‘Met schuld en schaamte komen we niet verder’

De Britse regisseur is favoriet voor de Oscars met zijn imposante drama ‘12 Years a Slave’. „Ik wil de geschiedenis van de slavernij omarmen.”

Regisseur Steve McQueen had al een grote naam als videokunstenaar en als regisseur van de arthousehits Hunger, over de hongerstaking van IRA-gevangenen in de jaren tachtig, en Shame, een film over seksverslaving. Maar met 12 Years a Slave, gebaseerd op de memoires van Solomon Northup, een vrij man die in 1841 werd gekidnapt in Washington en verkocht als slaaf, leert een veel groter publiek nu zijn werk kennen. 12 Years a Slave is favoriet bij de komende Oscars, en McQueen maakt goede kans om als eerste zwarte regisseur in de geschiedenis de Oscar voor beste regie te krijgen. Het boek waar de film op is gebaseerd is een bestseller in de VS, en de film behaalde in Engeland de eerste plaats van best bezochte films – ondanks de compromisloze, volstrekt onsentimentele manier waarop de regisseur het drama van slavernij in beeld brengt.

Ziet u het succes van 12 Years a Slave als een culminatie van uw carrière tot nu toe?

„Nee. Totaal niet. Daar denk ik niet over na. Ik richt me uitsluitend op datgene waar ik op dit moment aan werk. Ik probeer niet te leunen op wat ik in het verleden heb gedaan. Bij elk nieuw werk ga ik ervan uit dat mensen voor het eerst iets van me zien. Daarom moet alles zo goed mogelijk zijn, en op zichzelf staan.”

Maar er zijn verbanden tussen uw films: drie films die over personages gaan die gevangen zitten, geweld is een terugkerend thema, films ook met een sterk fysiek karakter. Zoekt u zelf naar connecties?

„Nee. Daarvoor vind ik het nog te vroeg. Ik heb nog maar drie films gemaakt. Misschien kunnen we daar een zinnig gesprek over voeren als ik er zes of zeven heb gemaakt. Het enige verband dat ik zie, is dat het altijd om belangrijke thema’s en onderwerpen gaat die onder het tapijt zijn geschoven. Dat gold voor de geschiedenis van de IRA-hongerstakers, de opkomst van internetporno en de problemen rond seksverslaving, en nu ook voor slavernij. Wat ik wil doen in mijn films, is zulke onderwerpen zichtbaar maken, die omgeven zijn met taboes.”

Het fysieke karakter van uw films is opmerkelijk. Is dat iets wat u speciaal interesseert?

„Nee. Natuurlijk is het lichamelijke aspect belangrijk als je het over slavernij wilt hebben: de lijfstraffen, de ketenen waar mensen aan vastzaten. Maar dat zijn zeker niet de meest interessante kanten van het onderwerp, al merk ik wel dat mensen het daar steeds over willen hebben. Mij gaat het om de vraag wat de slavernij heeft betekend in de honderden jaren dat de slavernij heeft bestaan. Psychologische slavernij, psychologische vernedering en marteling, zijn net zo belangrijk als de lichamelijke kant, misschien wel belangrijker, want het aantal slavenhouders in het zuiden van de Verenigde Staten was vele malen kleiner dan het aantal slaven. Maar de lijfstraffen waren zo bruut, en de angst voor die straffen was zo groot, dat de onderdrukking toch heel effectief was.”

U wilde het verhaal van een vrij man die wordt gekidnapt en tot slaaf gemaakt al vertellen voordat u de memoires van Solomon Northup in handen kreeg. Waarom juist dat verhaal?

„Het verhaal hoe slaven in Afrika gevangen zijn genomen en naar Amerika zijn overgebracht, is al eerder verteld, onder meer in de televisieserie Roots. Maar het verhaal van mensen die vrij leefden in de VS en werden gekidnapt en verkocht als slaaf, was nog niet goed verteld. Dat kwam heel vaak voor, vooral nadat de internationale slavenhandel was afgeschaft. Daardoor was het heel lucratief om zwarte Amerikanen te ontvoeren en te verkopen als slaaf. Ik wilde ook het verhaal vertellen van een gemiddelde Amerikaan, iemand die afkomstig is uit de middenklasse, een musicus. Geen buitenstaander, maar iemand die echt onderdeel is van de samenleving. Toen ik het boek van Solomon Northup las en de bladzijden omsloeg, trilden mijn handen. De details zijn zo overweldigend, zo visueel ook, dat ik onmiddellijk de film voor me zag.”

Northup kan tijdens zijn gevangenschap in Washington vanuit zijn cel het Amerikaanse Congres zien liggen. Bijna té symbolisch, maar dat is een authentiek detail.

„Het gebouw waar hij is vastgehouden in Washington bestaat nog steeds. Dat gebouw staat aan Pennsylvania Avenue, de straat waar later het Witte Huis zou worden gebouwd.”

Eerder heeft u gezegd dat u deze film ‘uit liefde’ heeft gemaakt. Je verwacht bij een onderwerp als slavernij misschien eerder een motief als woede of verontwaardiging. Wat bedoelt u precies?

„Wanneer je opgroeit als zwart kind, in mijn geval in Londen, ben je je al vanaf je vroegste jeugd bewust van de geschiedenis van slavernij. Journalisten vragen me soms naar het moment waarop ik me bewust werd van het slavernijverleden, maar dat is bijna hetzelfde als vragen naar het moment waarop je je eigen naam weet. Dat bewustzijn was er altijd. Vervolgens is de vraag wat je daarmee doet. Voor mij was het heel belangrijk om de geschiedenis te omarmen, om het te leren beheersen, om er een plaats aan te geven. Dat is de enige manier waarop we vooruit kunnen komen.”

U voelt die liefde zelfs voor de wrede slavenhouder Epps, gespeeld door Michael Fassbender. Is dat niet lastig toe te geven, bij zo’n gevoelig onderwerp?

„Niet als je eerlijk bent. Elk eerlijk mens moet toegeven dat hij ook bepaalde perverse kanten in zich heeft. Epps, de slavenhouder, begrijpt totaal niet dat hij verliefd is op Patsey, een slavin. Hoe kan dat? Maar wij kiezen de liefde niet, de liefde kiest ons. Epps is een heel verontrustend, afschuwelijk personage, geen misverstand daarover. Maar hij is wel een mens, hij hoort bij ons. Net zo goed als ik iets van Solomon in mij heb, heb ik iets van Epps in mij. Dat geldt voor ons allemaal. Je kunt wel doen alsof iemand als Epps de duivel zelf is, maar dat is onzin.”

Op een belangrijk moment zegt een van de personages: ‘Er valt niets te vergeven.’ Zegt dat iets over de manier waarop u naar de geschiedenis wilt kijken?

„Ja. Ik heb daar niet te veel nadruk op willen leggen, maar dat zit wel in de film. Het slavernijverleden is omgeven met gêne en schaamte. Dat is misschien te vergelijken met de manier waarop Joden terugkijken op de Holocaust. Natuurlijk stel je soms de vraag: waarom hebben mensen zich niet meer verzet? Waarom zijn mensen niet vaker in opstand gekomen? Maar die mogelijkheid was er helemaal niet, het was onmogelijk om je vrij te vechten. De slaven hebben dit zichzelf niet aangedaan, dit is hun overkomen.”

Terugkijken naar het slavernijverleden kan een bepaalde schaamte oproepen?

„Uiteraard. Dat soort gevoelens maakt het soms moeilijk om erover te praten, maar toch moeten we dat doen. We moeten het verleden niet wegduwen, maar omarmen, of je nu zwart bent of wit. Niet vanuit schaamte of schuldgevoel, want daar komen we niet veel verder mee. Maar we moeten het gesprek over de geschiedenis voeren, want de wereld zoals die nu is, is mede het gevolg van dat slavernijverleden, net zoals de Holocaust de wereld van nu mede heeft bepaald.”

U vindt de geschiedenis van de Holocaust en de slavernij vergelijkbaar?

„Absoluut. Ik snap niet dat daar nog steeds discussie over is. Meer dan elf miljoen mensen zijn uit Afrika gehaald en in slavernij terechtgekomen. Het ergste wat een mens kan overkomen, is een slaaf te zijn. Als je geboren wordt in slavernij, zie je jezelf niet eens meer als mens. Ik kan me niets ergers voorstellen.”

In zekere zin moet ook Solomon Northup zich verzoenen met de slaven in de film, met de mensen die plotseling zijn lotgenoten zijn. Je ziet dat gebeuren als hij begint mee te zingen op de begrafenis.

„Zeker. Maar wat mij betreft gaat het niet alleen om zwarte mensen die het slavernijverleden onder ogen moeten zien, het gaat evengoed om witte mensen. Ik zou me kunnen voorstellen dat er op zeker moment een waarheids- en verzoeningscommissie in het leven wordt geroepen over het slavernijverleden, zoals in Zuid-Afrika na de apartheid. Sommige mensen zeggen: dat kan niet, want slavernij was in de tijd zelf legaal. Maar apartheid was ook legaal in Zuid-Afrika.

„Film kan een grote bijdrage leveren aan het onder ogen zien van het verleden. De slavernij heeft honderden jaren bestaan, maar er zijn minder dan twintig films over gemaakt in de VS. De Tweede Wereldoorlog heeft vijf jaar geduurd, maar daar zijn honderden films over gemaakt. En de slavernij vond plaats in Amerika zelf, toch het filmland bij uitstek. Dat heeft, denk ik, veel te maken met schaamte en schuldgevoel. Dat is ook begrijpelijk, want het was ook een walgelijke, vreselijke periode in de geschiedenis.”

Bij de Tweede Wereldoorlog is het gemakkelijker om het kwaad buiten onszelf te plaatsen; dan zijn Duitsers of de nazi’s de schuldigen, niet wijzelf.

„Vaderlandslievende Amerikanen kunnen zich bijna niet voorstellen dat zoiets in een land als Amerika kon gebeuren. Maar er begint langzaam wel iets te verschuiven. Onderschat de invloed van Obama als president van de VS niet, ook op de cultuur. Mensen wilden al veel eerder films maken over de historische ervaringen van zwarte mensen, maar kregen de kans niet. Nu hebben zwarte filmmakers voldoende gezag om een film van de grond te krijgen. Hollywood komt er langzaam achter dat er zelfs wat geld mee te verdienen valt.”

Er gebeuren vreselijke dingen in de film, maar de natuur is prachtig, bijna als in een film van Terrence Malick.

„Malick was geen invloed, Louisiana heeft ons beïnvloed. De meest vreselijke dingen gebeuren op de mooiste plekken op aarde. Om de hoek van waar ik woon, in Amsterdam, was ik op een dag mijn zoon naar school aan het brengen toen er twee politiewagens langsreden met een ambulance erachteraan. Een zevenjarig meisje was overreden door een vuilniswagen, op een prachtige, zonnige ochtend. Zo is de wereld. De wereld is pervers. Ik wil geen filter op de camera zetten als ik aan het filmen ben in Louisiana, en ook geen filter op het leven zelf. De boom die je ziet in de film, waar twee mannen worden gelyncht, dat is een boom waar ook daadwerkelijk mensen zijn gelyncht.”

Die scène heeft iets van de sfeer van het lied ‘Strange Fruit’ van Billie Holliday: dat gaat over een lynching, maar is ook heel mooi.

„Een prachtig lied, juist dat maakt het zo pervers. Dat geeft een bepaalde spanning, maar die spanning zit in de wereld zelf. Ik laat de perversiteit van de wereld alleen maar zien. Moraal is iets wat wij als mensen van buitenaf aan de wereld opleggen. Zit die moraal ook in de wereld zelf? In de natuur? Als een meisje plotseling wordt doodgereden door een vuilniswagen, kan er dan zoiets bestaan als een moraal in de wereld zelf? Daar denk ik de laatste tijd veel over na.”

Er zit een beeld in de film waarbij veel mensen wegkijken: de afgeranselde rug van Patsey.

„Dat is bewijsmateriaal van wat er is gebeurd, dat beeld had ik nodig. Sommige mensen wilden dat ik het zou weglaten, maar dat heb ik geen moment overwogen. Als ik zo’n beeld niet zou gebruiken, zou dat verraad zijn aan al die honderdduizenden mensen die hebben geleden onder slavernij. Je maakt een film over slavernij of je doet het niet. Ik heb besloten om een film over slavernij te maken.”

Recensie op pagina C4