Opstelten houdt achterdeur dicht

De kans is klein dat dit kabinet de wietteelt zal reguleren.

Maar de oppositie blijft het proberen.

Gebruikers roken en keuren wiet op een bijeenkomst van de cannabisvereniging Acmefur op het Spaanse eiland Fuerteventura.
Gebruikers roken en keuren wiet op een bijeenkomst van de cannabisvereniging Acmefur op het Spaanse eiland Fuerteventura. Foto’s AFP

De wietlobby is niet te vergelijken met de professionele tabakslobby, of met die van de alcoholindustrie. Of neem de energiesector, zegt Tweede Kamerlid Liesbeth van Tongeren van GroenLinks: „Als ik bij een procedurevergadering een kleine opmerking maak, heb ik tien minuten later iemand van de NAM of Energie Nederland aan de lijn om uit te leggen dat alles net even anders zit. Dat is topniveau lobbyen. Een groot verschil met de wietbranche.”

Vandaag debatteert de Tweede Kamer over het coffeeshopbeleid. De publieke tribune zal vol zitten met vertegenwoordigers uit de wietwereld, voorspelt Marith Rebel, PvdA-Kamerlid en woordvoerder over het drugsbeleid. Vol met consumentenorganisaties, de vereniging van coffeeshophouders en de Stichting Epicurus, waarin ‘cannabisondernemers’ zijn vertegenwoordigd. Maar een professionele lobby, zo valt de wietlobby toch niet te noemen.

„Hobbyisme”, zoals Peter Oskam (CDA) de lobby typeert. En Marith Rebel: „De lobby is niet echt georganiseerd en bestaat vooral uit een verscheidenheid aan individuen die elk hun eigen punt willen maken.” Wel „charmant”, vindt ze de lobbytypes, maar ook een tikje „emotioneel”. Terwijl de wietlobby wel één gezamenlijk doel heeft: het kabinet zover krijgen dat hennepteelt wordt gereguleerd – als het aan hen ligt zelfs gelegaliseerd.

In de illegaliteit van de productie van softdrugs ligt een probleem voor de lobbyisten. Het is voor parlementariërs nu eenmaal lastig zaken doen met belangenbehartigers van criminele organisaties. Liesbeth van Tongeren kent één „biologische teler die met zijn naam in de krant durft”. De anderen durven volgens haar niet naar buiten te treden, omdat ze bang zijn dat de politie hen direct zal opsporen. „Ze kúnnen hun structuur en hoe ze werken dus niet zomaar op tafel leggen.” Van Tongeren vergelijkt hun positie met die van belangenbehartigers uit de prostitutiebranche, voordat prostitutie legaal was in Nederland.

Weeffout

Bijkomende moeilijkheid voor de cannabisorganisaties is dat in de Tweede Kamer de politieke verhoudingen stevig vastliggen. Het scheelt maar een paar Kamerzetels, maar een meerderheid is tegen het reguleren van de wietteelt: de christelijke partijen plus de VVD en de PVV (samen 76 zetels). De andere partijen, waaronder GroenLinks, de SP en coalitiepartij PvdA, vinden dat gemeenten wel moeten kunnen experimenteren met wietteelt.

Die laatste partijen willen dat Nederland ook de ‘achterdeur’ van de coffeeshops reguleert. Nu mogen coffeeshops wel cannabis verkopen, maar geen wiet inkopen of produceren. Die weeffout werkt volgens bijvoorbeeld Marith Rebel criminaliteit en overlast in de hand. Zowel vóór- als tegenstanders zeggen dat zij wel in gesprek gaan met de belangenorganisaties, maar echte veranderingen van standpunt heeft dat de afgelopen jaren niet opgeleverd.

Ondertussen voeren lokale bestuurders hun eigen lobby. Een groep burgemeesters verhoogde de druk op het parlement en minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) afgelopen weken verder. Zij willen controle op de binnenlandse productie van cannabis mogelijk maken, zodat ze de overlast in hun gemeenten beter kunnen aanpakken.

De burgemeesters trekken onder meer het cijfer in twijfel dat minister Opstelten gebruikt als argument tégen regulering. Opstelten zegt dat 80 procent van de wietproductie voor de export is bedoeld, en dat regulering van de binnenlandse markt dus geen oplossing zou bieden. Vandaag zullen D66 en coalitiepartij PvdA Opstelten nog eens naar de precieze cijfers en een nieuwe berekening vragen.

In politiek Den Haag verenigen de burgemeesters zich overigens niet met de lobby van cannabisondernemers. Want de meeste belangenorganisaties pleiten voor legalisering, maar tegelijk vaak ook vóór het gebruik van cannabis. Terwijl het de groep burgemeesters er helemaal niet om gaat blowen te promoten. PvdA’er Paul Depla, burgemeester van Heerlen en een van de auteurs van het manifest, zegt daarover: „Wij stimuleren gebruik absoluut niet, we vinden alleen dat er een einde moet komen aan het huidige halfslachtige beleid.”

Als er al een partij in de Tweede Kamer zou bewegen in de richting van regulering, zou dat regeringspartij VVD zijn. Daarin bestaat van oudsher verdeeldheid over de vraag of softdrugs niet toch beter helemaal gelegaliseerd zouden moeten zijn. Alleen zit de woordvoerder van de VVD, Ard van der Steur, helemaal op één lijn met minister Opstelten. En die geeft al maanden geen sjoege. De oppositie in de Tweede Kamer zal daarom vandaag proberen Opstelten te omzeilen. Staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid – een PvdA’er – is ook uitgenodigd. Nine Kooiman (SP): „Wie weet, is die wél gevoelig voor het argument dat er nu totaal geen controle is op de kwaliteit van wiet.”