Rauw én glossy Afghaans avontuur

Een propagandafilm voor de Amerikaanse Navy SEALs die laat zien hoe uitzichtloos de westerse aanwezigheid in Afghanistan is. Is dat de meeste adequate manier om Lone Survivor te omschrijven? De film zelf, gebaseerd op het te boek gestelde verslag van militair Marcus Luttrell, slaagt er niet in om daar een eenduidige visie op te presenteren. Ja, de film is legerpropaganda door z’n eenzijdige perspectief op de SEALs en hun haast bovenmenselijke overlevingskunst. De vijand is vaak letterlijk gezichtloos: zowel Afghaanse burgers als strijders worden in tegenlicht gefilmd. Zelfs de Pathanen die Luttrell (Mark Wahlberg) tegen de Talibaan beschermen, blijven anoniem.

En ja, daarnaast is de film ook tamelijk onthutsend door z’n lange gevechtsscènes die vooral uit wachten bestaan. Die wekken niet bepaald de indruk dat oorlog dynamisch en sexy is. Maar dan worden de hoofdrollen weer gespeeld door Amerikaanse helden als Mark Wahlberg en Taylor Kitsch: een en al viriliteit en machismo.

Lone Survivor is kortom een vreemd gedrocht, een blindganger. Als avonturenfilm is hij niet bijzonder geslaagd, want veel te langdradig. Voor een anti-oorlogsfilm is hij te glossy: elke Afghaanse stand-in bergtop in New Mexico oogt als reclame voor toertochten door de ongerepte natuur.

Regisseur Peter Berg stak twee jaar geleden met de sf-actiefilm Battleship al een lofzang op de militaire broederschap af. Nu doet hij het weer, alleen is ditmaal niet spelletjesfabrikant Hasbro leverancier van het verhaal, maar het echte leven. Pikant detail is dat Marcus Luttrell zelf de film prijst om z’n realisme, met het argument dat er aan oorlog niets „glorieus” is.

Een film die zoveel tegenstrijdige reacties oproept, verdient het gezien te worden. Want hoe bitter ook de nasmaak, de wijze waarop Lone Survivor je emotioneel en ideologisch compromitteert, is wellicht precies wat militairen in gevechtssituaties gebeurt.