Vrijhandel nekt vlinder: de lessen van 20 jaar Nafta

Het Nafta-akkoord voor vrije handel tussen VS, Canada en Mexico is een voorbeeld voor twee nieuwe megaverdragen.

Wordt de monarchvlinder geofferd op het altaar van de vrijhandel? Volgens het Wereldnatuurfonds is de jaarlijkse migratie van de vlinder in gevaar door Nafta, het baanbrekende Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag dat de VS, Canada en Mexico twintig jaar geleden sloten. Vandaag markeren president Barack Obama van de VS, Stephen Harper van Canada en Enrique Peña Nieto van Mexico die verjaardag met een top in Toluca, Mexico.

In de buurt van hun vergaderplek is een reservaat van de monarchvlinder, het diertje dat bij de oprichting van Nafta werd uitgekozen als het symbool voor de milieuparagraaf van het vrijhandelsverdrag. Elk jaar, aan het eind van de zomer, trekt de monarchvlinder in reusachtige oranje wolken van leefgebieden in Canada en de VS naar het zuiden om in Mexico te overwinteren. Mooier kon het grenzeloze handelsverkeer niet worden uitgebeeld. Maar nu weet de vlinder de weg naar Mexico niet langer te vinden.

Nafta, dat op 1 januari 1994 van kracht werd, heeft de intensieve teelt van vooral genetisch gemanipuleerde mais en soja in de VS gestimuleerd. Die gewassen zijn resistent tegen de veel gebruikte pesticiden, maar het onkruid op de velden verdwijnt. Zoals de zijdeplant, waar de monarchvlinder van leeft.

De uitwerking op lange termijn van een handelsverdrag staat niet vaak in de belangstelling. Die van Nafta wel, maar niet zozeer doordat het twintig jaar bestaat. De VS staan op het punt twee nieuwe kolossale handelsverdragen af te sluiten, min of meer naar model van Nafta, waarvan de impact mogelijk nog groter is.

Het ene, het zogeheten Trans Pacific Partnership (TPP), verbindt twaalf Amerikaanse en Aziatische landen rond de Grote Oceaan. De onderhandelingen daarover zouden afgerond moeten zijn voordat Obama in april op rondreis gaat in Azië. Vrijdag start weer een ronde in Singapore.

Europese Unie

Het andere verdrag, het Transatlantic Trade and Investment Agreement (TTIP), is gericht op verdieping van de handels- en investeringsrelatie met de Europese Unie. In maart is de vierde onderhandelingsronde. Samen omvatten beide verdragen eenvijfde van de wereldbevolking.

Waarom zijn de Amerikanen zo gretig? De nieuwe verdragen zullen volgens de betrokken regeringen miljoenen nieuwe banen opleveren en een forse stimulans betekenen voor de economische groei. TPP en TTIP dienen ook een geopolitiek belang: China wordt buiten de deur gehouden. En de nieuwe handelsblokken omzeilen de stagnatie in de wereldhandelsorganisatie WTO, waar ontwikkelingslanden meer invloed opeisen.

Welvaart en banengroei werden ook beloofd bij Nafta. Maar wat is er van die voorspellingen terechtgekomen? Dankzij Nafta werden de Noord-Amerikaanse handelstarieven uitgefaseerd. Maar Nafta was vooral een investeringsverdrag, bedoeld om groei te scheppen door investeringen in de partnerlanden veilig te stellen. De VS, Canada en Mexico spraken af de voorkeursbehandeling van lokale producenten in te perken, en intellectueel eigendom te beschermen. Mexico kan bijvoorbeeld niet langer zomaar Amerikaanse producten namaken.

Nafta kende nog een nieuwigheid: het was het eerste vrijhandelsverdrag dat bedrijven het recht gaf overheden voor een speciaal tribunaal te dagen als zij hun winsten in gevaar zagen door politiek beleid. Juist dit mechanisme, het ISDS (Investor State Dispute Settlement), is momenteel het meest omstreden element van de twee nieuwe vrijhandelsverdragen TPP en TTIP.

Over Nafta liepen de gemoederen hoog op. Toenmalig president Clinton beloofde groei en banen, en voorstanders zeiden dat Mexico door de twee noorderburen uit de armoede zou worden getrokken. Maar tegenstanders lieten zich ook niet onbetuigd. Beroemd werd de uitspraak uit 1992 van presidentskandidaat Ross Perot: hij hoorde „het gigantische zuigende geluid” van banen die naar Mexico verdwenen.

Wereldeconomie

De uiteindelijke gevolgen van het handelsverdrag zijn moeilijk te bepalen, omdat ze nauw verweven waren met andere factoren die wereldeconomie beïnvloedden. In 1994 was er nog geen internet, was China een dwerg en had niemand van klimaatverandering of omvallende banken gehoord. Volgens het Amerikaanse Congressional Research Centre is het effect van NAFTA door voor én tegenstanders vooral overschat: „In werkelijkheid veroorzaakte Nafta noch het grote banenverlies dat critici vreesden, noch de enorme economische winsten die supporters voorspelden.”

In elk geval deed Nafta waarvoor het bedoeld was: de economieën van de drie landen vergaand integreren. In twintig jaar tijd verdrievoudigde het handelsvolume tussen de drie landen, tot 946,1 miljard dollar. Mexico veranderde van een arm land in een ‘Azteekse tijger’.

De beloofde banengroei bleef in de VS achter bij de verwachtingen: in de eerste tien jaar van Nafta bleef het Amerikaanse werkloosheidscijfer dalen, maar na 2001 en vooral na 2007 steeg het sterk. Ook schrijft de onderzoekscommissie van het Congres dat het verdrag economische ontwrichting veroorzaakte, vooral in de Mexicaanse landbouwsector en onder Amerikaanse fabrieksarbeiders. 720.000 mensen kwamen in de VS in aanmerking voor een hulpprogramma, bestemd voor wie zijn baan door Nafta verloor. Als mensen weer aan het werk kwamen, was dit vaak in de slechter betaalde dienstensector, wat bijdroeg aan de groeiende ongelijkheid in de VS.

In Mexico verloor naar schatting een miljoen kleine boeren, of campesinos hun baan, wat resulteerde in een golf aan illegale migratie naar de VS. Maar die migratiegolf is inmiddels over zijn hoogtepunt heen. En in de staten rond Mexico City bloeit de auto- en vliegtuigindustrie, ver van de drugsoorlogen aan de grens. Toch leeft nog ruwweg de helft van de Mexicanen in armoede, en bedraagt de loonkoof tussen Mexcio en de VS nog altijd 20 procent.

In Canada werd de angst voor de economische macht van de VS niet bewaarheid. Nafta gaf de Canadezen juist een enorme markt: de VS kopen 70 procent van Canada’s exportproducten.

Het Amerikaanse Brookings Instituut wijst erop dat vooral stedelijke regio’s profiteerden. Voor bijvoorbeeld de machine- en elektronische industrie in het Texaanse Houston pakte Nafta heel gunstig uit. Maar plattelandsprovincies als Chiapas en Oaxaca in zuidelijk Mexico zijn er weinig op vooruitgegaan.

Consumptiepeil

Nafta maakte kortom deel uit van de positieve en de negatieve veranderingen van de afgelopen twintig jaar: economische groei en een hogere levensstandaard en consumptiepeil voor velen. Maar ook: groeiende kloof tussen arm en rijk, en tussen stedelijke knooppunten en achtergebleven plattelandsgebieden. „Nafta betekende globalisering”, zei Robert Pastor, directeur van het Centrum voor Noord-Amerikastudies in Washington tegen The New York Times. „En dat betekent per definitie winnaars en verliezers.”

Bill Clinton moest indertijd een bijna-revolte in zijn eigen partij bedwingen om Nafta geratificeerd te krijgen. Ook in de aanloop naar de nieuwe verdragen TPP en TTIP hebben politici last van koudwatervrees. In Europa schortte handelscommissaris Karel de Gucht eenzijdig de onderhandelingen op over het omstreden arbitragemechanisme ISDS, omdat hij eerst publieke hoorzittingen wil houden. In het Amerikaanse Congres willen Democraten niet meegaan met de wens van ‘hun’ president Obama om een te sluiten handelsverdrag in zijn geheel in stemming te brengen. De volksvertegenwoordigers willen aparte stemmingen over alle onderdelen – wat ratificering van een nieuw verdrag in de prakrijk nagenoeg onmogelijk maakt.

De grootste frustratie van critici, niet alleen ngo’s en activisten maar ook gerenommeerde economen en handelsexperts, is dat de onderhandelingen achter gesloten deuren plaatsvinden. Naar Wikileaks gelekte concepthoofdstukken over copyrights en milieubescherming uit TPP voedden de onrust. Econoom en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, auteur van Globalisation and its discontents, schreef in een open brief aan de onderhandelaars dat hij vreest dat TPP een optelsom wordt „van de slechtste aspecten van de slechtste wetten van de betrokken landen”.

Net als in de aanloop naar Nafta zijn de stellingen weer betrokken, waarbij de vraag hoe de baten van handelsovereenkomsten eerlijker, en de kosten minder schoksgewijs verdeeld kunnen worden, ondergesneeuwd raakt. Behalve voor ruim een vijfde van de wereldbevolking is het antwoord op die vraag ook belangrijk voor de monarchvlinder: bijna al zijn leefgebieden bevinden zich in de landen van TPP en TTIP.