Opinie

Simone It Greate Ear

Omdat ik toch een paar dagen in Friesland ben, wilde ik langs It Greate Ear – de afluistersatellieten waarover minister Plasterk struikelde, maar net niet viel. Dat ‘toch’ blijkt wat optimisch, want Burum is alsnog een dik uur rijden van waar ik verblijf. Een mooie tocht wel, op een zonnige dag. In de Dokkumer Trekvaart dobberen kuifeendjes, hun witte flanken in het zwart, smoother dan het strakste schaatspak.

Ik passeer Veenklooster, waar Marianne Vaatstra ooit dood gevonden werd, en Oudwoude, waar haar moordenaar vandaan kwam – Jasper S., de boer waarvan iedereen dacht dat het een asielzoeker moest zijn.

In Burum parkeer ik en stap bijna op een zwarte kat. Ze zitten overal, op straat en in vensterbanken, hun kopjes draaien mee. Ik denk aan de beruchte knuffelberen waarin een verborgen camera zit, zodat ouders de babysitter kunnen controleren. Niemand gelooft nog dat zoiets alleen in Amerika gebeurt. ‘Slimme camera’s in wakende poezen verstopt’: welke minister overleeft díe onthulling?

Het plaatselijke hotel is dicht. Je kunt een nummer bellen indien gesloten, maar dan moet je meer willen dan even naar de wc, vind ik.

Aan de overkant staat een man wild te zwaaien. Hij verdwijnt achter de hoek van een huis en springt dan weer te voorschijn. Hij stopt een kus in zijn hand en werpt die krachtig van zich af, naar zijn dochter achter het raam.

Ik moet nodig, maar durf eigenlijk niet naar binnen. Een kinderdagverblijf betreden zonder het brengen van een eigen kind, dat is als inchecken op een vliegveld zonder westers paspoort: je bent onmiddellijk verdacht.

Toch is de deur gewoon open. Een leidster komt juist haar lokaal uit. „Geen probleem hoor”, ze haalt even de kinderbril van het toilet. Boven de wastafel op dijhoogte, plakt een waarschuwing ‘Voorkom besmetting’, stapsgewijs en met uitroeptekens wordt uitgelegd hoe je je moet inzepen, afspoelen, drogen.

„Dat klaart op, nou?”, lacht de leidster.

Het satellietgrondstation is te bereiken via de Wytsmaweg, voorbij de begraafplaats. Bezoekers kunnen zich melden bij de receptie, maar spontaan bezoek wordt niet gewaardeerd.

Tussen de schotels staan enkele kantoren, laagbouw, de daken met mos bedekt – knullige camouflage of een architect met James Bond in zijn bol.

Aan de achterkant van de grootste schotel vliegen kraaien af en aan, ze rusten op de stangen die de schaal dragen, hun gekwetter weerkaatst. Als de informatie die in het oor wordt opgevangen, inderdaad wordt gebruikt om drones op schimmige doelwitten (een mens lijkt nu eenmaal op een terrorist, en andersom) af te vuren, dan zijn het geen kraaien, maar cirkelende gieren.

Een kleine rode auto komt naast me tot stilstand. Een man leunt door het open raam, hij draagt een fleecetrui waar kattenharen aan kleven. „Zoek je iets?” Ik zeg: „Ik zoek wat jullie zoeken.” Het blijft stil. Oftewel: commissie-stiekem is aan het woord.