Ondertussen op kantoor

Japke-d. Bouma geeft elke week onmisbare tips voor op kantoor. Deze week: wat je wel en wat je niet kunt eten.

In de kantoorjungle is alles afgetimmerd. Er zijn protocollen voor kleding, de kerstversiering, pesten, parkeren. Voor hoe je het toilet moet achterlaten. Eigenlijk het enige wat wordt vrijgelaten, is eten. Het observeren van etende collega’s in al hun ongecorrigeerde puurheid is daarom een van de fascinerendste bezigheden op kantoor. Eten is weten.

Zo zijn er de collega’s die tijdens de lunch een sapje en een salade eten, hun buik inhouden en na afloop een broodje bal scoren bij de slager. Of de maaltijdsaladedames die op kantoor grote plastic bakken groenvoer knagen en zich thuis voor de tv volladen met ijs. Deze collega’s hebben ook vaak in hun werk iets te verbergen.

Je hebt de dames die met veel zinloos lawaai hele bossen wortels tegenover je gaan zitten wegwerken. En de kliko’s die zich aftanken met gefrituurde happen en zich daarna weer zwetend achter hun scherm zetten – die zijn vaak slordig op hun werk. Dan de roofdieren: die elke dag rond 12 uur de koelkast plunderen (joh, ik had die naamstickertjes helemaal niet gezien). En dan zijn er nog de collega’s die hun bestek als mestvorken hanteren, als beesten in knapperige broodjes kraken en in een geestdriftig betoog tijdens de lunch eistukjes in je ogen spugen – horken. Het is allemaal even boeiend als leerzaam.

Ik ben er dan ook voor om de anarchie rond eten te handhaven. Hoe minder regels hoe beter, voor de beste observatie. Toch zou ik hier en daar wel wat willen stroomlijnen voor het overzicht op de fourage. Ik stel wisselende lunchshifts voor, zodat de afterlunchdip een beetje wordt gespreid over kantoor. En een wisselende, verplichte lunchgenoot zodat iedereen een keer de baard met de zwarte tanden tegenover zich krijgt. Verder een bananenverbod voor mooie vrouwen omdat het de mannen te veel afleidt, een verbod op lekkend fruit op flexplekken voor de hygiëne, en een discrete bruine zak met gezond eten bij de portier voor diegenen die overduidelijk falen in hun eetgedrag. Maar verder vind ik dat eten zo eerlijk mogelijk moet blijven. Dus geen hulpmiddelen van thuis. In de jungle overleven de sterksten zonder hulp van buiten.

Ik ben dus tegen broodtrommels. Ook omdat ze stom zijn. Broodtrommels geven het signaal: ik heb het leven opgegeven en kan op een karretje worden weggereden in een zurige kaaslucht. Sowieso dat hele brood meenemen naar kantoor. Óf je moet louter dubbelgebakken speltquinoa met glutenvrije alzheimer kunnen verdragen, dan maken we een uitzondering, maar verder: doe even normaal.

Dan nog een woord voor de mensen met eigen Nespresso-machines, tosti-ijzers en een woud van verlengsnoeren onder hun bureau. Alsof ze hun eigen toko runnen. Ik vind dat kantoorondermijnend gedrag: hou daar eens mee op. Klagen over stinkende magnetrons en steunhijgende collega’s tijdens de lunch hóren erbij. Als je daar niet tegen kunt, ga je maar zzp’en. Als we dit allemaal hebben genoteerd, ga ik nu weer even etende collega’s kijken.