Wat een oudje van Coppola zegt over Edward Snowden

Een klassieker is nieuws dat nieuws blijft, zei de dichter Ezra Pound. Zo is het met de klassieke film van Francis Ford Coppola The Conversation uit 1974; een persoonlijke favoriet van de regisseur en een van zijn beste. Coppola draaide de film tussen de eerste twee delen van The Godfather door. Het scenario voor de film schreef hij al midden jaren zestig, maar niemand wilde de film financieren. Na het succes van het eerste deel van The Godfather trok Paramount wel de knip, in de hoop zo de jonge regisseur te verleiden om ook het tweede deel van The Godfather op zich te nemen.

Zo ontstond The Conversation, met Gene Hackman in een van zijn beste rollen als een beveiligingsexpert die de opdracht krijgt een jong stel af te luisteren, maar gaandeweg wroeging krijgt: wat zal zijn mysterieuze opdrachtgever met de afgeluisterde informatie doen, zal dit jonge stel iets vreselijks overkomen? The Conversation wordt vaak beschouwd als een van de paranoïde thrillers van de jaren zeventig, toen in het licht van het Watergate-schandaal rond de afluisterpraktijken van de Amerikaanse president Nixon, samenzweringen welig tierden in de Amerikaanse bioscoop. De film van Coppola sloot daar vrij precies bij aan. Maar hij schreef de film dus al lang daarvoor. Toen de eerste berichten over Watergate verschenen, waren de makers van The Conversation al aan het draaien.

Dat de film zo nauw aansloot bij de tijdgeest, was volgens Coppola dan ook louter toeval. Dat zijn film werd ingehaald door het nieuws, verbaasde hem zelf nog het meest. Maar er is misschien toch iets meer aan de hand dan alleen toeval, iets wat zich niet gemakkelijk laat verklaren maar dat niettemin bestaat: een groot filmmaker plukt een onderwerp uit de lucht, en houdt dat vervolgens zo fundamenteel tegen het licht, dat hij een film aflevert die nieuws wordt, en nieuws blijft.

Met het verstrijken van de tijd is dat profetische gehalte van The Conversation als het gaat om privacy, technologie en macht alleen maar toegenomen. Het type dat Hackman vertegenwoordigt – de techneut, de einzelgänger, de nerd – stond indertijd haaks op de swingende tijdgeest. Maar inmiddels is de nerd overal, en zijn films over de uitbundige kant van de seventies pure kostuumfilms geworden; kijk maar naar American Hustle.

Wie Hackman nu aan het werk ziet, moet meteen aan Edward Snowden denken, de klokkenluider die het NSA-schandaal aan het rollen bracht: aanvankelijk is Hackman een kleurloze bureaucraat, die zijn klus uitvoert zonder vragen te stellen. Maar gaandeweg speelt zijn geweten op, en zijn schuldgevoel, en begint hij vragen te stellen bij het ethische gehalte van zijn werk. Wie The Conversation nu ziet, ziet een parabel over een klokkenluider. Over tien jaar is in Coppola’s toverbal vast weer een andere film te zien.