Opinie

Nein.

Hij kreeg internationale faam als de twitteraar @NeinQuarterly, kortweg ‘Nein.’ Hij is een Amerikaan, maar gaat op Twitter schuil achter een komisch portretje van een loodzwaar kijkende Theodor W. Adorno, de Duitse filosoof en grondlegger van de evenmin luchthartige Frankfurter Schule. En daar maakt hij dan rake grappen over ( ‘ADORNO. German for YOLO’). Zijn beste tweets tonen een scherp oog voor de Duitse taal en cultuur.

Niet veel mensen weten dat hij ook Nederlands spreekt en hier nog regelmatig komt. Hij studeerde in 1994 een half jaar in Utrecht en zoekt graag Nederlandse vrienden op. „Het leek in Nederland altijd te gaan over erbij horen of niet erbij horen”, zegt Eric Jarosinski (42), zoon van twee onderwijzers in een klein dorp in Noord-Wisconsin, docent Duits aan de Universiteit van Pennsylvania, brein achter Nein. Hij begon twee jaar geleden te twitteren toen hij vastliep in een loodzwaar boek dat hij probeerde te voltooien over de Duitse cultuur.

Er is al veel over hem geschreven, van The Wall Street Journal tot The New Yorker. Sinds vorige week drukt Die Zeit een vaste twittercollage van hem af en de Frankfurter Allgemeine Zeitung vroeg hem verhalen vanuit Amerika te gaan leveren. Jarosinski heeft daarvoor met ingang van komende zomer zijn baan aan zijn elite-universiteit opgezegd. Hij verhuist van Philadelphia naar New York, waar hij ook is als ik hem bel – in een bar met schetterende tv.

Nein’ twitterde: ‘Let’s be honest: Most everything you think you know about Germany is true. In the Netherlands.’ Dus ik wilde weleens weten hoe hij de Nederlandse volksaard dan wel zou fileren. Jarosinski zei als een echte Amerikaan eerst de gekste vriendelijk-beleefde dingen („Jullie zijn heel goed in sfeerverlichting.”) Maar daarna kwam hij al snel met het Duitse woord spiessig: Bourgeois. Klein. Bekrompen. „Alles wat het tegenovergestelde is van kosmopolitisch.”

Hij was hier in 1994, zei hij. De herdenking van vijftig jaar bevrijding hing in de lucht. Nederland voerde voortdurend moeilijke discussies over „gekoesterde mythes”, herinnert Jarosinski zich. „Voor Duitsland is een kritische blik op het verleden allang gebruikelijk. Voor jullie kwam die wat laat.”

Hij woonde in een studentenflat in Overvecht, tussen autochtone Utrechters en migranten. Zijn nieuwe vrienden complimenteerden de Amerikaan met zijn gebrekkige Nederlands en lachten daarna een Marokkaan uit om diens accent. Hij herinnert zich veel van zulke tegenstrijdigheden. Onder de oppervlakte zijn Nederlanders conservatiever dan ons progressieve imago in de wereld doet vermoeden, denkt hij.

Jarosinski begon prompt over onze „gezelligheid”, die een kant had waar hij van hield en een kant die hem afstootte. Hoe ze in het studentenhuis altijd samen aten. Met die sfeerverlichting aan, gezellig, rond de tv, als het Journaal begon. In die tijd was er veel nieuws uit voormalig Joegoslavië. „Onplezierige berichten. En dan ging snel de tv uit. Want dat was niet gezellig.”

Eric Jarosinski kan de ingewikkeldste Duitsers volgen, van Adorno tot Nietzsche. Maar Nederland verbaast hem nog steeds: „Er gebeuren nare dingen in de wereld. Daarvoor mag je je niet afsluiten.”

Nein.