‘Je ruikt de chemische troep door alles heen’

Gisteren bleek dat er een onderzoek komt naar de gevaren van bestrijdingsmiddelen. „Soms waait het gif hier over de moestuin.”

De vloerbedekking zag „zwart van het gif”, vertelt Ekke Atsma. De Fries woont met zijn vrouw pal aan een nu braakliggend stuk grond in Oudemirdum, waar vorig jaar lelies werden geteeld. Een zandstorm blies het grondontsmettingsmiddel metam-natrium maart vorig jaar over de huizen. „Wij kregen de volle laag. Ons huis moest van binnen en buiten worden gereinigd. Twee dagen lang.”

Wijkbewoner Klaas Keesman kijkt vanuit zijn woning uit op het bewuste veld. „Door die oostenwind kwam het giftige middel als een deklaag over ons heen”, zegt hij. Omwonenden klaagden over irritaties aan huid, keel en luchtwegen. Rode uitslag op kinderarmen, dode goudvissen in de vijver en een bewoner die flauwviel toen hij het giftige middel inademde.

Gisteren kondigde staatssecretaris Mansveld (Milieu, PvdA) aan dat er een groot onderzoek komt naar de gezondheidsrisico’s van landbouwgif. In 2015 en 2016 krijgen omwonenden van landbouwgronden een oproep om aan een bevolkingsonderzoek mee te doen. Ze reageerde daarmee op een pleidooi van de Gezondheidsraad vorige week voor een dergelijk onderzoek. Er is te weinig bekend over de effecten van bestrijdingsmiddelen op de gezondheid, vindt Mansveld.

Wijkbewoner Johan den Hengst uit Oudemirdum vindt een onderzoek een goede zaak. „Maar het zou beter zijn als er een verbod kwam op het telen van lelies bij woonwijken, juist om de mensen te beschermen.”

Voor lelieteelt wordt de grond eerst ontsmet met metam-natrium, een middel dat voor de bloem schadelijke aaltjes moet doden. Om de lelies het seizoen virusvrij door te loodsen worden ze behandeld met onder meer minerale olie. Keesman noemt het „een cocktail van bestrijdingsmiddelen”. „We krijgen dan een sms’je van de boer dat we ramen en deuren dicht moeten houden en niet buiten moeten zitten.” Atsma zegt dat dit weinig uitmaakt. „We ruiken die chemische troep door alles heen.”

De afgelopen jaren gingen de leliebollen op steeds wisselende plaatsen bij het Friese dorp de grond in. Deze zomer gebeurt dat op een stuk grond bij twee campings. Lenie van Goeverden woont er vlakbij. „Heel bedreigend. Ik wilde groente gaan telen, maar dat kan ik beter laten. Als de wind voor ons ongunstig is, waait het gif hier over mijn moestuin.”

In de Drentse gemeente Westerveld worden sinds 2001 op steeds wisselende plekken lelies geteeld (200 hectare), zegt Bram Verhave van de landelijke stichting Bollenboos. Samen met de Partij voor de Dieren richtte hij vorig jaar het meldpunt Gifklikker op, waar mensen klachten over landbouwbestrijdingsmiddelen konden melden. Honderden kwamen er binnen. Binnenkort wordt een zwartboek hierover openbaar, zegt Verhave. Hij is blij met het onderzoek. „Meten is weten. Al zien we het liefst dat bestrijdingsmiddelen in de tussentijd verboden worden.”

In de bollenteelt worden de meeste bestrijdingsmiddelen gebruikt, zegt de Gezondheidsraad: tussen de 75 en 100 kilo per hectare – bij aardappelen gaat het om 12 kilo. De Gezondheidsraad pleit onder meer voor de aanplant van vanggewassen aan de rand van percelen met lelies om spuitnevel tegen te gaan en voor spuitvrije stroken langs scholen en woningen.

Jaap van Wenum, beleidsadviseur plantgezondheid bij LTO-Noord, begrijpt de zorg van de omwonenden. Hij geeft toe dat metam-natrium in principe niet past in een duurzame landbouw. „Maar we zitten eraan vast. Er is geen alternatief om de grond steriel te maken. Het middel is bovendien wettelijk toegestaan.”