‘Ik ben ambassadeur van pil Drion’

Pieter Maarten Jiskoot, 93 jaar
Pieter Maarten Jiskoot, 93 jaar

Pieter Maarten Jiskoot is 93 jaar. Hij woont in een aanleunwoning in Dordrecht.

Een paar jaar geleden heb ik pillen voor zelfdoding ingeslagen in Antwerpen. Dat soort pillen krijg je in Nederland alleen op doktersrecept, dus ik moest uitwijken naar het buitenland.

„Vijf apotheken ben ik langs geweest. ‘Ik kom uit Friesland en ben mijn medicijnen vergeten’, zei ik dan. ‘Heeft u een doosje Plaquenil voor mij?’ Vier apotheken gaven het anti-reumamiddel mee. Eén had het niet op voorraad.”

„Om mijn leven te beëindigen moet ik meerdere handelingen verrichten. Als een voor-, hoofd-, en nagerecht. Daarom durf ik het zonder begeleiding niet aan. Stel dat het misgaat en ik invalide word? Die pillen liggen voorlopig in mijn nachtkastje. Als verzekering.

„Als schipperszoon werd ik vrij opgevoed. Maar zonder gevaren was mijn jeugd niet. Ik zat vaak met een touw aan de tafelpoot zodat ik niet buiten boord viel. En mijn vader vertrouwde mij veel toe. Als ik de handregulateur mocht bedienen voelde ik mij machinist op een groot schip.

„Veertig jaar heb ik als technicus voor grote bedrijven de hele wereld afgereisd: Roemenië, Perzië, Jemen... Kijk, dit zijn de getuigschriften van mijn opdrachtgevers. Ze vonden mij plichtsgetrouw, deskundig en makkelijk in de omgang.

„Omdat ik zo vaak buitenshuis was, voedde mijn vrouw Geertje in haar eentje de kinderen op. We ontmoetten elkaar op straat tijdens het flaneren na de bevrijding. Ze was blond, slank en had mooie benen. We zijn 65 jaar getrouwd geweest. Tot haar dood, op 8 augustus 2010.

„Geertje en ik vormden een hecht team. Als ik onze relatie in één beeld zou moeten vangen dan is het deze foto van haar op ons schip. Als we de sluis in voeren luisterde zij naar het geluid van de motor. Als-ie achteruit sloeg wist Geertje: afmeren. Woorden waren overbodig.

„Maar op die zomerdag werd ik ’s nachts wakker. Geertje had een hersenbloeding – de eerste van drie in tien dagen. In het ziekenhuis zat ik aan haar bed gekluisterd. De vrouw die richting gaf aan mijn leven verwerd tot een uitgeblust wezen.

„Niet lang na haar dood overleed mijn dochter aan kanker. Ik viel in een diepe put. God, wat was ik er toen graag tussenuit gepiept. Maar ja, ik moest door hè. Die broekies in de Tweede Kamer hebben dat zo bepaald.

„Ik vind het onmenselijk iemand tegen zijn wil te laten leven. De Duitsers hadden in de oorlog een cyaankalipil voor als de nood aan de man was. In hun geval betekende dat: vernedering voorkomen. In mijn geval kan zo’n pil ondraaglijk lijden beëindigen.

„Ik maak mij zorgen over de invloed van de christelijke partijen. De regering staat op haar laatste benen. De SGP en ChristenUnie hebben steeds meer in de melk te brokkelen. Veel Nederlanders lijden onder de dictatuur van de kerk.

„In mijn katholieke zorgcentrum fungeer ik als ambassadeur van de pil van Drion. Ik voer gesprekken met de pastoor en de non over een menslievend levenseinde. Als ik van de Dom in Utrecht zou moeten springen om die pil mogelijk te maken, zou ik het doen.

„Enige tijd geleden heb ik een gelovige vrouw ontmoet in de brasserie van het zorgcentrum. Mijn tafeldame, noem ik haar. We eten twee keer per dag samen en praten veel over politiek. Ze leest voor omdat mijn zicht slechter wordt. Mijn tafeldame begrijpt mijn missie voor zelfbeschikkingsrecht.

„Mijn grootste angst is dat ik lichamelijk aftakel. Ik heb er niets op tegen als de zuster mij in bad doet. Ik zou het wel erg vinden als ik háár niet in bad zou kunnen doen.”