Stoppen met omkoping is nog niet zo eenvoudig

Nederlandse bedrijven die werken in corrupte landen huren steeds vaker advocaten in om omkoping te bestrijden De kans om gepakt te worden neemt toe en de boetes worden hoger

Bedrijven voelen zich op de hielen gezeten. Door het Openbaar Ministerie (OM), maar ook door hun aandeelhouders, investeerders en de publieke opinie. Omkoping wordt niet meer getolereerd – dus kloppen Nederlandse bedrijven die in corrupte landen werken steeds vaker bij fraudeadvocaten aan voor hulp. Dat blijkt uit een rondgang langs fraudeadvocaten van grote kantoren, gespecialiseerd in financieel economisch strafrecht.

De reden voor de groeiende vraag is simpel: de pakkans is groter geworden, zeggen de advocaten. „Het OM zit er de laatste jaren veel meer bovenop”, zegt advocaat Marnix Somsen van De Brauw. Dat komt doordat de VS omkopende bedrijven daarvoor al veel actiever zijn gaan opsporen en bestraffen – ook Nederlandse. „Het OM kan niet achterblijven.”

Reputatieschade is duur

Opsporing wordt effectiever, nu landen in toenemende mate samenwerken. Ook worden de straffen strenger, zegt advocaat Daan Doorenbos van Stibbe. Zo ligt er een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer dat de mogelijkheid zal bieden om de maximale boete voor buitenlandse omkoping te verhogen. „Nu geldt voor een bedrijf een maximum van 8 ton per delict. Met de nieuwe wet wordt dat 10 procent van de jaaromzet.”

En behalve kans op een hoge boete, bestaat het risico op reputatieschade. En dat valt vaak nog duurder uit, zegt Hendrik Jan Biemond van Allen & Overy. „Een boete is eenmalig, maar reputatieverlies blijft heel lang kleven.” Behalve het bedrijf kan een omkopingsschandaal ook fataal zijn voor bestuurders. Die voelen zich volgens Biemond dan ook steeds kwetsbaarder. „Het Nederlandse hoofdkantoor wordt nu geacht te weten wat er overal in de wereld gebeurt.”

Als corruptie een kleur heeft, is dat donkerrood. Anticorruptieorganisatie Transparancy International publiceert elk jaar een kaart waarop alle landen op corruptie gerangschikt zijn. Er staan veel rode landen op die kaart, vooral in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Dat zijn landen waar ook veel Nederlandse bedrijven werken. Bouwers en baggeraars bijvoorbeeld.

Dat sommige Nederlandse bedrijven omkoping in het verleden niet uit de weg gingen, is gebleken. Het OM deelde recent een paar hoge boetes uit. Eind 2012 betaalde Ballast Nedam 17,5 miljoen euro, vanwege omkoping in Saoedi-Arabië en Suriname. Controlerend accountant KPMG betaalde eind vorig jaar 7 miljoen euro vanwege het verhullen daarvan.

Dat zij waarschijnlijk geen uitzondering zijn, blijkt uit onderzoek van Ernst & Young onder 1.700 bestuurders in 43 landen uit 2012. Van de ondervraagde Nederlandse bestuurders was 18 procent bereid om steekpenningen te betalen. Het gemiddelde lag in West-Europa op 11 procent.

Ineens met omkoping ophouden, is niet zo eenvoudig. Als bedrijven contracten ontbinden of zich terugtrekken, kost dat geld. En als ze stoppen met de betalingen, kost dat opdrachten – eens begonnen, betekent dat stoppen vrijwel onmogelijk is. Doen ze dat tóch, dan kan het gebeuren dat de lokale overheid vergunningen intrekt. Of water, gas en licht afsluit.

Of, nog ernstiger, dat de veiligheid van de werknemers in het geding komt. Aldo Verbruggen van Houthoff Buruma stond eens een topman bij die, nadat zijn bedrijf stopte met de illegale betalingen, enkele maanden onder „erbarmelijke omstandigheden” in een cel doorbracht.

Regel het zelf

Toch is het advies nooit: ga maar door met die corrupte betalingen. Wordt Biemond om hulp gevraagd, dan is stap één: onderzoeken wat er precies gaande is. Zit het fout, dan adviseert hij hoe het bedrijf kan stoppen. Zo snel de veiligheid van de eigen mensen dat toelaat. En dat betekent soms: „Neem je verliezen.”

Een mogelijkheid voor bedrijven is zichzelf bij justitie te melden als er iets mis is.

Dat betekent: zélf onderzoek doen, de praktijken stopzetten, de omkopers ontslaan, de gedragsregels aanscherpen en zich melden bij justitie. In ruil voor zeggen autoriteiten doorgaans strafvermindering toe. „Anders is het minder aantrekkelijk”, zegt Somsen. Volgens Somsen stijgt het aantal Nederlandse bedrijven dat aan self-reporting wil doen „gestaag”. Het OM ziet „nog geen trend”, maar moedigt wel aan.

Nee, de volle dossierkasten van de advocaten duiden niet op het einde van Nederlandse corruptiepraktijken, zegt Aldo Verbruggen van Houthoff Buruma. „Het is een illusie dat wij de corruptie even gaan uitroeien. Hooguit zullen sommige bedrijven die landen gaan mijden. Zich de vraag stellen: willen we dit nog?”