Wall Street Journal zegt ‘sorry’ na bedreiging: Dear Dutch, please forgive me

The Wall Street Journal schreef een wat zuur maar grappig bedoeld stukje over de Nederlandse successen in Sotsji. Blijkbaar zag niet iedereen de humor ervan in: de bewuste journalist schrijft vandaag na bedreigingen uit Nederland een excuusbrief aan Nederland. “I really love all things Dutch.”

Wéér een oranje podium.
Wéér een oranje podium. Foto ANP / Robin Utrecht

De Nederlandse heerschappij bij het schaatsen is ook in het buitenland niet onopgemerkt gebleven, schreven we een paar dagen geleden. Zo schreef The Wall Street Journal een wat zuur maar grappig bedoeld stukje over de Nederlandse successen. Blijkbaar zag niet iedereen de humor ervan in: de bewuste journalist schrijft vandaag na bedreigingen uit Nederland een excuusbrief aan Nederland. “I really love all things Dutch.”

Het begon allemaal twee dagen geleden. De lof in het buitenland voor alle medailles die Nederland wint was groot. “Wat de Nederlanders doen, is onvoorstelbaar”, schreef persbureau AP. “In Sochi, orange is the new gold.”

Maar, zo merkten sommigen op, een beetje flauw is het ook wel. Zijn ‘we’ die Nederlandse schaatsers langzamerhand niet een beetje zat?, vroeg WSJ-journalist Matthew Futterman zich in een column af toen Nederland zondagavond de zeventiende medaille won. Futterman:

“Everyone sick of watching the Dutch win speedskating medals, please raise your hand. Hmm. Seems like everyone who isn’t wearing orange underwear has a hand in the air.”

Zijn belangrijkste tegenwerping: zestien van de zeventien medailles waren schaatsmedailles op de lange baan (ondertussen negentien om twintig). De Nederlanders verdienden volgens hem daarom een “gouden medaille voor opportunisme”: we hebben één sport gekozen waarin we goed zijn, waarop relatief heel weinig concurrentie te vinden is. Tja, dan is het ook niet zo moeilijk om records te verbreken, suggereerde hij.

En nu biedt hij zijn excuses aan (want hij werd bedreigd)

Dat vonden sommige mensen hier niet zo leuk, blijkt nu. Want in een nieuwe column biedt Futterman zijn excuses aan. Hij heeft namelijk boze brieven van Nederlanders gekregen. Met teksten als:

“Hello crying baby… Come to Holland/Netherlands then I will give you my 50-year-old Dutch fists on your ugly face.”

“Please forgive me”, schrijft hij nu daarom:

“I am writing to explain that we have a deep misunderstanding. Contrary to what many of you apparently believe, I do have a deep and abiding respect for your fine country.”

Futterman is niet bitter en jaloers door alle Nederlandse winst, en is dol op Nederland en alles wat Nederlands is, voegt hij toe. Echt. Zoals daar is:

“I would kill for an Amstel Light right now.
I attended Union College in New York. Our nickname is the Fighting Dutchmen.
Ruud Gullit was my favorite soccer player growing up.
I believe “Total Football” was the apotheosis of soccer.
I live in New York, which used to be called New Amsterdam.
Those Breugel paintings with the ice skating — awesome.
I had a five-hour layover at Schiphol a few years back. I took the train into Amsterdam and went for a lovely walk along the canals.
I cycle to work.
Cobblestones — very cool.
I love french fries with mayonnaise.
HRH Willem-Alexander seems like the world’s most down-to-earth monarch. (kijk maar, red.)
My mid-weight winter jacket is orange.”

Sommige landen storten zich op bepaalde sporten en daar is echt niets mis mee, aldus Futterman. (“Zelfs als het schaatsen is, wat de meeste landen niets kan schelen”). Hij bedoelde het niet persoonlijk, eindigt hij:

“Win all the speedskating medals you want. Win the medal table. Enjoy it. Just please, no 50-year-old fists on my ugly face.”