Stress over bankenunie neemt toe nu verkiezingen naderen

Europese Centrale Bank wil dat euroministers opschieten

Vitor Constancio was zijn ergernis gisteren moeilijk de baas. Schiet op, verzin geen nieuwe uitwegen, zei de vicevoorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB) in zoveel woorden tegen de in Brussel bijeengekomen ministers van Financiën.

Nog ruim een maand hebben de ministers voor de afronding van de ‘bankenunie’, een grote hervorming die een volgende eurocrisis moet voorkomen. Daarna ligt alles stil door de Europese verkiezingen (22 mei). Over die hervorming wordt onderhandeld met het Europees Parlement, dat medebeslissingsrecht heeft. Vandaag is een nieuwe ronde. Maar de onderhandelaar namens de 28 lidstaten kreeg gisteren geen mandaat van de ministers. Hij mag wel in kaart brengen welke compromissen mogelijk zijn.

Een deel van de vergadering in Brussel was gisteren openbaar. De ministers toonden zich live bereid om het Europees Parlement tegemoet te komen. Maar op welke punten dan? Daarover liepen de meningen sterk uiteen. En hoewel de ministers er herhaaldelijk op werden gewezen dat de camera’s meekijken, werd pijnlijk duidelijk dat eerder gemaakte afspraken tussen lidstaten maar moeizaam standhouden. „Veel geluk met het tevreden houden van iedereen”, zei een minister tegen de (Griekse) voorzitter van de vergadering.

De onderhandelingen met het parlement gaan over een mechanisme om falende banken te saneren. Idealiter gebeurt zo’n ‘resolutie’ snel, om paniek te voorkomen. Volgens het parlement kan dat niet met de plannen die nu op tafel liggen. Dat lidstaten zichzelf in december een belangrijke rol gaven in het mechanisme, en de rol van de ECB en de Europese Commissie beperkten, zou een recept zijn voor ‘politisering’ van het systeem. Terwijl politieke koehandel nou juist bijdroeg aan de verergering van de eurocrisis.

De ECB wil zelf kunnen bepalen wanneer een bank niet meer te redden is, al is het maar omdat zij straks als Europees toezichthouder al het beste inzicht heeft in de situatie. Maar de Duitse minister Wolfgang Schäuble, en enkele collega’s vonden dat gisteren geen goed idee.

Zij denken dat de ECB zal aarzelen om tot resolutie over te gaan, omdat zij dan ook moet erkennen dat haar toezicht heeft gefaald. Dat was tegen het zere been van Constantio. „Er zou maar een reden zijn om te aarzelen en dat is een niet-efficiënt resolutiemechanisme”, zei de ECB-topman. Menige andere lidstaat, inclusief Nederland, bleek overigens wel te porren voor een kleinere rol van lidstaten.

Een ander struikelblok is een ‘stroppenpot’ van 55 miljard euro waaruit de sanering van falende banken betaald moet worden. Die wordt door banken zelf gevuld, maar dat gaat jaren duren. Hoe zorg je er in de tussentijd voor dat er altijd genoeg geld in dat fonds zit?

In december besloten de ministers om deze kwestie voor zich uit te schuiven. Maar onder druk van het Europees Parlement, dat een ‘resolutiefonds’ zonder achtervang ongeloofwaardig vindt, is de discussie hierover weer opgelaaid.

Minister Jeroen Dijsselbloem (PvdA) verwacht dat de stroppenpot vrijwel nooit gebruikt zal worden: het is het sluitstuk van een trits hervormingen die banken op zichzelf al een stuk veiliger maken. Maar als signaal naar de markt is het belangrijk dat het fonds altijd vol genoeg is.

Daarom kwam Dijsselbloem gisteren met een „simpele oplossing”: laat het fonds indien nodig zelf leningen afsluiten, laat nationale overheden die garanderen, maar leg ook vast dat banken ze zelf moeten afbetalen. Het nieuwe idee viel goed bij veel lidstaten, maar opnieuw niet bij Duitsland. Dat wil vasthouden aan de afspraken uit december.