Begrijpt zo’n patiënt de bijsluiter wel?

Medicijnen worden te vaak verkeerd gebruikt. Artsen en apothekers doen er wat aan.

De cijfers blijven schokkend. Naar schatting eenderde van alle patiënten neemt zijn medicijnen verkeerd in. Dat leidt jaarlijks tot 1.250 sterfgevallen. Foutief medicijngebruik leidt tot 19.000 „vermijdbare” opnamen in ziekenhuizen, en 85 miljoen euro aan zorgkosten.

Speciale aandacht is wenselijk voor twee groepen in de samenleving: laaggeletterden en migranten. Hun medicijngebruik is „problematisch” en ze zijn twee tot vier keer vaker chronisch ziek dan gemiddeld. Apothekersorganisatie KNMP en Pharos, expertisecentrum voor gezondheidsverschillen, maakten vorige week afspraken over een programma om het medicijngebruik te verbeteren. Maria van den Muijsenbergh, huisarts in Nijmegen en onderzoeker bij Pharos: „Nu komen problemen met medicijngebruik bij laaggeletterden anderhalf keer vaker voor dan bij mensen met een gemiddelde opleiding. Als we binnen vijf jaar dat verschil met een kwart verkleinen, ben ik tevreden.”

De misverstanden zijn soms groot. „Een patiënt die ik vertelde dat hij een medicijn op de nuchtere maag moet nemen, dacht dat hij er geen alcohol bij mocht nemen. Het voorschrift ‘driemaal daags een tablet’ snappen mensen soms ook niet. Ze nemen er ’s ochtends drie tegelijk.”

Verwarrend voor laaggeletterden is ook dat medicatie soms verandert; als iemand niet goed kan lezen, identificeert hij de medicatie immers vaak op kleur en vorm. En: ze vergeten te slikken. „Regelmatig medicatie innemen kan lastig zijn omdat laaggeletterden vaak niet goed kunnen plannen”, zegt Van den Muijsenbergh.

Bij migranten spelen andere problemen. Zo is de taalbarrière vaak groter dan artsen en apothekers inschatten. Van den Muijsenbergh: „Ik had laatst een vrouw die redelijk Nederlands sprak. Ik gaf haar een verwijsbrief en zei dat ze die aan de dokter in het ziekenhuis kon geven. De volgende dag lag die brief bij ons in de brievenbus.”

Daarnaast hebben mensen soms weinig kennis van ziekte en de bedoeling van medicatie. Dit kan ertoe leiden dat ze medicatie bewust niet innemen. Bijvoorbeeld omdat ze denken dat de ziekte genezen is als de klachten over zijn. „Dit komt nogal eens voor bij migranten met hoge bloeddruk, die daardoor hoofdpijn krijgen. Zij krijgen medicatie die ze chronisch moeten gebruiken. Maar als hun hoofdpijn voorbij is, stoppen ze.” Migranten staken vijf keer vaker dan gemiddeld vroegtijdig het gebruik van antidepressiva. „Bang voor bijwerkingen.”

Soms ligt de oorzaak van problemen bij huisarts en apotheek; zij maken onvoldoende onderscheid tussen bevolkingsgroepen. Apotheker en onderzoeker Marcel Kooy: „Bepaalde bloeddrukverlagers kunnen bijvoorbeeld beter niet gegeven worden aan mensen van het negroïde ras. Meer aandacht hiervoor in de richtlijnen is nodig.

De komende jaren willen huisartsen en apothekers „alerter” worden op onbegrip bij patiënten. Hun meerjarenprogramma voorziet onder meer in training van apothekers en apothekersassistenten en een checklist om laaggeletterdheid te herkennen. De beste remedie is natuurlijk dat artsen samen met de patiënt behandelplan én medicatie bespreken. Van den Muijsenbergh: „Dat kost meer tijd dan de tien minuten per patiënt die we nu vaak hebben. Maar op de langere termijn bespaar je tijd, want patiënten voelen zich beter begrepen, minder vaak afgescheept, en komen minder vaak terug.”

Vervolgens moet de apotheker goed uitleggen hoe je het medicijn moet innemen. Kooy: „Als huisartsen weten dat iemand laaggeletterd is, horen wij dat graag. Mensen die voor incontinentiemateriaal komen, ontvang ik apart in een kamer omdat het privacygevoelig is. Dat kun je ook met laaggeletterden doen. Samenwerking is belangrijk. Ook met de thuiszorg. Als die bij een patiënt in de ijskast een boel rotte producten ziet staan, is de kans groot dat zo iemand ook niet zorgvuldig omgaat met medicijnen. Dat zouden wij graag weten.”

Ten slotte de bijsluiters. Je hoeft niet ongeletterd te zijn om die niet te begrijpen. „Ingewikkeld en lang”, vindt huisarts Van den Muijsenbergh. Ook apotheker Kooy pleit voor „beknopte, eenvoudige” bijsluiters, met pictogrammen en verwijzingen naar instructiefilmpjes op internet. „Nu is 60 procent van de Nederlanders in staat een bijsluiter goed te lezen. Een deel van de apothekers geeft al eenvoudigere bijsluiters mee die door 95 procent van de Nederlanders goed te lezen zijn.”