Rode hoofden bij commissie-stiekem

Na een publicatie in NRC was er gisteren spoedoverleg tussen de fractieleiders in de zogenoemde commissie-stiekem. Zij kwamen daarna met een unieke verklaring.

Fractievoorzitters Diederik Samsom (PvdA)en Sybrand van Haersma Buma (CDA) spreken elkaar nadat Buma Samsom „buitengewoon stom” heeft genoemd. Buma vindt dat zijn PvdA-collega de werkwijze van de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten misbruikt om de fouten van PvdA-minister Ronald Plasterk te vergoelijken. Achteraf zeiden beide fractievoorzitters dat de zaak was uitgepraat.
Fractievoorzitters Diederik Samsom (PvdA)en Sybrand van Haersma Buma (CDA) spreken elkaar nadat Buma Samsom „buitengewoon stom” heeft genoemd. Buma vindt dat zijn PvdA-collega de werkwijze van de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten misbruikt om de fouten van PvdA-minister Ronald Plasterk te vergoelijken. Achteraf zeiden beide fractievoorzitters dat de zaak was uitgepraat. Foto’s Novum/ANP

Er waren veel rode hoofden, te zien, gisteren na de zoveelste ingelaste vergadering van de ‘commissie-stiekem’. De strijd over de vraag of minister Ronald Plasterk de Tweede Kamer nou wel of niet goed heeft geïnformeerd over de juiste herkomst van 1,8 miljoen belgegevens van ‘Nederlandse’ gesprekken in Amerikaanse handen, heeft zich van de plenaire zaal naar deze geheime commissie verplaatst.

De minister van Binnenlandse Zaken (PvdA) kwam begin deze maand in grote problemen vanwege zijn tegenstrijdige verklaringen over de belgegevens. Eind oktober 2013 legde hij in diverse media uit dat de informatie door de VS zonder medeweten van Nederland moest zijn verzameld. Eind november wist hij al dat hij zich vergist had, en dat eigen inlichtingendiensten ze hadden verzameld en aan de VS verstrekt. Zijn vergissing hield hij twee maanden buiten de openbaarheid.

Dat leverde hem een motie van wantrouwen op, ingediend door acht oppositiepartijen. Plasterk had, zo was het verwijt, de Kamer niet juist en tijdig geïnformeerd , ook niet in de geheime Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, zo was de impliciete maar duidelijke conclusie. PvdA-leider Samsom maakte zich hierover boos, vooral over de rol van D66-leider Pechtold, die de motie opstelde.

Nu is de inzet van de strijd veranderd: de geloofwaardigheid van de betrokken fractievoorzitters staat op het spel.

1 Is de commissie nu geïnformeerd of niet?

Deze krant meldde gisteren dat de werkelijke herkomst van de belgegevens op 12 december in de commissie-stiekem wél was gemeld. Direct na de publicatie kwam deze commissie voor spoedoverleg bijeen. In een unieke schriftelijke verklaring – de commissie meldt nooit iets – werd niet ontkend dat de kwestie op 12 december was besproken, maar meldde zij wel dat zij zich „niet geïnformeerd acht”.

Op het eerste gezicht geen nieuws: veel commissieleden hadden dit oordeel al vastgelegd in de motie van wantrouwen. De relevantie zit in de formulering. In de motie stond nog dat Plasterk de Kamer „niet heeft geïnformeerd”. Gisteren lag het iets anders: de commissie „acht” zich niet geïnformeerd.

Het lijkt semantische haarkloverij, maar in Den Haag is het verschil cruciaal. De eerste verklaring concludeert feitelijk dat geen informatie is verstrekt. De tweede formulering meldt alleen de perceptie van de ontvanger van de informatie, die deze blijkbaar niet informatief genoeg ‘achtte’.

2 Waarom merkten sommige fractievoorzitters niet op wat er in de commissie gebeurde?

Waren ze met hun telefoon bezig, de leiders van de nu zo boze oppositie? Of mompelde het hoofd van de militaire inlichtingendienst op 12 december zo dat ze hem niet verstonden? Hoe konden ze zijn mededeling hebben gemist? De man had namelijk iets uiterst belangwekkends te vertellen. Nederlandse inlichtingendiensten hadden 1,8 miljoen belgegevens verzameld in het buitenland, en die aan de Amerikaanse afluisterdienst NSA doorgespeeld.

Bronnen bij de oppositie geven allerlei verklaringen: het kwam voorbij in de rondvraag, het waren hoogstens drie zinnen, het gebeurde tussen neus en lippen door. De belangrijkste reden: er werd niet expliciet bij gezegd dat het een correctie van eerdere uitlatingen van Plasterk was.

Of het moment werkelijk ongemerkt voorbij ging, daarover verschillen de lezingen. Meerdere bronnen registreerden een reactie van Plasterk. Nu hij dit wist, zei hij, was hij blij dat hij de Amerikanen niet hard had aangepakt – een impliciete maar directe verwijzing naar zijn eerdere, foutieve verklaring dat de Amerikanen Nederlandse gegevens hadden verzameld.

Ook commissieleden reageerden, melden sommige bronnen: een commissielid vroeg zich af of de informatie niet openbaar kon worden. Een ander merkte op dat de afluisterzaak tot veel achterdocht had geleid bij journalisten en Kamerleden.

3 Hoe nu verder?

Alle fractievoorzitters hebben zich ingegraven. De verklaring van de commissie was een bezweringsformule. De bedoeling was de rijen te sluiten, maar het gevecht over de interpretatie van die verklaring is in volle gang: de één concludeert ‘we konden het niet weten’, de ander ziet nu bewijs dat de fractieleiders zaten te slapen. De betrokkenen staan nu voor de keuze: moeten zij de beschadiging van hun geloofwaardigheid voor lief nemen, of doorgaan tot ze hun volledige gelijk halen, met alle consequenties van dien voor de verhoudingen?