowboardster Sotsji alsnog op een wolk verlaat.