Angstige terreur

In Buitenhof ging het zondag over, ik citeer, ‘de problemen van ons basisonderwijs en hoe de leraren weer te motiveren.’ Aanleiding: een onderzoek waaruit blijkt dat een kwart van de docenten op de basisschool het vak na vijf jaar de rug toekeert. De zaak werd besproken met basisschooldocente Tingue Klapwijk, Leerkracht van het Jaar 2013, en hoogleraar pedagogiek Micha de Winter. Over de diagnose waren ze het wel ongeveer eens: te veel toetsen, te veel ‘administratie’ en de onstuitbare lavastroom van ‘beleid’ die leerkrachten de lust in hun werk ontneemt. Als voorbeeld noemde De Winter de ideologie van het ‘opbrengstgericht onderwijs’. ‘Een waanzinnige term,’ sprak hij. ‘Wie hem ooit uitgevonden heeft weet ik niet, maar ik kan mij geen onderwijs voorstellen dat níet opbrengstgericht is.’

De bestuurders van ons onderwijs, de kaste aan wie wij het intellectuele welzijn van onze kinderen toevertrouwen, ik kon me niet voorstellen dat die een pleonasme tot beleidsdoctrine zouden verheffen, maar inderdaad: ‘opbrengstgericht onderwijs’, 606.000 hits op Google.

Dit soort zinnen: ‘Opbrengstgericht werken houdt in dat een school systematisch en doelgericht werkt aan het maximaliseren van de leerprestaties van de kinderen en de effectiviteit van het onderwijs.’

‘In de Kwaliteitsagenda Primair Onderwijs is opbrengstgericht werken een van de speerpunten.’ Een speerpunt in een agenda, je ziet het voor je.

‘Uit onderzoek blijkt dat er een positief verband bestaat tussen opbrengstgerichtheid van scholen en de leerresultaten van hun leerlingen.’

‘Opbrengstgericht werken is een begrip wat (sic) u vast niet vreemd in de oren zal klinken.’

‘Doelen stellen, zicht hebben op leerresultaten, planmatig en resultaatgericht werken zijn essentieel voor het bereiken van zo hoog mogelijke opbrengsten voor alle leerlingen.’ (Website Onderwijsinspectie)

Om als pabo-ertje te worden beoordeeld door een academisch geschoolde inspecteur die niet weet wat een pleonasme is, het lijkt me inderdaad geen stimulans. Zoek de term op in Google Afbeeldingen en je ziet in één oogopslag waarom basisschooldocenten het na vijf jaar voor gezien houden: sterren, cirkels en bellen in alle kleuren van de regenboog, voorzien van deprimerende labels als ‘doelen en standaarden’, ‘ gegevens registreren’ en ‘gegevens interpreteren’.

Nog tijdens die Buitenhof-uitzending had mijn Twitter-tijdlijn er een spel van gemaakt. ‘Opbrengstgericht onderwijs, is dat net zoiets als seksgericht neuken?’

‘Ja, of afstandsgericht fietsen.’

‘Oogstgericht landbouwen.’

‘Houtgericht timmeren.’

‘Maaltijdgericht koken.’

‘Ja, en daarna vaatgericht afwassen!’

Vermakelijk, maar ook navrant. Ronald Reagan mocht graag Sovjet-moppen vertellen. (Russische autodealer: ‘Over tien jaar kunt u uw auto ophalen.’ Klant: ‘’s Morgens of ‘s middags?’) Overal ter wereld zijn absurde overheidssystemen een dankbaar doelwit voor cynische humor, maar zouden er veel landen zijn waar dat cynisme zich uitstrekt tot het onderwijs? Waar het onderwijs is verworden tot net zo’n parallelle schijnwereld als de Russische economie onder Brezjnev? Zo onthecht van de verifieerbare werkelijkheid dat je er eigenlijk alleen nog bittere, berustende grappen over kunt maken? Maar moeten wij hier wel in berusten? Het probleem is al dat beleid – nieuw beleid is alleen maar nieuw hout in de kachel. Sinds 9/11 hebben wij een ongekend netwerk voor digitale spionage in het leven geroepen, allemaal om ons te behoeden voor een bomaanslag. Maar achter de muren van onze scholen heeft de beleidsterreur vrij spel. Niet om een bus op te blazen, maar om kinderen het verkeerde onderwijs te geven en leerkrachten ongelukkig te maken. Om gemotiveerde onderwijzers weg te jagen tot er alleen nog brave beleidssoldaatjes over zijn, die geheimtaal brabbelen. Wat is erger?

Het netwerk waar al die kwalijke plannen gesmeed worden, kan de AIVD díe metadata niet eens verzamelen? En dan, als het Tora Bora gelokaliseerd is, een paar drones er overheen?