Afrikanen vrezen de dood van hun stokoude leiders

Robert Mugabe wordt morgen 90 jaar. Speculaties over zijn gezondheid leiden tot bittere strijd om de macht. Net als in Angola en Zambia.

Van links naar rechts: José Dos Santos (Angola), MichaelSata (Zambia) en RobertMugabe (Zimbabwe).
Van links naar rechts: José Dos Santos (Angola), MichaelSata (Zambia) en RobertMugabe (Zimbabwe). Foto’s AFP, AP en EPA

De laatste keer dat Zambianen de 59-jarige Levy Mwanawasa in levenden lijve zagen was toen hij naar een conferentie van de Afrikaanse Unie in de Egyptische badplaats Sharm-el-Sheikh vertrok. Kort na aankomst in Egypte kreeg Mwanawasa een beroerte, zijn tweede in twee jaar tijd. Dat was op 29 juni 2008, het begin van een coma waaruit de derde president van Zambia nooit meer zou ontwaken.

Op Mwanawasa’s doodsakte staat Parijs, 19 augustus. Ruim 7 weken van nationale gebeden, sussende doktersverklaringen over zijn „kritieke maar stabiele toestand’’, en de condoleance van de Zuid-Afrikaanse president aan Zambia na het later ontkende nieuws over zijn overlijden op een radiostation later kwam de officiële aankondiging van zijn dood in het militaire hospitaal Percy in de Franse hoofdstad. „Stabiel was Mwanawasa al die tijd zeker”, grapt Roy Clark, blogger en commentator van de Zambiaanse politiek. „Morsdood, als je het mij vraagt.”

Er is kortom een reden waarom Zambianen zich opnieuw nerveus maken over de onzichtbaarheid van hun huidige president, Michael Sata (76), die nauwelijks in het openbaar verschijnt sinds zijn aantreden in 2011. Op straat en in de sociale media gaan wilde geruchten. Sata zou lijden aan prostaatkanker, verhoogde bloeddruk, wellicht keelkanker. Niemand bevestigt of ontkent.

„Praten over de gezondheid van de president, dat doe je niet”, zegt oppositielid Frank Bwalya die deze maand nog werd opgepakt omdat hij de president in een radio-uitzending „een aardappel” had genoemd. Dat mag kennelijk ook niet in Zambia. „Maar als je publiekelijk speculeert over zijn gezondheid, dan denken de mensen dat je hem dood wenst. Dat kun je beter laten.”

Zambia is niet het enige Afrikaanse land dat in onzekerheid verkeert over zijn staatshoofd. De Angolese president José Eduardo Dos Santos (70) verbleef het afgelopen jaar verdacht lang in Spanje, volgens hardnekkige geruchten om behandeld te worden in een ziekenhuis in Barcelona. In Zimbabwe zoemde het in de eerste weken van januari van geruchten over het overlijden van Robert Mugabe, bijna 34 jaar aan de macht en morgen 90 jaar oud.

Dat gebeurde nadat een zelfverklaarde „insider” in de regeringspartij op zijn Facebookpagina de verhoogde veiligheidsmaatregelen rond het huis van de president weet aan zijn (verzwegen) dood. President Mugabe bewees de onzin van de geruchten eerder deze maand bij de begrafenis van zijn zuster. Hij keek oud en kwetsbaar, maar onderstreepte zijn running gag tijdens toespraken dat hij vaker uit de dood is opgestaan „dan Jezus Christus”.

Hoge leeftijd is in de Afrikaanse politiek een pluspunt op het curriculum vitae van een politicus. Oude mannen verdienen meer respect. Ze zijn geen potentieel gevaar voor het welzijn van de natie, zoals de latere president Barack Obama zijn Amerikaanse tegenkandidaat John McCain tijdens de campagne verweet. Maar de macht is in Afrika zo gecentraliseerd, de persoonlijkheidscultus van de president zo groot, dat onzekerheid over de gezondheid onzekerheid voor het hele land betekent. Zowel in Angola, Zimbabwe als Zambia lijden de speculaties over de president tot bittere strijd om de macht achter de schermen.

In Zambia zou het overlijden van de president niet kunnen worden opgevangen door zijn vicepresident. Guy Scott is blank, en kind van Britse kolonisten en heeft volgens de Zambiaanse grondwet niet het recht als staatshoofd op te treden. Scott reageert laconiek om de paniek in de nationale pers. „Ik zie mijn president iedere maandag tijdens de ministerraad”, zegt hij desgevraagd en glimlacht. „Het zou me toch echt zijn opgevallen als hij in elkaar gezakt was.”

Sata’s onzichtbaarheid wijt hij aan het ongemak van de president met camera’s. „Hij laat de optredens liever aan mij over.” Sata staat bekend om zijn humeurige gedrag en zijn onvoorspelbare uitvallen.

In zijn eigen partij, de Patriotic Front, leidt de onzekerheid tot het spitsen van de ellebogen van mogelijke opvolgers. Sata’s voormalige advocaat en vertrouweling Wynter Kabimba probeert controle over de partij te krijgen.

Zijn tegenhanger is de steenrijke minister van Defensie Geoffrey Mwamba die met beschuldigingen van corruptie uit zijn ambt werd ontheven nadat hij zijn presidentiële ambities te duidelijk had laten doorschemeren. „De president zegt dat hij voor een tweede termijn wil gaan, maar we weten allemaal dat dit niet mogelijk is”, zegt oud-minister Simon Zukas. „De onzekerheid leidt tot stammenstrijd.”

Sata kwam aan de macht met de belofte de grondwet die grote macht geeft aan de president, ter herschrijven. Binnen negentig dagen na zijn aantreden zou de grondwet er zijn, maar Zambia wacht al drie jaar op zijn voorstel. De geheimzinnigheid over zijn gezondheid tekent de ondoorzichtigheid van zijn koers.

Dat maakt ook de grote multinationals actief in de noordelijke koperregio zijn nerveus. „Er zijn maar twee dingen waar we geen controle over hebben: de koperprijs en de stabiliteit van de politiek”, zegt een bron bij een van de grote mijnbedrijven. „We vinden het niet erg om belasting te betalen maar dan willen we graag een voorspelbare regering en niet tussen vechtende facties terecht komen.”